Strafrecht overig

Mega Catanzaro; openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Verdachte is voor de sluiting van het onderzoek ter…

Rechtbank Amsterdam, 8 maart 2024

Zaakgegevens

Op 8 maart 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
8 maart 2024
Datum publicatie
8 maart 2024
Zaaknummer
13/232065-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:1321
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mega Catanzaro; openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Verdachte is voor de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en voor de einduitspraak overleden. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering tot schadevergoeding.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/232065-22

Datum uitspraak: 8 maart 2024

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 en 15 december 2023.

De zaken tegen verdachte (hierna ook: [verdachte] ) zijn gelijktijdig, maar niet gevoegd, op de zitting behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (13/231492-22 en 13/330553-22, hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] (13/228301-22, hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] (13/231083-22, hierna: [medeverdachte 3] ), [medeverdachte 4] (13/238356-22, hierna: [medeverdachte 4] ), [medeverdachte 5] (13/232704-22 en 13/330539-22, hierna: [medeverdachte 5] ), [medeverdachte 6] (13/236931-22, hierna: [medeverdachte 6] ), [medeverdachte 7] (13/236782-22 en 13/214362-23, hierna: [medeverdachte 7] ) en [medeverdachte 8] (13/236701-22, hierna: [medeverdachte 8] ).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de officieren van justitie, mrs. A.M. Lobregt en J.H. van der Meij (hierna: de officier van justitie) en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.A.J. Purperhart, naar voren hebben gebracht.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van dat wat namens de benadeelde partij [benadeelde partij] (hierna: [benadeelde partij] ) naar voren is gebracht door zijn advocaat mr. S.C. van Bunnik.

Het onderzoek is gesloten op 8 maart 2024, waarna direct uitspraak is gedaan in de zaken van verdachte en de medeverdachten.

2 Inleiding en tenlastelegging

Op 3 september 2022 krijgen verbalisanten omstreeks 23.45 uur de opdracht te gaan naar het Nieuwlandhof in Amsterdam. Volgens de melder zou door een groep personen geweld zijn gebruikt tegen één man, waarna het slachtoffer bij het portiek van een nabijgelegen woning heeft aangebeld. Ter plaatse gekomen verbalisanten treffen [benadeelde partij] daar gewond aan. Dit is de start geweest van onderzoek Catanzaro. De verklaringen van [benadeelde partij] en nader onderzoek hebben ertoe geleid dat [verdachte] als verdachte is aangemerkt van de feiten die in de tenlastelegging zijn opgenomen.

Kort weergegeven is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich op 3 september 2022 in Amsterdam en/of Duivendrecht en/of Den Haag en/of Purmerend, althans in Nederland, samen met anderen, ten aanzien van [benadeelde partij] heeft schuldig gemaakt aan:

feit 1:

gijzeling (primair) dan wel wederrechtelijke vrijheidsberoving (subsidiair);

feit 2:

afpersing (primair) dan wel dwang (subsidiair);

feit 3:

diefstal door middel van een valse sleutel.

De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I van dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

3 Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Officier van justitie mr. N.R. Bakkenes heeft in een brief van 27 februari 2024 kenbaar gemaakt dat verdachte blijkens een verslag van de gemeentelijke lijkschouwer dr(s). A. Beijering op 25 februari 2024 is overleden. De officier van justitie wordt, gelet op artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte.

4 Beslag

Onder verdachte is een iPhone in beslag genomen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegelicht dat, van de goederen die vermeld staan op de beslaglijst, alleen nog strafrechtelijk beslag rust op de telefoon. Dit betreft de iPhone met goednummer 737759.

De rechtbank gelast de bewaring van de telefoon ten behoeve van de rechthebbende. Ten aanzien van het andere op de beslaglijst vermelde voorwerp neemt de rechtbank geen beslissing omdat het strafrechtelijk beslag daarvan al is afgehandeld volgens de officier van justitie.

5 Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] wordt, gelet op het overwogene onder 3, in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

6 Beslissingen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissingen.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-AD2R022097_737759, Apple).

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Smit, voorzitter,

mrs. G.M. van Dijk en E. Slager, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 maart 2024.