Strafrecht overig

TBS met verpleging van overheidswege voor het bedreigen en beledigen van meerdere advocaten en medewerkers…

Rechtbank Amsterdam, 17 mei 2023

Zaakgegevens

Op 17 mei 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
17 mei 2023
Datum publicatie
17 mei 2023
Zaaknummer
13/154544-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:3161
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

TBS met verpleging van overheidswege voor het bedreigen en beledigen van meerdere advocaten en medewerkers van twee advocatenkantoren. Het gaat daarbij om advocaten die een of meer verdachten in het Marengo-proces bijstaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/154544-22 (Promis)

Datum uitspraak: 17 mei 2023

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1982,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres]

,

gedetineerd in [detentieadres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 mei 2023. Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.L. Vermeulen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. P.A.Th. Lemmers naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging op de zitting van 23 september 2022 en verkort weergegeven – onder 1 ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 18 juni 2021 tot en met 26 augustus 2021 in Rotterdam en/of Amsterdam althans in Nederland heeft schuldig gemaakt aan bedreiging van medewerkers en/of advocaten van Advocatenkantoor [naam advocatenkantoor 1] .

Onder 2 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 7 juli 2021 tot en met 23 juli 2021 in Amsterdam althans in Nederland heeft schuldig gemaakt aan bedreiging van medewerkers en/of advocaten van advocatenkantoor [naam advocatenkantoor 2] .

Aan verdachte is onder 3 ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 18 juni 2021 tot en met 26 augustus 2021 in Rotterdam en/of Amsterdam althans in Nederland opzettelijk medewerkers en/of advocaten van Advocatenkantoor [naam advocatenkantoor 1] heeft beledigd.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen als bijlage 1 bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gelet op de bekennende verklaring van verdachte gerekwireerd tot een bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde bedreigingen en belediging heeft begaan, zoals omschreven in rubriek 4. Verdachte heeft ter zitting bekend alle ten laste gelegde uitlatingen te hebben gedaan. Alle in de tenlastelegging opgenomen uitlatingen zijn onmiskenbaar grof en moeten uiterst onaangenaam zijn geweest voor degenen aan wie ze gericht waren. De rechtbank is echter van oordeel dat niet alle uitlatingen als bedreigend of beledigend in de zin van de artikelen 285 en 266 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kunnen worden gekwalificeerd zodat verdachte van het doen van die betreffende uitlatingen zal worden vrijgesproken.

Nu verdachte het bewezenverklaarde feiten heeft bekend en de raadsvrouw hiervan geen vrijspraak heeft bepleit, kan, op grond van artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering, met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:

ten aanzien van feit 1 en feit 3:

? de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 4 mei 2023;

? een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2021266262-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 1] , doorgenummerde pagina’s 7 t/m 9;

? een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2021266262-9, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 1] , doorgenummerde pagina’s 24 t/m 26.

ten aanzien van feit 2:

? de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 4 mei 2023;

? een proces-verbaal van aangifte met bijlagen met nummer PL1300-2022066297-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde pagina’s 10 t/m 18.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 1

op tijdstippen in de periode van 18 juni 2021 tot en met 26 augustus 2021 in Nederland, medewerkers en/of advocaten van Advocatenkantoor [naam advocatenkantoor 1] , Advocaten BV, te weten [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of twee niet met name genoemde secretaresses, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of brandstichting en/of verkrachting, door in voornoemde periode

-op 18 juni 2021 meermalen te bellen naar voornoemd kantoor en te zeggen: "Dat hij [naam] was uit [plaats] , met een crimineel verleden en dat [persoon 2] en [persoon 3] mogen branden in de hel en wat de maximum straf is voor brandstichting" en "Dat hij had gedroomd dat jullie kantoor in de fik stond" en

- op 15 juli 2021 te bellen naar/voicemailberichten te sturen naar voornoemd kantoor en te zeggen: "Goedenavond, luister [persoon 2] , ik ben ook bang voor kiespijn, maar kiespijn is erger dan wanneer jij naar buiten loopt en je schrikt wanneer je ziet die moordenaar met bivakmuts en dan knalt die je door je kop, maakt niet uit geliquideerd een kogel door je kop in minder pijnlijk dan kiespijn” en

