Strafrecht overig
Bewezenverklaring van brandstichting. OVAR want volledig ontoerekeningsvatbaar.
Rechtbank Amsterdam, 2 februari 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:355 · Rechtbank Amsterdam · 2 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2022-355
Zaakgegevens
Op 2 februari 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 februari 2022
- Datum publicatie
- 2 februari 2022
- Zaaknummer
- 13/184800-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:355
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewezenverklaring van brandstichting. OVAR want volledig ontoerekeningsvatbaar.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
VERKORT
VONNIS
Parketnummer: 13/184800-21
Datum uitspraak: 2 februari 2022
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorte plaats] op [geboortedatum] 1967,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] .
1 Onderzoek ter terechtzitting
Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 januari 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. M.E. Woudman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.M. Walther, naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij zich op 11 juli 2021 heeft schuldig gemaakt aan opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen, zwaar lichamelijk letsel of de dood.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3 Waardering van het bewijs
De rechtbank is van oordeel – met de officier van justitie en de verdediging – dat kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke brandstichting. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat door deze brandstichting naast gemeen gevaar voor goederen ook levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was. Door de brandweer is toegelicht dat brandstichting in een pand waar personen verblijven per definitie gevaarlijk is, dat de brand zich binnen korte tijd kan ontwikkelen en er veel rook kan vrijkomen en dat rook in eerste instantie het grootste risico oplevert. Dat dit gevaar zich ook heeft verwezenlijkt blijkt uit de processen-verbaal waarin is beschreven dat de gang vol rook stond en dat er een persoon is behandeld voor het inademen van rook.
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring, opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt aan het verkort vonnis gehecht.
4 Bewezenverklaring
De rechtbank vindt bewezen dat verdachte
op 11 juli 2021 te Amsterdam, opzettelijk brand heeft gesticht in een gebouw, in een kamer van de [kliniek 1] , gelegen aan de [adres kliniek] door open vuur in aanraking te brengen met lucifers, ten gevolge waarvan een gordijn en een matras en een vuilniszak met inhoud gedeeltelijk zijn verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor de voornoemde kamer en omliggende kamers van de [kliniek 2] , in elk geval gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor verdachte en medewerkers van de [kliniek 2] en bewoners van de omliggende kamers te duchten was.
5 Strafbaarheid van het feit
Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6 Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een Pro Justitia rapport van 24 december 2021, opgemaakt door L. Blanken (psychiater in opleiding) en M.M. Sprock (psychiater). Daarin hebben de psychiaters gerapporteerd dat bij verdachte sprake is van een bipolaire I stoornis, waarbij de meest recente episode manisch, ernstig en ten tijde van het tenlastegelegde in partiële remissie was. Vanwege deze manisch/psychotische episode – in het kader van de bipolaire stoornis – was er ten tijde van het tenlastegelegde sprake van ernstige oordeels - en kritiekstoornissen, waarbij betrokkene nog maar in zeer beperkte mate tot geen controle had over zijn impulsen. Het is onaannemelijk dat verdachte in zijn ’normale doen’ – wanneer hij niet in een stemmingsepisode verkeert maar in een meer evenwichtige, euthyme periode – zich op deze manier zou verzetten. De psychiaters komen tot het advies het tenlastegelegde niet toe te rekenen aan verdachte, aangezien de bipolaire stoornis de vrije wil van verdachte dermate beïnvloedde dat hij hierover geen controle had.
De rechtbank neemt de conclusie en het advies van de psychiaters over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal verdachte als volledig ontoerekeningsvatbaar ten tijde van het bewezen verklaarde delict beschouwen. Verdachte is dan ook niet strafbaar voor het bewezene en de rechtbank zal verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
7 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
? Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is
Verklaart het bewezene strafbaar.
? Verklaart verdachte voor het bewezene niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging terzake daarvan.
? Heft op het – geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. B.M. Visser, voorzitter,
mrs. J. Thomas en K. Duker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A. Koudadi, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 februari 2022.
Bijlage I – […]