Strafrecht overig
Een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een…
Rechtbank Amsterdam, 4 mei 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7995 · Rechtbank Amsterdam · 4 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2026-7995
Zaakgegevens
Op 4 mei 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 mei 2026
- Datum publicatie
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 13/291599-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7995
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uren voor handel in cocaïne.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/291599-22
Datum uitspraak: 4 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
wonende op het adres [adres 1] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N. Levinsohn, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. H.J. Oosterhagen, naar voren hebben gebracht.
2 Inleiding
Het onderzoek Prepa is gestart naar aanleiding van bevindingen uit het onderzoek Argus. In het onderzoek Argus zijn versleutelde berichten verzonden via aanbieder SkyECC beschikbaar gekomen en (deels) leesbaar gemaakt. Uit die berichten zijn diverse nieuwe verdenkingen ontstaan. In deze zaak richt het onderzoek zich op SkyECC-account met de naam [naam account 1] . Op basis van de berichten die van en naar dit account zijn verzonden, heeft de politie het vermoeden gekregen dat de gebruiker van SkyECC-account [naam account 1] heeft gehandeld in harddrugs. Verdachte heeft verklaard dat zij de gebruiker was van het account [naam account 1] .
3 Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan
-
medeplegen van opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of opzettelijk aanwezig hebben van 1 kilo cocaïne, op 27 mei 2020 in Amsterdam;
-
medeplegen van poging tot verkopen, verstrekken en/of afleveren van 9 kilo cocaïne, op 28 mei 2020 in Amsterdam;
-
medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van 4 kilo cocaïne, op 28 mei 2020 in Amsterdam;
-
medeplegen van eenvoudig witwassen van € 25.000,-, op 27 mei 2020 in Amsterdam;
-
opzettelijk aanwezig hebben van 526,5 gram hennep, op 12 juli 2022 in Aalsmeer.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
4 Waardering van het bewijs
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten kunnen worden bewezen. Ten aanzien van feiten 1 tot en met 4 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen en dat daarom sprake is geweest van medeplegen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van feiten 1 tot en met 4 moet worden vrijgesproken, omdat de rol van verdachte van onvoldoende gewicht is geweest om als medepleger te kunnen worden aangemerkt. Ten aanzien van feit 5 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat hetgeen dat bij verdachte is aangetroffen volgens verdachte geen henneptoppen waren, maar knipafval.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank vindt de tenlastegelegde feiten bewezen. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.
Feiten 1 tot en met 4
Feiten en omstandigheden
Verdachte heeft verklaard dat zij de gebruiker is geweest van SkyECC-account [naam account 1] en dat zij ook wel de naam [naam 2] gebruikte. In een groepschat met de naam [naam chat] worden op 26 mei 2020 de volgende berichten gestuurd.
|
Message |
Date |
Sent by |
|
Ik heb iemand die heeft interesse in die zonder stempel |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Tussen de 7 a 10 kg hebben ze nodig, morgenvroeg |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
De coca pasta (uit Col) komt in NLD aan. Ze hebben hier een lab waar een chemico uit Col van de pasta dan de blokken maakt. |
2020-05-26 |
[naam account 2] |
|
Je had 25,5 gezegd toch of 25 [naam 2] |
2020-05-26 |
[naam chat] |
|
We hebben het getest en in de lepel kookt het mooi uit. Ik weet even niet het getal. Maar met uurtje wel als [naam 1] teurg is. |
2020-05-26 |
[naam account 2] |
|
Kan het bij hem thuis in [plaats] ? Of wat heb je liever? Is fam van mij |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Ja heb gezegd dat ik het voor 25 krijg |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Hij sou graag morgenvroeg willen en kan hij eerst 1 brengen of hoe gaat het? Ze betalen direct |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Bij goed nemen ze het over |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
11u toch? |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Ja zeker, hij wilde tussen 9-10 en heb 11u doorgegeven. Ik moet dan opschieten morgenvroeg |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Ja ik weet ff alleen huisnummer, anders spreken we bij [foodketen] [plaats] af en rij ik wel voor |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Is dat een idee? |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Oke en die zoete geur, was dit soort fruit geur? |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Vragen ze namelijk |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Oke heb het doorgegeven en een vriend van hem haalt ook pasta binnen en maken er blok van |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Kleur busje aub [naam 2]? |
2020-05-26 |
[naam chat] |
|
Donkerbruin |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
|
Hij zal er mogen zijn om 11:00. Kleine beige Hyundai |
2020-05-26 |
[naam account 2] |
|
Dan rijdt hij achter me aan |
2020-05-26 |
[naam account 1] |
Op 27 mei 2020 worden in dezelfde groepschat de volgende berichten gestuurd.