-op 26 augustus 2021 te bellen naar/voicemailberichten te sturen naar voornoemde kantoor en te zeggen: "Geachte hare majesteit [persoon 2] en je assistente van de receptie. Ik zou graag mijn [....] dikke lul, gemiddelde lengte in je reet steken.” en "Geachte duistere donkere [persoon 2] van de duivelse onderwereld, jij gaat naar hellevuur";

ten aanzien van feit 2

op tijdstippen op 23 juli 2021 in Nederland, medewerkers en advocaten van advocatenkantoor [naam advocatenkantoor 2] , te weten [persoon 4] en/of [persoon 5] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of brandstichting en/of verkrachting, door via Telecount

- telefonisch aan [persoon 4] te zeggen dat; "Hij, verdachte, een criminele psychopaat is en hij, verdachte, wilde weten wat de maximale straf is voor brandstichting bij uw kantoor

en dat die [persoon 4] en medewerkers allen naar de hemel gaan" en

- telefonisch aan [persoon 5] te zeggen dat; "Hij, verdachte, een psychotische criminele psychopaat is en een lang strafblad heeft en dat Allah en God over leven en dood beslissen en dat hij, verdachte in de toekomst voornoemde medewerkers en [persoon 5] gaat neuken", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking heeft geuit;

ten aanzien van feit 3

op tijdstippen in de periode van 18 juni 2021 tot en met 26 augustus 2021 in Nederland, opzettelijk medewerkers en/of advocaten van Advocatenkantoor [naam advocatenkantoor 1] , Advocaten BV, te weten [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of twee niet met name genoemde secretaresses, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door in voornoemde periode voornoemde personen telefonisch en via voicemailberichten de woorden toe te voegen: "Motherfuckers" en "Hoer" en "Sadisten, hypocrieten" en "Geldhoeren" en "Fucking crimineel" en "Jullie zijn fucking collaborateurs van Nazi Duitsland" en "Fuck you [persoon 2] " en "Jouw probleem is je bent niet alleen lelijk van buiten maar helemaal van binnen, je innerlijk a kankerhoer, het feit dat jij je uiterlijk helemaal donker met je kankers wimpers helemaal zwart getint of wat dan ook zegt genoeg over jouw innerlijk al knabba, je bent van de duivel" en "Kankerhoer" en "Geachte duistere, donkere, innerlijk zwart in je hart duivels [persoon 2] , prinses van de hellevuur" , althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is niet strafbaar. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende:

De rechtbank heeft kennisgenomen van de Pro Justitia rapportage Pieter Baan Centrum van 1 maart 2023 opgemaakt door P.K. Kristensen, GZ-psycholoog en M. van Berkel, psychiater.

In de rapportage is onder meer -zakelijk weergegeven- het volgende opgenomen. Verdachte heeft geweigerd aan het onderzoek in het PBC mee te werken. Verdachte is geen gesprekken met de onderzoekers aangegaan, heeft niet meegewerkt aan het testonderzoek en heeft geen toestemming gegeven om medische informatie op te vragen. Desondanks hebben de rapporteurs enkele diagnostische conclusies kunnen trekken. Bij verdachte is eerder een psychotische stoornis vastgesteld waarvoor hij tijdens een eerdere detentieperiode (in 2016) behandeld werd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum. Nadien is getracht om verdachte binnen de GGZ te behandelen, maar deze behandeling is niet goed tot stand gekomen. Na de detentieperiode komt verdachte al weer snel in beeld bij politie en justitie waarbij hij verward gedrag laat zien. Er wordt getracht via de strafrechter een zorgmachtiging op te leggen en hij wordt aangemeld bij de speciale aanpak binnen de gemeente Amsterdam voor potentieel gevaarlijke psychiatrische patiënten. In de periode naar aanloop van de ten laste gelegde feiten zijn heel veel politiemutaties opgemaakt, waaruit blijkt dat verdachte een zeer verwarde indruk maakt. Verdachte praat onsamenhangend en doet vreemde uitspraken. Ook heeft hij zeer verward gedrag laten zien, door bijvoorbeeld voor rijdende auto’s te springen.

