Strafrecht overig

Verzoek tussentijdse toetsing ISD. De rechtsbank stelt vast dat beëindiging van de maatregel zal leiden tot…

Rechtbank Amsterdam, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
27 juli 2026
Zaaknummer
13/133491-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7685
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek tussentijdse toetsing ISD. De rechtsbank stelt vast dat beëindiging van de maatregel zal leiden tot onveiligheid, (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. De rechtbank is bovendien van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt, waardoor voortzetting van de ISD-maatregel niet zinvol meer is. De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/133491-25 (tussentijdse toetsing)

Deze rechtbank heeft op 15 augustus 2025 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[de veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

laatst opgegeven adres [adres] ,

nu gedetineerd in de [penitentiaire inrichting] .

Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

  • het vonnis van deze rechtbank van 15 augustus 2025;

  • het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van de veroordeelde en zijn raadsvrouw mr. S.R. den Toonder om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van 15 mei 2026;

  • een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 15 juni 2026;

  • de stand van uitvoering van het verblijfsplan van 7 juli 2026;

De rechtbank heeft op 14 juli 2026 de officier van justitie mr. R. Willemsen, veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. S.R. den Toonder, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige

[deskundige] , verbonden aan de [penitentiaire inrichting] , op de openbare terechtzitting gehoord.

Beoordeling

Verloop van het ISD-traject

Uit voornoemde stand van uitvoering van het verblijfsplan van 7 juli 2026 blijkt onder meer het volgende.

Veroordeelde heeft op 13 april 2023 een terugkeerbesluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst ontvangen. Hij heeft inmiddels ook een zwaar inreisverbod voor de duur van tien jaar gekregen. Omdat veroordeelde geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland, heeft hij een Vreemdelingen ISD-status. Hij heeft meegewerkt aan vertrekgesprekken met de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V), maar hij heeft ook bij herhaling aangegeven niet vrijwillig te zullen meewerken aan een terugkeer naar Algerije. Ook heeft hij aangegeven dat hij – bij uitzetting naar Algerije – weer zal terugkeren naar Europa om naar Duitsland of Frankrijk te vertrekken. Het is niet duidelijk hoe veroordeelde zijn toekomst wenst in te vullen. Inmiddels is zowel een vrijwillige als een gedwongen terugkeer mogelijk, omdat er op 23 mei 2026 door de Algerijnse autoriteiten een toezegging voor een laissez-passer is gedaan. Vanwege zijn verslavingsproblematiek is veroordeelde aangemeld bij Stichting [naam stichting] en hij is in contact met een GZ-psycholoog vanwege zijn psychosociale problematiek. Voorts staat veroordeelde op de wachtlijst bij organisatie [naam organisatie] voor cultureel forensische zorg.

Vooralsnog richt DT&V zich op uitzetting op de einddatum van de ISD-maatregel. Als de ISD-maatregel voortijdig eindigt, dan biedt een beëindiging die pas ingaat op het moment van het daadwerkelijke – door DT&V georganiseerde – vertrek de meeste waarborg dat veroordeelde ook daadwerkelijk vertrekt. Bij opheffing van de maatregel zal veroordeelde in de illegaliteit verdwijnen. Vanwege zijn vreemdelingenstatus kan hij geen aanspraak maken op sociale voorzieningen. Hij kan niet voldoen aan de identiteitsplicht en aan hem is een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar uitgevaardigd. Het verblijf van veroordeelde in Nederland is daarom strafbaar. Het recidiverisico blijft dan ook onverminderd hoog, reden waarom voortzetting van de ISD-maatregel wordt geadviseerd.

De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd. Zij heeft aangevuld dat er wordt gekoerst op vroegtijdige beëindiging van de ISD-maatregel door de minister op het moment waarop veroordeelde daadwerkelijk wordt uitgezet. De Algerijnse autoriteiten hebben de toezegging gedaan om een laissez-passer af te geven. Zodra er een vertrekdatum bekend is, wordt de laissez-passer afgegeven. Die is 45 dagen geldig.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel. Het doel van bescherming van de maatschappij wordt nog steeds gediend met de voortzetting van de ISD-maatregel. Zolang de maatregel loopt, kan veroordeelde profiteren van scholing, begeleiding en behandeling. Er is een groot risico dat veroordeelde in de illegaliteit verdwijnt als de maatregel wordt beëindigd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er op het gebied van behandeling en invulling van de ISD-maatregel niets is gebeurd en ook niets gaat gebeuren, in verband met uitval van een behandelaar. Het is onduidelijk op welke wijze dergelijke behandelingen zullen bijdragen aan de resocialisatie in het land van herkomst. Ook volgt uit het vonnis niet dat de behandelingen noodzakelijk zijn. Veroordeelde heeft aangegeven terug te willen keren naar Algerije. De raadsvrouw verzoekt daarom om de ISD-maatregel op te heffen, op voorwaarde dat veroordeelde vertrekt uit Nederland.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Wetboek van Strafrecht (Sr) is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.

Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de zitting stelt de rechtbank vast dat beëindiging van de maatregel zal leiden tot onveiligheid, (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Veroordeelde verblijft onrechtmatig in Nederland en moet terugkeren naar Algerije. Hij kan vanwege zijn vreemdelingenstatus geen aanspraak maken op sociale voorzieningen en er is sprake van verslavingsproblematiek. Hoewel veroordeelde medewerking heeft verleend aan de vertrekgesprekken, heeft hij bij herhaling aangegeven niet te zullen meewerken aan zijn terugkeer naar Algerije en geeft hij aan in Europa te willen verblijven. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is om het als hoog ingeschatte recidiverisico in te perken en de maatschappij optimaal te beschermen.

De rechtbank is bovendien van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt, waardoor voortzetting van de ISD-maatregel niet zinvol meer is (Vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:886). Integendeel; het is juist veroordeelde die de beëindiging van de ISD-maatregel kan bespoedigen door zijn medewerking te verlenen aan de uitzetting.

Daarom wordt als volgt beslist.

Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.P.E. Meewisse, voorzitter,

mrs. J.O. Rutten en I. Timmermans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. Willeboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juli 2026.