|
Message |
Date |
Sent by |
|
Hij is onderweg. |
2020-05-27 |
[naam account 2] |
|
Op iedere hoek staat politie |
2020-05-27 |
[naam account 1] |
|
Denk niet dat dit veilig is… kan hij naar [adres 2] komen, ik wacht op parkeer |
2020-05-27 |
[naam account 1] |
|
Update; de mannen hebben betaald en gaan nu weg want was hier geen weegschaal |
2020-05-27 |
[naam account 1] |
|
Maar. Die ene die hij mee had. Die is verkocht dus |
2020-05-27 |
[naam account 2] |
|
Ja geld heeft hij in tas en we hebben alles geteld |
2020-05-27 |
[naam account 1] |
|
Morgen 11u komt hij de rest brengen, hij is al een tijd weg en ik zit nog te wachten op de 3k voorschot |
2020-05-27 |
[naam account 1] |
|
Ik zit hier nog te wachten op de aanbetaling en ga dan rijden. De hoeveelheid krijg ik nog precies door, kan 7 zijn maar kan ook 9 zijn |
2020-05-27 |
[naam account 1] |
Vervolgens worden de volgende berichten op 28 mei 2020 gestuurd.
|
Message |
Date |
Sent by |
|
Ik ben er |
2020-05-28 |
[naam account 1] |
|
Die mensen zijn er ook |
2020-05-28 |
[naam account 1] |
|
Als het geld hier is dan gooi ik het in de telmachine en laat ik het je weten. |
2020-05-28 |
[naam account 1] |
|
Help |
2020-05-28 |
[naam account 1] |
|
4 stuks weg |
2020-05-28 |
[naam account 1] |
|
Er kwam iemand geld brengen en ging bij telmachine zitten en ipv geld kwam er een pistool uit, gooide de tas naar de andere en ineens hadden ze alle 3 een pistool. We moesten liggen op de grond en werden met tieribs vastgemaakt op onze rug. |
2020-05-28 |
[naam account 1] |
Verdachte heeft – kort samengevat – verklaard dat voor de verkochte kilo cocaïne € 25.000,- is betaald. Zij zou zelf ook betaald krijgen voor haar rol. Op 28 mei 2020 zou ook cocaïne worden verkocht, maar dat is niet gelukt omdat tijdens de overdracht een gewelddadige beroving heeft plaatsgevonden waarbij vier kilo cocaïne is meegenomen. Verdachte heeft verder verklaard dat zij de berichten heeft gestuurd in opdracht van haar vader. Zij wilde erkenning van hem en is daardoor bij de feiten betrokken geraakt.
De vader van verdachte heeft verklaard dat hij zijn dochter niet heeft gevraagd om cocaïne te regelen.
Bewijsoverwegingen
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte als medepleger één kilo cocaïne heeft vervoerd, afgeleverd en heeft verkocht (feit 1). Zij heeft namens de verkopende partij een datum en tijd afgesproken met de kopende partij en een prijs afgesproken. Vervolgens heeft verdachte de bij de verkoop betrokken [naam 1] naar de plek geleid waar de verkoop heeft plaatsgevonden, is zij bij de verkoop aanwezig geweest en heeft zij het geld ontvangen en geteld. Door het ontvangen van geld dat verdiend is met haar handel in cocaïne, heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan eenvoudig witwassen (feit 4).