De rapporteurs stellen vast dat bij verdachte sprake is van een onderliggende psychotische stoornis. Naast de psychotische symptomen zijn er aanwijzingen voor terugkerende symptomen op het gebied van de stemming.

Samenvattend wordt een ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis vastgesteld. Het is niet goed vast te stellen wat de oorzaak is voor de terugkerende psychotische ontregeling. Door gebrek aan onderzoek is nu niet goed vast te stellen wat de duur is van de symptomen en wat de rol van verslavende middelen is geweest. Ook is door gebrek aan onderzoek niet goed vast te stellen of er sprake is van onderliggende persoonlijkheidsproblematiek die eventueel een rol kan spelen bij psychotische kwetsbaarheid. Het is niet waarschijnlijk dat de psychotische symptomen uitsluitend worden veroorzaakt door het gebruik van verslavende middelen. Het is wel waarschijnlijk dat gebruik van alcohol en drugs een (sterk) faciliterende werking heeft bij verdachte en dat bestaande psychotische symptomen hierdoor versterkt kunnen worden.

Er is sprake van een stoornis in het gebruik van alcohol, cannabis en/of cocaïne.

Daarnaast stellen de rapporteurs dat bij verdachte al vanaf jonge leeftijd een patroon zichtbaar is van gedragsproblemen met antisociaal gedrag. De levensloop van verdachte kenmerkt zich door veel instabiliteit en hij disfunctioneert op alle levensgebieden. De rapporteurs vermoeden een persoonlijkheidsstoornis. Door het gebrek aan onderzoek kan die echter niet worden vastgesteld maar ook niet worden uitgesloten. De intelligentie van verdachte kon niet worden onderzocht.

De rapporteurs concluderen dat er meer dan voldoende aanwijzingen zijn om vast te stellen dat verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten fors psychotisch was ontregeld.

De rapporteurs concluderen dat de forse psychotische ontregeling van verdachte het gedrag in zeer grote mate moet hebben beïnvloed ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten en dat verdachte op grond hiervan geen keuzevrijheid meer zal hebben gehad in het bewerkstelligen van gezondere, en niet strafbare gedragsalternatieven. De rapporteurs adviseren dan ook om de ten laste gelegde feiten in het geheel niet aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt deze tot de hare.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de bewezen geachte feiten verdachte wegens een ziekelijke stoornis niet worden toegerekend. Verdachte zal daarom voor alle bewezenverklaarde feiten ontslagen worden van alle rechtsvervolging.

7 Motivering van de maatregelen

7.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: Tbs-maatregel) met dwangverpleging voor de duur van maximaal 4 jaar wordt opgelegd.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de oplegging van een Tbs-maatregel niet proportioneel is en in plaats daarvan de mogelijkheid van het opleggen van een zorgmachtiging bepleit.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De op te leggen maatregel is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft meerdere advocaten en medewerkers van twee advocatenkantoren bedreigd en beledigd. Het gaat daarbij om advocaten die een of meer verdachten in het Marengo-proces bijstaan en de bedreigingen zijn naar hun aard onmiskenbaar daaraan gerelateerd. Gedurende dit proces zijn meerdere personen vermoord, zoals de broer van de kroongetuige, de raadsman van de kroongetuige en de vertrouwenspersoon. Dit maakt dat de advocaten zich in een verhoogd kwetsbare positie bevinden. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de gevoelens van onrust en onveiligheid van de betrokkenen bij het Marengo-proces.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar de justitiële documentatie van verdachte, waaruit naar voren komt dat dit niet de eerste keer is dat verdachte in aanraking komt met politie en justitie. Hieruit blijkt namelijk dat verdachte eerder een gevangenisstraf van 6 jaar heeft opgelegd gekregen voor poging tot doodslag. Na het uitzitten van deze detentie heeft verdachte drie keer gevangenisstraffen opgelegd gekregen voor onder andere bedreigingen, belediging en geweld tegen beroepsbeoefenaars.

