Strafrecht overig
Vordering tenuitvoerlegging (bijzondere voorwaarde) afgewezen i.v.m. oplegging ISD.
Rechtbank Amsterdam, 5 juni 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:5587 · Rechtbank Amsterdam · 5 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2019-5587
Zaakgegevens
Op 5 juni 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 juni 2019
- Datum publicatie
- 30 juli 2019
- Zaaknummer
- 13/701680-18 (tul)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:5587
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering tenuitvoerlegging (bijzondere voorwaarde) afgewezen i.v.m. oplegging ISD.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
BESLISSING NA VEROORDELING
TOT VOORWAARDELIJKE STRAF
Parketnummer: 13/701680-18 (TUL bijzondere voorwaarden)
Datum uitspraak: 5 juni 2019
Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, ontvangen ter griffie op 21 maart 2019, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 11 mei 2018, in de strafzaak tegen:
[veroordeelde] , (hierna: veroordeelde)
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het [BRP-adres] ,
thans gedetineerd in het [plaats detentie] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 mei 2019.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M. ter Veer en van wat veroordeelde en zijn raadsman, mr. R.H. Bouwman, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
Ter terechtzitting zijn eveneens verschenen E. van Hoegee en F. Batenburg de Jong van GGZ Fivoor Haarlem.
2 De voorwaardelijk opgelegde straf en bijzondere voorwaarden
Bij vonnis van 11 mei 2018 is veroordeelde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken. Naast de algemene voorwaarden zijn als bijzondere voorwaarden aan veroordeelde opgelegd dat hij zich zal melden bij de Reclassering Inforsa in Amsterdam en zich zal laten behandelen voor verslavingsproblematiek bij de poli Inforsa of een soortgelijk instelling voor ambulante forensische zorg.
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het advies van 6 februari 2019 van GGZ Fivoor Haarlem aan opdrachtgeven toezicht met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.
3 De beoordeling van de vordering
In een vonnis van 5 juni 2019 van deze rechtbank in de strafzaak met de parketnummer 13/225052-18 is gebleken dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. In de omstandigheid dat verdachte voor het begaan van dit strafbare feit de ISD-maatregel is opgelegd, ziet de rechtbank reeds aanleiding de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf af te wijzen.
4 De beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging.
Deze beslissing is genomen door
mr. W.H. van Benthem, voorzitter,
mrs. A.F. van Hoorn en R.A.J. Hübel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Lier, griffier
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juni 2019.
De oudste rechter is buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen.