Strafrecht overig
Mishandeling en bedreiging door klap en gooien met bakstenen. Vernieling motor. Verdachte niet strafbaar…
Rechtbank Amsterdam, 3 december 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:6078 · Rechtbank Amsterdam · 3 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2020-6078
Zaakgegevens
Op 3 december 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 december 2020
- Datum publicatie
- 7 december 2020
- Zaaknummer
- 13-153779-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:6078
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mishandeling en bedreiging door klap en gooien met bakstenen. Vernieling motor. Verdachte niet strafbaar, wegens psychose ontoerekeningsvatbaar. Ontslag van alle rechtsvervolging.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/153779-20
Datum uitspraak: 3 december 2020
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 1987,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 december 2020. Verdachte was daarbij niet aanwezig. Als gemachtigd raadsvrouw van verdachte was aanwezig mr. M.A. Muntjewerf.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. D. Jironet-Loewe, en van wat de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
2 De tenlastelegging
Aan verdachte is kort gezegd tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
-
mishandeling van [aangever 1] op 8 juni 2020 in Amsterdam;
-
primair: poging zware mishandeling, van [aangever 1] en/of [aangever 2] op 8 juni 2020 in Amsterdam;
subsidiair: als dit niet kan worden bewezen wordt verdachte beschuldigd van de bedreiging van [aangever 1] en/of [aangever 2] ;
3. vernieling van een motor van [aangever 3] op 8 juni 2020 in Amsterdam.
De volledige tekst van de tenlastelegging staat in de bijlage bij dit vonnis.
3 De waardering van het bewijs
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie vindt dat de feiten kunnen worden bewezen. Bij feit 2 zou verdachte moeten worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging zware mishandeling en kan de bedreiging worden bewezen.
De raadsvrouw heeft over het bewijs van feit 1 en 3 niets aangevoerd. Van feit 2 moet verdachte worden vrijgesproken. Voor wat betreft de poging zware mishandeling sluit zij zich aan bij de officier van justitie. Ook van de bedreiging moet verdachte worden vrijgesproken. De gedraging van verdachte is niet te kwalificeren als bedreiging.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank vindt bewezen dat verdachte de mishandeling (feit 1) en de vernieling (feit 3) heeft begaan. Van de poging zware mishandeling wordt verdachte vrijgesproken maar de bedreiging (feit 2) wordt bewezen verklaard.
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het hierna bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden in de bewijsmiddelen en de onderstaande overwegingen. Als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis.
Wat betreft de mishandeling (feit 1) heeft [aangever 1] verklaard dat verdachte hem op zijn linker bovenarm heeft geslagen, waardoor [aangever 1] zijn evenwicht verloor en tegen een bouwhek aan viel. Volgens [aangever 1] heeft verdachte een steen gegooid die zijn linker schouderblad raakte. De politie heeft letsel bij [aangever 1] geconstateerd.
[aangever 1] en [aangever 2] hebben verklaard dat verdachte een steen naar hen heeft gegooid die hen maar net miste (feit 2).
De verklaringen van aangevers worden bevestigd door de verklaring van getuige [getuige 1] . Hij zag dat de persoon die later door de politie is aangehouden een halve baksteen in de richting van twee mannen gooide. [aangever 1] heeft verklaard dat het gooien met de baksteen door verdachte echt levensgevaarlijk was en dat hij verbaasd was dat verdachte kennelijk zoveel kracht had en een steen van een dergelijk formaat en gewicht van zo’n grote afstand wist te gooien. De rechtbank vindt dat door het gooien met een baksteen onder deze omstandigheden bij aangevers de redelijke vrees kon ontstaan dat zij slachtoffer zouden worden van zware mishandeling. Daarom vindt de rechtbank bedreiging met zware mishandeling bewezen.
Van de vernieling van de motor is aangifte gedaan. Aangever [aangever 3] zag dat zijn rechterspiegel kapot was, doordat de spiegel uit de houder was en op zijn zadel lag. Hij zag dat er een breuk in het glas van de rechterspiegel zat en dat de kap aan de rechterzijde van zijn motor was bekrast. Van de beschadigingen zitten foto’s in het dossier. Getuige [getuige 2] heeft gezien hoe verdachte de motor omver duwde en hoe de spiegel brak.