Tbs-maatregel

De deskundigen van P.K. Kristensen en M. van Berkel hebben in hun rapportage de oplegging van de Tbs-maatregel geadviseerd. De rapporteurs adviseren om verdachte klinisch te behandelen. Daarna kan verdachte met langzame stappen resocialiseren, waarbij verdachte begeleid zal moeten worden op meerdere levensgebieden. Zij hebben ter zitting dit advies bevestigd. Zij schatten in dat, wanneer verdachte zonder behandeling weer vrij zal komen, het risico op recidive groot is met risico op escalatie naar ernstigere feiten.

Gelet op het gebrek aan motivatie bij verdachte en de omstandigheid dat de duur van een zorgmachtiging niet toereikend is om de behandeling vorm te geven, zien de rapporteurs geen andere mogelijkheid dan oplegging van een Tbs-maatregel met verpleging van overheidswege te adviseren. Daarnaast adviseren de rapporteurs om verdachte een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding op te leggen.

De rechtbank neemt de conclusie en het advies van de deskundigen over en maakt deze tot de hare. Zij stelt op basis van de rapportage van de deskundigen voorop dat een klinische behandeling gericht op de psychische problematiek van verdachte noodzakelijk is om het recidiverisico te verminderen. Verdachte zal ziekte-inzicht moeten krijgen en daarnaast zal verdachte behandeld moeten worden voor zijn verslaving aan alcohol en andere verdovende middelen.

Ook de verdediging is van mening dat een klinische behandeling noodzakelijk is maar bepleit dat dit zal gebeuren in het kader van een zorgmachtiging.

De rechtbank overweegt dat in het kader van een zorgmachtiging ook een klinische behandeling kan plaatsvinden maar deze is niet gericht op het verminderen van recidive. Daarnaast is de duur van de zorgmachtiging beperkt en kan de nazorg alleen in een vrijwillig kader plaats vinden. De door verdachte gewenste toeleiding naar zelfstandig wonen kan niet gerealiseerd worden in het kader van een zorgmachtiging. De behandeling op grond van de Tbs-maatregel met dwangverpleging is langduriger en biedt door het forensisch kader meer mogelijkheden voor begeleiding naar een stabiele terugkeer in de maatschappij.

Hoewel verdachte op zitting heeft aangegeven dat hij op dit moment gemotiveerd is om mee te werken aan een behandeling, heeft de rechtbank daar, net als de deskundigen, onvoldoende vertrouwen in. Verdachte heeft eerder, tot vier keer toe, de kans gekregen om zich in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling te laten behandelen bij de GGZ, maar hij heeft steeds niet aan deze behandelingen meegewerkt. Uit het advies van de Reclassering Nederland van 27 september 2019 blijkt bijvoorbeeld dat verdachte niet meewerkte aan de opgelegde voorwaarden waardoor de voorwaarde van een intramurale behandeling niet van de grond is gekomen.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden volstaan met oplegging van een zorgmachtiging of tbs met voorwaarden. Een steviger forensisch kader met dwang is geboden om de algemene veiligheid van personen te waarborgen.

Op grond van de pro Justitia rapportage, de stoornis in combinatie met de middelenproblematiek, is de rechtbank met de deskundigen van oordeel dat sprake is van gevaar voor herhaling. De rechtbank acht een reëel risico aanwezig dat verdachte zich opnieuw schuldig zal maken aan bedreigingen dan wel een ernstiger geweldsmisdrijf. Daarom vindt de rechtbank het niet verantwoord dat verdachte, zonder dat dit recidiverisico is weggenomen, terugkeert in de maatschappij. Het beveiligen van de maatschappij, het verkleinen van de herhalingskans en het realiseren van behandeling voor de problematiek van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank alleen mogelijk binnen het kader van een tbs-maatregel met dwangverpleging.

