Strafrecht overig

veroordeling medeplegen van voorhanden hebben van een wapen en munitie

Rechtbank Amsterdam, 23 september 2022

Zaakgegevens

Op 23 september 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
23 september 2022
Datum publicatie
26 september 2022
Zaaknummer
13/136404-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:5570
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

veroordeling medeplegen van voorhanden hebben van een wapen en munitie

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/136404-22 (Promis)

Datum uitspraak: 23 september 2022

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1995,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 september 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Wirken, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.C. Fleskens, naar voren hebben gebracht. De zaak is tegelijk op zitting behandeld met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met parketnummer 13/135881-22. De rechtbank doet vandaag in beide zaken uitspraak.

2 Beschuldiging

Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van het op 31 mei 2022 in Amsterdam samen met een ander voorhanden hebben van een pistool en munitie.

De beschuldiging staat in bijlage I.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat de beschuldiging bewezen kan worden. Hij heeft daarbij gewezen op de gang van zaken rond de aanhouding, dat verdachte het wapen bij zich droeg en verdachtes DNA op het magazijn van het wapen.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat niet bewezen kan worden dat verdachte wetenschap van en beschikkingsmacht over het wapen en de munitie had. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat het wapen in de tas zat en dat hij de tas van medeverdachte [medeverdachte] moest weggooien. Deze verklaring vindt steun in het dossier. Uit het DNA-rapport blijkt dat sprake is van een mogelijk mengprofiel. Daarom valt niet uit te sluiten dat het DNA van verdachte via iemand anders op het wapen terecht is gekomen. Als de rechtbank daaraan voorbij gaat moet verdachte in elk geval worden vrijgesproken van het medeplegen, omdat uit het dossier niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] het wapen en de munitie voorhanden heeft gehad.

Op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II stelt de rechtbank vast dat [verdachte] en [medeverdachte] op 31 mei 2022 samen op straat lopen in Amsterdam. [verdachte] draagt een rugtas. Als verdachten de agent zien, worden zij nerveus en splitsen zich op. [verdachte] wordt door de agent staande gehouden. Als [verdachte] de rugtas heeft geopend en het schoudertasje eruit heeft gepakt, rent hij weg. De agent achtervolgt hem. Tijdens de achtervolging gooit [verdachte] het schoudertasje weg. In dit schoudertasje zit een pistool, munitie en het rijbewijs en identiteitsbewijs van [medeverdachte] . Op de loop van het pistool wordt het DNA van [medeverdachte] aangetroffen en op het magazijn het DNA van [verdachte] .

De rechtbank vindt dat door het samen optrekken, de spullen van de één in de tas die de ander draagt en het DNA van beide verdachten op het wapen, sprake is van inwisselbare rollen (het maakt niet uit wie de tas met het wapen op dat moment draagt) en een nauwe en bewuste samenwerking. De rechtbank vindt het gezien de combinatie van feiten en omstandigheden niet aannemelijk dat verdachte niet wist dat het wapen en de munitie in de rugtas zaten.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank vindt op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte

op 31 mei 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander

  • een wapen van de categorie III onder 1, van de Wet wapens en munitie, te weten: een vuurwapen pistool merk Chinese staatsfabriek, model 51/54 (kopie Tokarev Tt-33), serienummer [serienummer] , kaliber 7.62 x 25mm en

  • munitie van de categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten patronen merk Sellier & Bellot, kaliber 9mm x 19

voorhanden heeft gehad.

5 Straf

5.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden. De officier van justitie heeft daarbij gewezen op de richtlijnen voor straffen van het Openbaar Ministerie voor wapenbezit onder bedenkelijke omstandigheden. De bedenkelijke omstandigheden zijn de wisselende verklaringen van verdachten, het samen op straat een wapen voorhanden hebben en foto’s van wapens en drugs die in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] zijn aangetroffen.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om als een straf wordt opgelegd de straf die de officier van justitie heeft voorgesteld te matigen. Zij heeft daarbij gewezen op verdachtes persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van een relevant strafblad.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de zitting is gebleken.

Verdachte heeft op straat een pistool en munitie voorhanden gehad. Illegaal bezit van wapen en munitie op straat wordt streng bestraft omdat daarmee het risico op levensbedreigend geweld en gevoelens van onveiligheid in de samenleving wordt vergroot.

De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf gekeken naar de afspraken die de rechtbanken onderling over straffen hebben gemaakt. Voor het voorhanden hebben van een vuurwapen in de openbare ruimte is het uitgangspunt een gevangenisstraf van acht maanden. Dat het wapen niet geladen was en de patronen niet geschikt waren voor dit type pistool werkt strafverminderend. Dat verdachte het feit samen met een ander heeft gepleegd werkt strafverzwarend. De rechtbank houdt het daarom op genoemd uitgangspunt van acht maanden gevangenisstraf. Voor het bezit van de munitie, waar in deze hoeveelheid doorgaans een geldboete op staat, legt de rechtbank geen extra straf op.

6 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

  • pistool

  • patroonhouder

  • 50 stuks munitie

  • telefoon (Apple)

  • telefoon (Samsung)

Het pistool, de patroonhouder en de munitie worden onttrokken aan het verkeer, omdat het bewezenverklaarde feit daarmee is begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. De telefoons worden teruggeven aan verdachte. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank onvoldoende relatie tussen het bewezenverklaarde wapenbezit en de telefoons.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 26 en 55 Wet wapens en munitie.

8 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  • vuurwapen (pistool) goednummer: PL1300-2022111466-6193633;

  • vuurwapen (patroonhouder) goednummer: PL1300-2022111466-6193634;

  • 50 stuks munitie (Kogelpatroon) goednummer: PL1300-2022111466-6193638;

Gelast de teruggave aan verdachte van:

  • telefoon (Apple) goednummer: PL1300-2022111466-6193927;

  • telefoon (Samsung) goednummer: PL1300-2022111466-6193931.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. J. Huber en C. Wildeman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 september 2022.

[...]