Strafrecht overig

Een 25-jarige man wordt veroordeeld voor een gewapende overval op de [fastfoodketen] in Amsterdam. Verdachte…

Rechtbank Amsterdam, 18 juni 2026

Zaakgegevens

Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
18 juni 2026
Datum publicatie
8 juli 2026
Zaaknummer
13/066901-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:6952
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Een 25-jarige man wordt veroordeeld voor een gewapende overval op de [fastfoodketen] in Amsterdam. Verdachte heeft daarbij een medewerker met een mes bedreigd. Hij krijgt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel zijn bijzondere voorwaarden verbonden.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/066901-26

Datum uitspraak: 18 juni 2026

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren in het [geboorteland] , op [geboortedag] 2000,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in: [detentieadres] ,

hierna: verdachte.

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 juni 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.R. Bons, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. T.S. Finken, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een gewapende overval op de [fastfoodketen] (hierna: [fastfoodketen] ) in Amsterdam op 3 maart 2026.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3 Waardering van het bewijs

De officier van justitie stelt dat het tenlastegelegde kan worden bewezen. Verdachte

heeft het tenlastegelegde feit bekend en nadien is door de raadsman geen vrijspraak

bepleit.

De rechtbank acht de feiten bewezen zoals hierna in rubriek 4 weergegeven, op grond van de in bijlage II opgesomde bewijsmiddelen. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 3 maart 2026 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 210,- euro aan [fastfoodketen] , vestiging [adres] , welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door te zeggen dat hij geld wilde en daarbij een keukenmes / vleesmes aan die [slachtoffer] te tonen;

Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met daarbij de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd.

7.2.

Strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om als bijzondere voorwaarde ook een ambulante behandeling op te nemen, voor zover de reclassering dat nodig acht. Verdachte is mede door psychische instabiliteit tot zijn delictgedrag gekomen en behandeling is nodig om recidive te voorkomen. De door de reclassering geadviseerde ambulante begeleiding volstaat daarin niet. Ook heeft de raadsman verzocht om aan verdachte een lagere straf op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op de [fastfoodketen] . Verdachte is met een mes in zijn hand over de toonbank gesprongen, waarna de kassamedewerkster op de vlucht is geslagen. Vervolgens heeft verdachte met het mes in zijn hand aan het slachtoffer duidelijk gemaakt dat hij geld wilde, waarna het slachtoffer de kassalade heeft geopend en verdachte er met het geld vandoor is gegaan. Dat dit een beangstigende situatie is geweest blijkt ook uit de verklaring van het slachtoffer, waarin hij heeft aangegeven dat hij stijf stond van de spanning. Verdachte heeft verklaard dat hij de overval heeft gepleegd omdat hij geld nodig had. Dit baart de rechtbank zorgen, aangezien verdachte momenteel dakloos is, geen inkomen heeft en kennelijk gemakkelijk overgaat tot het plegen van ernstige strafbare feiten.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 15 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten.

Straf

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten, ofwel de afspraken die gerechten onderling maken over gelijke bestraffing van soortgelijke zaken. Deze oriëntatiepunten gaan bij een overval op een bedrijf, gepaard gaande met bedreiging, uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren. De rechtbank vindt dit een passende straf, maar is ook van oordeel dat een voorwaardelijk strafdeel nodig is. Enerzijds als stok achter de deur voor verdachte, anderzijds zodat hij passende hulp en begeleiding kan ontvangen om zo recidive te voorkomen. Het delictgedrag van verdachte lijkt immers in grote mate samen te hangen met zijn huidige situatie. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. Aan het voorwaardelijke deel van de straf zal de rechtbank als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij reclassering, ambulante begeleiding en dagbesteding verbinden. Daarbij legt de rechtbank als extra bijzondere voorwaarde ambulante behandeling op, indien en voor zover de reclassering dat nodig acht. Zo is er ruimte om aan de psychische problematiek van verdachte te werken, die eveneens lijkt bij te dragen aan zijn delictgedrag.

8 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

  • 14 STKS geld (Omschrijving: PL1300-2026053386-6782305, 7x 20 euro 7x 10 euro: totaal 210 euro)

  • 1 STK fleecejack (Omschrijving: BZBA0656, fleecejack zwart)

  • 1 STK handschoen (Omschrijving: BZBA0659, handschoen zwart)

  • 1 STK mes (Omschrijving: BZBA0664, zilverkleurig koksmes)

Verbeurdverklaring

Het mes en de handschoen behoren aan verdachte toe. Nu met behulp van die voorwerpen het bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Teruggave aan de rechthebbende, te weten [fastfoodketen]

Gelast de teruggave van het geld aan [fastfoodketen] .

Teruggave aan verdachte

Gelast de teruggave van het fleecejack aan verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, groot 8 (acht) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd voor de duur van 2 (twee) jaren vast.

Tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

De tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- Meldplicht bij reclassering

dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering van het Leger des Heils, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak;

- Ambulante begeleiding

dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door E25 of een soortgelijke instantie, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt. De begeleiding start zo snel mogelijk. De instantie bepaalt de wijze van begeleiding. De begeleiding is gericht op de praktische- en/of andere problematiek;

- Ambulante behandeling

dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, indien en zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is in ieder geval gericht op emotieregulatie en het beheersen van impulsiviteit;

- Dagbesteding

dat veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van (betaald) werk en vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht.

Beslag

Verklaart verbeurd:

  • 1 STK handschoen (Omschrijving: BZBA0659, handschoen zwart);

  • 1 STK mes (Omschrijving: BZBA0664, zilverkleurig koksmes).

Gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten [fastfoodketen] , van:

14 STKS geld (Omschrijving: PL1300-2026053386-6782305, 7x 20 euro 7x 10 euro: totaal 210 euro).

Gelast de teruggave aan verdachte van:

1 STK fleecejack (Omschrijving: BZBA0656, fleecejack zwart).

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.C.J. Maas-van Es, voorzitter,

mrs. A.M. Grüschke en A.M. Timorason, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. A.V. Koppelman en B.L. Briejer, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 juni 2026.

[…]

[…]

[…]

[…]