De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke vereisten om een tbs-maatregel op te leggen (artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en verder). Hiervoor is vastgesteld dat bij verdachte tijdens het begaan van het feit sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Ten aanzien van verdachte zijn bedreigingen van advocaten en bedreigingen bewezen verklaard. Dit zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld respectievelijk misdrijven die specifiek genoemd worden in artikel 37 a Sr. Verder is gebleken dat een groot gevaar voor herhaling van soortgelijke feiten bestaat en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verpleging van verdachte eist. Tenslotte is verdachte onderzocht door twee gedragsdeskundigen (een psycholoog en een psychiater).

Gemaximeerde Tbs-maatregel en dadelijke uitvoerbaarheid

De rechtbank stelt vast dat geen sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling is beperkt tot vier jaar.

De rechtbank zal bepalen dat de Tbs-maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte – zonder de juiste behandeling en begeleiding – opnieuw een strafbaar feit zal plegen. Het is van belang dat de klinische behandeling direct wordt aangevangen en dat een periode zonder behandeling en toezicht – die er zou kunnen zijn in geval van het instellen van hoger beroep – wordt vermeden.

Motivering van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking

De psychiater en de psycholoog hebben geadviseerd een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Hoewel geen risicotaxatie door de reclassering heeft plaatsgevonden, is in de hierboven beschreven Pro Justitiarapportage geconcludeerd dat het risico op recidive door de hardnekkige psychische problematiek van verdachte hoog is. Vanwege het bij verdachte ontbrekende ziektebesef bestaat de kans dat het recidiverisico na vier jaar – wanneer de Tbs-maatregel van rechtswege zal eindigen – niet tot een aanvaardbaar niveau is teruggedrongen. De rechtbank acht ter bescherming van de veiligheid van anderen oplegging van een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking noodzakelijk, zodat na beëindiging van de Tbs-maatregel de mogelijkheid bestaat om aan verdachte binnen een dwangkader gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende voorwaarden op te leggen. De rechtbank zal daarom overgaan tot oplegging van deze maatregel. Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van deze maatregel is voldaan.

8 Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken zit de op 7 april 2023 bij de griffie van deze rechtbank ontvangen vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam. De officier van justitie vordert daarin de bij vonnis van 22 februari 2021 van de politierechter van de rechtbank Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/307311-20 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken alsnog ten uitvoer te leggen, omdat verdachte zich binnen de proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.

8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf af te wijzen wanneer aan verdachte de maatregel van tbs met dwangverpleging wordt opgelegd.

8.2.

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf afwijzen. Toewijzing van de vordering acht de rechtbank niet opportuun, omdat aan verdachte de Tbs-maatregel met dwangverpleging wordt opgelegd.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregelen zijn gegrond op de artikelen 37a, 37b, 38z, 266 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van advocaat;

en

de eendaadse samenloop van

bedreiging met brandstichting terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van advocaat,

en

bedreiging met brandstichting;

en

de eendaadse samenloop van

bedreiging met verkrachting terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van advocaat,

en

bedreiging met verkrachting.

Ten aanzien van feit 2:

de eendaadse samenloop van:

bedreiging met brandstichting en enig misdrijf tegen het leven gericht terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van advocaat,

en

bedreiging met brandstichting en enig misdrijf tegen het leven gericht;

en

de eendaadse samenloop van:

bedreiging met verkrachting terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van advocaat,

en

bedreiging met verkrachting.

ten aanzien van feit 3:

eenvoudige belediging, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte [verdachte], voor het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging

Gelast dat verdachte voor de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.

Verklaart de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling dadelijk uitvoerbaar op grond van artikel 37b lid 2 Sr.

Legt voor het bewezenverklaarde ten aanzien van de feiten 1 en 2 de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13/307311-20.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.P.E. Meewisse, voorzitter,

mrs. C.W. Bianchi en M. Bakhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Buiskool, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 mei 2023.

[…]