Strafrecht overig
Vrijspraak van medeplegen voorbereiding plofkraak.
Rechtbank Amsterdam, 10 september 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:6106 · Rechtbank Amsterdam · 10 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2024-6106
Zaakgegevens
Op 10 september 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 september 2024
- Datum publicatie
- 8 oktober 2024
- Zaaknummer
- 13/312150-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:6106
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van medeplegen voorbereiding plofkraak.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/312150-21
Datum uitspraak: 10 september 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] .
1 Onderzoek op de zitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 27 augustus 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. E.H. de Bruijn, en van wat de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. G.S.J. van Gestel, naar voren heeft gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich, samen met anderen, op 17 juli 2021 in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan de voorbereiding van een plofkraak.
De gehele tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3 Beoordeling of verdachte het tenlastegelegde heeft begaan
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. De officier van justitie vindt dat verdachte samen met de medeverdachten voorwerpen voorhanden heeft gehad die waren bestemd tot het plegen van een plofkraak.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het tenlastegelegde zou moeten worden vrijgesproken.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat niet is bewezen dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor een plofkraak, laat staan samen met anderen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Op 17 juli 2017 omstreeks 23:17 uur gaat de politie naar [straat] in Amsterdam na een melding dat een aantal mannen zich bij een Mercedes en een Renault Clio zou ophouden. De melder had gezien dat er kentekens werden gewisseld en dat er een bijl, jerrycans en vuilniszakken in de achterbak van de Mercedes werden ingeladen. Ter plaatse ziet de politie aan de linkerzijde van de straat een Mercedes staan met een Duits kenteken en aan de rechterzijde van de straat drie mannen en een Renault Clio. Als deze mannen, te weten medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , het dienstvoertuig van de politie zien, lopen zij direct weg. De medeverdachten zijn ter plekke aangehouden.
Bij de doorzoeking van de Mercedes worden diverse goederen aangetroffen die vermoedelijk bestemd zijn voor het plegen van plofkraken. Er worden meerdere sporen veiliggesteld en onderzocht. Aan de buitenzijde van zowel een plastic tas als een vuilniszak worden dactyloscopische sporen aangetroffen die overeenkomen met vingerafdrukken van verdachte.
Daarnaast wordt in het dashboardkastje van de Mercedes een telefoon aangetroffen. Het beeldscherm en de vingerafdruksensor van deze telefoon zijn bemonsterd. Deze bemonstering bevat een relatief grote hoeveelheid DNA dat afkomstig is van verdachte.
Verdachte heeft bij de rechter-commissaris ontkend dat hij betrokken is geweest bij het tenlastegelegde.
De rechtbank is van oordeel dat op grond van de zich in het dossier bevindende gegevens, niet kan worden vastgesteld dat verdachte op 17 juli 2021 als medepleger betrokken is geweest bij de voorbereiding van een plofkraak. De sporen die naar verdachte leiden zijn op verplaatsbare sporendragers aangetroffen, terwijl niet is komen vast te staan wanneer en op welke wijze deze sporen daarop terecht zijn gekomen. Wat betreft de telefoon die in de Mercedes is aangetroffen met het DNA van verdachte daarop, geldt dat dit niet genoeg is om vast te stellen dat deze telefoon van verdachte is en/of dat hij op de hoogte was van de inhoud van die telefoon, er nog van afgezien of daaruit rechtstreekse betrokkenheid zou zijn af te leiden. Daarnaast zijn er geen andere omstandigheden vastgesteld die op betrokkenheid van verdachte kunnen wijzen. De omstandigheden die de rechtbank wel heeft kunnen vaststellen, zijn onvoldoende.
Dit houdt in dat de rechtbank het tenlastegelegde niet bewezen vindt. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.M. Berkhout, voorzitter,
mrs. J. Thomas en M. Nieuwenhuijs, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.C.A. Olsen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank van 10 september 2024.
[...]