Strafrecht overig

Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Amsterdam, 12 maart 2024

Zaakgegevens

Op 12 maart 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
12 maart 2024
Datum publicatie
25 april 2024
Zaaknummer
81/162921-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:2317
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

herstelvonnis

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]herstelvonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 81.162921.22 [verdachte]

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 81/162921-22 (herstelvonnis)

Herstelvonnis gewezen naar aanleiding van het op 26 februari 2024 door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam gewezen vonnis in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortdag] 1963,

wonende op het adres [adres]

De rechtbank is na het wijzen van het vonnis in de zaak met bovengenoemd parketnummer gebleken dat in het vonnis op pagina 34 staat:

Ontzet [verdachte] van de uitoefening van het beroep van statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon als bedoeld in artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van 5 (vijf) jaar.

Dit dient te zijn:

Ontzet [verdachte] van de uitoefening van het beroep van statutair bestuurder of feitelijk bestuurder van enige rechtspersoon als bedoeld in artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht, voor de duur van 5 (vijf) jaar en 24 (vierentwintig) maanden.

Het betreft hier een kennelijke misslag.

Daarnaast is de rechtbank na het wijzen van hetzelfde vonnis gebleken dat in het vonnis op pagina 41 ten aanzien van benadeelde partij [persoon] abusievelijk is opgenomen de zin:

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Voornoemde zin dient te vervallen en ook dit betreft een kennelijke misslag.

Dit herstelvonnis is op 12 maart 2024 gewezen door

mr. A.H.E. van der Pol, voorzitter,

mrs. F.J. Lourens en H.J. Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.W.M. Steenbakkers, griffier.