Strafrecht overig
Vrijspraak van prim. medeplichtigheid aan poging doodslag, subs. medeplichtigheid poging zw. mishandeling…
Rechtbank Amsterdam, 2 februari 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:354 · Rechtbank Amsterdam · 2 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2022-354
Zaakgegevens
Op 2 februari 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 februari 2022
- Datum publicatie
- 2 februari 2022
- Zaaknummer
- 13/122044-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:354
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van prim. medeplichtigheid aan poging doodslag, subs. medeplichtigheid poging zw. mishandeling. Uit opsporingsonderzoek volgt onvoldoende bewijs.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/122044-20 (Promis)
Datum uitspraak: 19 januari 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorte plaats] op [geboorte dag] 1993,
ingeschreven op het adres [adres] .
1 Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 augustus 2020 en 19 januari 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. H. Hoekstra, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. T. den Haan, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] en van wat zijn raadsvrouw, mr. H.A.F.C. Tack, naar voren heeft gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – primair tenlastegelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een poging tot doodslag. Subsidiair is dit tenlastegelegd als medeplichtigheid aan een poging tot zware mishandeling.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3 Beoordeling van het bewijs
De rechtbank is van oordeel – samen met de officier van justitie en de verdediging - dat uit het opsporingsonderzoek onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde. De rechtbank zal verdachte - bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs – vrijspreken.
4 De voorlopige hechtenis
Het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven, nu verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
5 Vordering benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert € 25.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft de rechtbank verzocht de vordering hoofdelijk toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De benadeelde partij zal daarom in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.
6 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
? Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
? Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
? Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. B.M. Visser, voorzitter,
mrs. J. Thomas en K. Duker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A. Koudadi, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 januari 2022.
Bijlage - […]