Strafrecht overig

Vordering verlenging tbs met dwangverpleging voor de duur van 2 jaar. De tbs-gestelde is passant en wacht al…

Rechtbank Amsterdam, 5 februari 2026

Zaakgegevens

Op 5 februari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 februari 2026
Datum publicatie
24 juni 2026
Zaaknummer
13/008791-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:6413
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering verlenging tbs met dwangverpleging voor de duur van 2 jaar. De tbs-gestelde is passant en wacht al meer dan twee jaar op zijn behandeling. De rechtbank verlengt de maatregel met 1 jaar.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/008791-23

beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:

[de terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] ,

als passant verblijvende in [plaats] ) (afdeling EZV), [adres] ,

hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

Procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 december 2023 is de terbeschikkinggestelde ontslagen van alle rechtsvervolging en is aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. De maatregel is opgelegd na bewezenverklaring van mishandeling, terwijl dat feit de dood ten gevolg heeft.

Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar. De terbeschikkingstelling is ingegaan op

17 januari 2024.

De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 12 december 2025 op de openbare zitting van 5 februari 2026 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw, mr. C.B. Stenger en de officier van justitie op zitting gehoord.

Daarnaast is N. van der Esch, GZ-psycholoog, verbonden aan de instelling [de instelling] (hierna: de instelling), als deskundige gehoord.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van een advies van de instelling van 19 november 2025, als bedoeld in artikel 6:6:12 lid 1 Sv, opgemaakt door [naam] , hoofd van de inrichting.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de in de strafzaak opgemaakte dubbelrapportage van F. Verstraeten , psychiater, van 20 april 2023 en van W. Groen , GZ-psycholoog, van 18 april 2023 en van het advies van Fivoor reclassering van 18 juli 2023.

Advies

Het advies van de instelling luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

De diagnose

De terbeschikkinggestelde is een 39-jarige man, die is geclassificeerd met een bipolaire-I stoornis met recidiverende manische ontregelingen en een stoornis in het gebruik van alcohol.

De risicotaxatie en het risicomanagement

De laatste risicotaxatie dateert van 2023. Ten tijde van het delict was sprake van een manische ontregeling en had de terbeschikkinggestelde overmatig alcohol gedronken. Buiten deze episoden is er geen sprake van agressie. Hij wordt door de hulpverlening als een vriendelijke man beschreven.. Het risico op herhaling van delictgedrag werd zonder behandeling ingeschat als hoog indien de terbeschikkinggestelde manisch (-psychotisch) decompenseert en daarbij/daardoor alcohol drinkt. Behandeling gericht op bovenstaande factoren heeft tot op heden niet plaatsgevonden en wordt noodzakelijk geacht om het risico op herhaling terug te dringen. De terbeschikkinggestelde is tot op heden medicatietrouw maar nog steeds is sprake van sterke fluctuaties in stemming van depressie naar manie.

De voorkeur heeft de terbeschikkinggestelde in te stellen op medicatie in depotvorm.

De behandeldoelen en het behandelverloop

De terbeschikkinggestelde is bij [de instelling] aangemeld voor diagnostiek en behandeling van agressief delictgedrag. Een langdurige klinische behandeling voor de bipolaire I stoornis met medicamenteuze behandeling wordt noodzakelijk geacht. De prognose is dat in het aankomende jaar zijn behandeling kan starten. Er zal aangevangen worden met een gedegen diagnostische fase. Ook moet een risicotaxatie en een delictanalyse opgesteld worden. Binnen de behandeling is het van belang het ziekte-inzicht te vergroten, inzicht te krijgen in de factoren die een manische episode kunnen luxeren en de terbeschikkinggestelde de noodzaak van behandeling te doen inzien. Optimalisering van het medicatiebeleid is nodig om de stemming te stabiliseren, wat naar verwachting enige tijd in beslag zal gaan nemen. Tevens dient het middelengebruik een belangrijk punt van aandacht te zijn in de behandeling evenals een zinvolle dagbesteding met aandacht voor het afbetalen van zijn schulden. De partner van de terbeschikkinggestelde dient bij de behandeling betrokken te worden en aan hen moet begeleiding worden geboden. Het sociale netwerk dient bekeken en uitgebreid te worden. De instelling adviseert een verlenging van de TBS met dwangverpleging met 2 jaar om aan bovenstaande doelen te kunnen werken.