4 De bewezenverklaring
De rechtbank vindt bewezen dat verdachte:
feit 1:
op 8 juni 2020 te Amsterdam [aangever 1] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het met kracht slaan op de linker bovenarm van [aangever 1] ten gevolge waarvan [aangever 1] tegen een bouwhek valt en gooien van een steen van circa 5 bij 5 bij 5 centimeter tegen het linker schouderblad van [aangever 1] ;
feit 2:
op 8 juni 2020 te Amsterdam [aangever 1] en [aangever 2] heeft bedreigd met zware mishandeling, door met kracht een halve baksteen met een doorsnede van circa 15 tot 20 centimeter te gooien in de richting van [aangever 1] en [aangever 2] ;
feit 3:
op 8 juni 2020 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een rode motor voorzien van kenteken [kentekennummer] die toebehoorde aan [aangever 3] , heeft beschadigd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
5 De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6 De strafbaarheid van verdachte
De officier van justitie en de raadsvrouw vinden dat de feiten verdachte niet kunnen worden toegerekend en hij daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank overweegt het volgende.
Psychiater J. Neeleman concludeert in zijn Pro Justitia rapport van 15 november 2020 dat verdachte lijdt aan recidiverende psychoses na psychosociale stress; recidiverende psychogene psychoses. Volgens Neeleman was verdachte ten tijde van het tenlastegelegde floride psychotisch en beïnvloedde deze stoornis op dat moment zijn gedragskeuzes en gedragingen volledig. Handelend in de geest van deze paranoïde psychose verweerde hij zich tegen de gewaande handlangers van de KGB die hem fotografeerden. Zijn psychose beïnvloedde zijn handelen overheersend en onontkoombaar en zodoende is het advies van Neeleman verdachte het ten laste gelegde niet toe te rekenen.
De rechtbank neemt deze conclusie over en volgt dit advies. Verdachte is niet strafbaar.
Het bewezen verklaarde kan verdachte daarom wegens een ziekelijke stoornis niet worden toegerekend. Verdachte wordt daarvoor dan ook ontslagen van alle rechtsvervolging.
7 De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij wordt in de vordering niet-ontvankelijk verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet is toegepast.
De benadeelde partij en verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.
8 De beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart feit 2 primair niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte feit 1, feit 2 subsidiair en feit 3 heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1:
mishandeling
feit 2 subsidiair:
bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd
feit 3:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte voor het bewezene niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging terzake daarvan.
Verklaart de benadeelde partij [aangever 3] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,
mrs. C.P.E. Meewisse, J. Huber, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.G.R. Becker, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 december 2020.
Bijlage - Tenlastelegging
Aan [verdachte] wordt tenlastegelegd dat:
1
hij op of omstreeks 8 juni 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,
[aangever 1] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal of
meermalen (met kracht)
- slaan/stompen op/tegen de (linker boven)arm, althans het lichaam van
voornoemde [aangever 1] (tengevolge waarbij voornoemde [aangever 1] van zijn fiets valt
en/of tegen een bouwhek valt) en/of
- gooien/werpen van een steen (van circa 5 bij 5 bij 5 centimeter), althans een
(scherp en/of hard) voorwerp op tegen het (linker) schouderblad, althans het
lichaam van voornoemde [aangever 1] ;
( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 8 juni 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [aangever 1] en/of [aangever 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te
brengen met dat opzet (met kracht) een (halve bak)steen (met een doorsnede van
circa 15 tot 20 centimeter), althans een (zwaar en/of hard) voorwerp heeft
gegooid/geworpen in de richting van voornoemde [aangever 1] en/of [aangever 2] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 juni 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,
[aangever 1] en/of [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven
gericht en/of met zware mishandeling, door (met kracht) een (halve bak)steen
(met een doorsnede van circa 15 tot 20 centimeter), althans een (zwaar en/of
hard) voorwerp te gooien/werpen in de richting van voornoemde [aangever 1] en/of
[aangever 2] ;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
3
hij op of omstreeks 8 juni 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,
opzettelijk en wederrechtelijk een (rode) motor (voorzien van kenteken: [kentekennummer]
), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan
[aangever 3] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt
en/of weggemaakt;
( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )