Strafrecht overig

ISD na diefstal uit hotel.

Rechtbank Amsterdam, 6 maart 2026

Zaakgegevens

Op 6 maart 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
6 maart 2026
Datum publicatie
13 maart 2026
Zaaknummer
13-315594-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:2624
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

ISD na diefstal uit hotel.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/315594-25

Datum uitspraak: 6 maart 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1987,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in [detentie-instelling] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 februari 2026. Verdachte was daarbij aanwezig, evenals zijn raadsvrouw, mr. A. Petrescu.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.R. Bons, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 25 november 2025 schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van insluiping bij [hotel] te Amsterdam.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit bewezenverklaard kan worden op grond van onder andere de bekennende verklaring van verdachte.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van flessen whisky en snoepgoed door middel van insluiping bij [hotel] .

De rechtbank grondt deze beslissing op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Omdat verdachte het ten laste gelegde heeft bekend, wordt op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de gebruikte bewijsmiddelen. Die bewijsmiddelen zijn opgesomd in bijlage II bij dit vonnis.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

op 21 november 2025 te Amsterdam flessen whisky en snoepgoed, die geheel aan [hotel] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen flessen whisky en snoepgoed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van insluiping.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de maatregel

7.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren zonder aftrek van voorarrest.

7.2

Strafmaatverweer van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair verzocht om geen ISD-maatregel op te leggen, maar te volstaan met een gevangenisstraf. Omdat verdachte reeds ongewenst is verklaard, is plaatsing in een ISD-VRIS-regime niet passend. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de ISD-maatregel geheel voorwaardelijk op te leggen, met een proeftijd van drie jaren. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om aan verdachte de ISD-maatregel op te leggen voor de duur van één jaar.

7.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gekwalificeerde diefstal op 25 november 2025 bij [hotel] . Dit is een ergerlijke vorm van criminaliteit die tot veel ongemak en schade voor betrokkenen leidt.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 4 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor verschillende vormen van diefstal.

Rapportage

De rechtbank heeft kennisgenomen van het advies van reclassering Leger des Heils Amsterdam van 2 februari 2026, opgemaakt door [reclasseringswerker] . De reclassering heeft – kort gezegd – gerapporteerd dat het recidiverisico van verdachte als hoog wordt ingeschat. De reclassering maakt deze inschatting mede gelet op verdachtes delictverleden en de omstandigheid dat hij geen inkomen heeft. Ook is er bij verdachte sprake van problematisch middelengebruik. De reclassering heeft verder gerapporteerd dat het rechtmatig verblijf van verdachte in Nederland is beëindigd. Hierdoor kan verdachte geen aanspraak meer maken op sociale voorzieningen, waardoor het niet mogelijk is om hulpverleningsinterventies in te zetten om het risico op recidive te helpen verminderen. Op basis van het voorgaande voldoet verdachte volgens de reclassering aan zowel de harde als de zachte ISD-criteria. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een onvoorwaardelijke ISD-maatregel aan verdachte op te leggen.

De rechtbank neemt de bevindingen en conclusies van de reclassering over en maakt die tot de hare.

De op te leggen maatregel

De ISD-maatregel heeft als doel de maatschappij te beveiligen en recidive te beëindigen. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarnaast is hij gedurende vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane misdrijf ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Verdachte voldoet hierdoor aan de ‘harde’ criteria voor de ISD-maatregel.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook aan de ‘zachte’ ISD-criteria voldoet. Die houden in dat er geen reëel alternatief voor de oplegging van de ISD-maatregel bestaat. De rechtbank overweegt op basis van het hiervoor genoemde rapport dat er geen reële alternatieven voorhanden zijn om het recidiverisico in te perken. Uit het reclasseringsadvies blijkt namelijk onder meer dat een drangkader door middel van een reclasseringstoezicht – gelet op de verblijfstatus van verdachte – geen optie is. Verdachte heeft geen recht op sociale voorzieningen, waardoor geen invulling kan worden gegeven aan een reclasseringstoezicht. Daarnaast moet er op basis van het reclasseringsadvies ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Verder eist de veiligheid van personen of goederen oplegging van deze maatregel, gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank overweegt in dit verband in het bijzonder dat het door de verdediging voorgestelde alternatief van het opleggen van een gevangenisstraf, waarna verdachte in de gelegenheid wordt gesteld vrijwillig Nederland te verlaten, onvoldoende garanties biedt. Verdachte is immers al eerder teruggekeerd naar Nederland vanuit [land van herkomst] . De rechtbank heeft er geen vertrouwen in dat verdachte zijn leven in Nederland zelfstandig vorm kan en/of zal geven, waardoor de kans groot is dat hij – eenmaal in vrijheid – opnieuw diefstallen zal plegen. De rechtbank ziet in het voorgaande dan ook aanleiding om de ISD-maatregel op te leggen

Conclusie

De rechtbank zal gelet op het voorgaande aan verdachte de ISD-maatregel opleggen. Met het oog op beëindiging van de recidive van verdachte en de optimale bescherming van de maatschappij, is het van belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de (maximale) termijn van twee jaren opleggen en zal zij de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

8 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. B.C. Langendoen, voorzitter,

mrs. W.M.C. van den Berg en C.C.J. Maas-van Es, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.T. de Hertog, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 maart 2026.

[(...)]