De deskundige heeft het advies op de zitting bevestigd en waar nodig aangevuld. Er is sprake van een schrijnende situatie omdat de terbeschikkinggestelde al ruim twee jaar op behandeling wacht. Volgens de laatste update van de plaatsingscommissie is er binnen zes maanden zicht op plaatsing bij de instelling. Zij meent dat op grond van de in 2023 gestelde diagnose en het te verwachten behandeltraject een verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar nodig zal zijn. Zelfs met de inzet die de terbeschikkinggestelde toont, zal de behandeling tijd kosten omdat sprake is van hardnekkige problematiek. Eenmaal in behandeling is bovendien tijd nodig voor de opbouw van vrijheden.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat de termijn van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging moet worden verlengd met twee jaar. Hoewel het tragisch is dat de terbeschikkinggestelde zo lang op zijn behandeling moet wachten, is aan de voorwaarden voor verlenging voldaan.

De advocaat van de terbeschikkinggestelde heeft de rechtbank - gezien de stand van zaken en de in de strafzaak opgemaakte adviesrapportages - primair verzocht de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar te verlengen en deze direct voorwaardelijk te beëindigen. De situatie is schrijnend maar het gaat wel beter met de terbeschikkinggestelde. Hij werkt mee aan de behandeling die op de EZV van [bedrijf] wordt aangeboden en neemt zijn medicatie in. Het verlengingsadvies is opgesteld door een kliniek waar hij nog niet in behandeling is en bovendien gebaseerd op een oude diagnosestelling en risico-taxatie. Fivoor reclassering heeft in de strafzaak geadviseerd om de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. Dit hebben de pro-justitie rapporteurs destijds serieus in overweging genomen.

Er bestond overeenstemming over een langdurige klinische opname. Enkel omdat sprake was van psychische ontregelingen werd getwijfeld of de terbeschikkinggestelde zich aan de voorwaarden zou kunnen conformeren. Inmiddels is het twee jaar later en verblijft de terbeschikkinggestelde niet meer in het PPC, maar op de EZV afdeling van [bedrijf] . Dit bevestigt dat sprake is van is van een verbetering. Ondanks de stemmingswisselingen draait hij goed mee op de afdeling. Er is geen sprake van manische ontregeling. Kort geleden heeft de terbeschikkinggestelde toegezegd mee te werken aan het optimaliseren van zijn medicatie. Naast het monitoren van de inname van medicatie was ook het abstinent blijven van alcohol een reden voor langdurige behandeling. Inmiddels is de terbeschikkinggestelde al drie jaar abstinent. De stilstand enerzijds en de ontwikkelingen anderzijds maken dat de verdediging zich op het standpunt stelt dat behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden afdoende zou moeten zijn om het recidiverisico te kunnen hanteren.

Subsidiair verzoekt de raadsvrouw de behandeling van de vordering aan te houden om een maatregelrapport te laten opstellen door de reclassering over de haalbaarheid van een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Meer subsidiair verzoekt de raadsvrouw de rechtbank de verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging tot één jaar te beperken.

De terbeschikkinggestelde heeft op zitting verklaard dat hij het niet eens is met een verlenging van de maatregel met twee jaar. Hij is van mening dat hij zich buiten de terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal kunnen handhaven en dat geen sprake is van recidivegevaar.

Beoordeling

De rechtbank heeft kennisgenomen de stukken en komt, ook op grond van hetgeen is besproken ter zitting, tot het volgende oordeel.

De terbeschikkinggestelde wacht op dit moment ruim twee jaar op behandeling in het kader van de aan hem opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Het adviesrapport van de instelling betreft een algemeen advies over het te verwachten beloop van de tbs-maatregel, maar is niet gebaseerd op recent diagnostisch onderzoek. Evenmin is sprake van een delictanalyse en van een recente risicotaxatie.

De beperkt beschikbare actuele informatie bemoeilijkt de beoordeling van de onderhavige verlengingsvordering. De rechtbank acht niettemin op basis van de informatie die wel in het dossier beschikbaar is en op basis van de psychiatrische voorgeschiedenis van de terbeschikkinggestelde, op dit moment voldoende vast te stellen dat:

- nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde. Op grond van de in april 2023 omtrent de terbeschikkinggestelde opgemaakte pro justitia rapportages, stelt de rechtbank vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een bipolaire-I stoornis en een stoornis in alcoholgebruik;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd. Het recidiverisico moet nog steeds gelden als hoog nu nog geen klinische behandeling heeft plaatsgevonden.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van het in juli 2023 opgemaakte rapport van Fivoor reclassering met het advies aan de destijds verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. De rechtbank heeft in het vonnis uiteengezet waarom zij dit advies niet heeft overgenomen. De situatie lijkt gedurende de afgelopen tweeënhalf jaar te zijn gewijzigd en gestabiliseerd. Op grond van informatie van [bedrijf] maakt de rechtbank op dat de terbeschikkinggestelde behandelmodules heeft gevolgd, die hebben geleid tot meer ziekte-inzicht, dat hij zijn medicatie inneemt volgens voorschrift en al drie jaar abstinent is van alcohol. Er is sprake van een psychisch meer stabiele situatie. Gezien het bovenstaande en gelet op het feit dat nog steeds geen sprake is van een klinische behandeling, doet de vraag zich voor of de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging nog de juiste weg is om in te zetten. De rechtbank vindt het primaire verzoek van de raadsvrouw invoelbaar.

Voor de huidige verlengingszitting is echter geen maatregelrapport opgevraagd. Zonder een maatregelrapport kan de rechtbank de tbs-maatregel niet voorwaardelijke beëindigen, zodat de rechtbank dit verzoek afwijst.

De rechtbank ziet ook geen aanleiding om de behandeling van de vordering voor de duur van drie maanden aan te houden om een maatregelrapport op te laten stellen. Deze periode is te kort om zich afdoende door de reclassering (en overige instanties en/of deskundigen) te kunnen laten inlichten.

Hoewel het aannemelijk is dat de behandeling van de ter beschikking gestelde meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, ziet de rechtbank onder de hiervoor geschetste omstandigheden aanleiding om de maatregel, te verlengen met één jaar. De verwachting is dat de terbeschikkinggestelde over ongeveer zes maanden kan worden geplaatst in de instelling. De rechtbank gaat ervan uit dat het dan mogelijk is dat over een jaar diagnostiek heeft plaatsgevonden en dat een actuele risicotaxatie beschikbaar is.

De rechtbank verwacht dat op dat moment dan ook de mogelijkheid kan worden onderzocht van een voorwaardelijke beëindiging. De rechtbank wenst de situatie op basis van een actuele rapportage te beoordelen en gaat ervan uit dat, indien de instelling aanknopingspunten ziet voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, zo mogelijk een maatregelrapport zal worden voorbereid.

De rechtbank zal daarom de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar verlengen.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging;

- wijst af het verzoek om aanhouding van de behandeling van de vordering om een maatregelrapport te laten opstellen;

- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met ÉÉN jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. A.S. Dogan, voorzitter,

mrs. A.A. Spoel en D.M.S. Gribling rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.M.E. Leyten, griffier

en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.

Tegen de beslissing staat voor het Openbaar Ministerie hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van deze beslissing.