Daarnaast is de rechtbank op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte als medepleger heeft gepoogd om een hoeveelheid cocaïne te verkopen en dat zij vier kilo cocaïne aanwezig heeft gehad (feit 2 en feit 3). Verdachte heeft ook voor deze beoogde verkoop een datum en tijd afgesproken, is naar de locatie van de verkoop toegegaan en uit de berichten blijkt dat het haar rol was om het geld te tellen. De rechtbank kan ten aanzien van feit 2 op basis van de berichten niet vaststellen hoeveel cocaïne zou worden overgedragen. De rechtbank zal daarom een hoeveelheid cocaïne bewezen verklaren.
Ten aanzien van het medeplegen merkt de rechtbank op dat bovengenoemde rol van verdachte van zodanig gewicht is geweest dat verdachte telkens kan worden aangemerkt als medepleger. Verdachte heeft – zoals hiervoor besproken – de verkopende en kopende partij bij elkaar gebracht en is bij zowel de voltooide verkoop als de beoogde verkoop aanwezig geweest. Verdachte had hiermee een cruciale rol bij de feiten.
De verklaring van verdachte dat zij enkel de berichten in opdracht van haar vader heeft gestuurd, wordt niet ondersteund door het dossier, waaronder de verklaring van haar vader. De betrokkenheid van verdachte ging bovendien veel verder dan uitsluitend het versturen van berichten. De gedragingen van verdachte vallen daarom – anders dan de verdediging heeft aangevoerd – niet slechts als ondersteunend (in de zin van medeplichtigheid) aan te merken.
Voorwaardelijk verzoek
De verdediging heeft verzocht om bij een bewezenverklaring van medeplegen in de gelegenheid te worden gesteld om [naam 1] te horen over de rol van verdachte. Het verzoek om [naam 1] te horen is door de rechtbank op 19 juni 2025 reeds toegewezen onder de voorwaarde dat de identiteit van [naam 1] eenvoudig zou kunnen worden achterhaald. Op 3 juli 2025 heeft het openbaar ministerie aan de verdediging laten weten dat de identiteit van [naam 1] niet kon worden achterhaald. Sindsdien zijn geen nadere gegevens bekend geworden waarmee de identiteit van [naam 1] kan worden achterhaald. De opmerking ter terechtzitting van de raadsman dat niet naar de juiste familierelatie zou zijn gekeken, brengt hierin geen verandering. Het voorwaardelijke verzoek om [naam 1] te horen wordt daarom afgewezen.
Feit 5
Feiten en omstandigheden
Op 12 juli 2022 is de woning van verdachte doorzocht. In de slaapkamer, woonkamer en tuinhuis van verdachte is groen spul aangetroffen. Twee verbalisanten hebben de substantie aan de kleur, geur en het uiterlijk herkend als hennep. Het totaalgewicht was 526,5 gram.
Beoordeling
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de aangetroffen goederen in de slaapkamer van verdachte kunnen worden gekwalificeerd als hennep, zijnde een middel als bedoeld in de Opiumwet. Uit het dossier blijkt niet dat de hennep is gewogen zonder het verpakkingsmateriaal, waardoor de rechtbank het precieze gewicht van de hennep niet kan vaststellen. De rechtbank zal daarom een hoeveelheid hennep bewezen verklaren.
5 Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
Ten aanzien van feit 1:
op 27 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd, ongeveer 1 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Ten aanzien van feit 2:
op 28 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en haar mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk een hoeveelheid cocaïne te verkopen en af te leveren, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,
- op 27 mei 2020 1 kilogram cocaïne hebben verkocht en
- met die kopers van die 1 kilogram cocaïne gesprekken hebben gevoerd en afspraken hebben gemaakt over de verkoop en aflevering van cocaïne en
- met betrekking tot die cocaïne een prijs zijn overeengekomen en
- met betrekking tot die cocaïne een tijdstip en locatie voor een overdracht zijn overeengekomen en
- in het bezit van 4 kilo cocaïne naar de overeengekomen locatie zijn gegaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Ten aanzien van feit 3:
op 28 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Ten aanzien van feit 4:
zij op of omstreeks 27 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, enig geldbedrag van in totaal 25.000 euro heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl zij, verdachte en haar mededaders wisten dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf;
Ten aanzien van feit 5:
op 12 juli 2022 te Aalsmeer, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
6 De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
7 De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8 Motivering van de straffen
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de proceshouding van verdachte, de omstandigheid dat verdachte first offender is, de samenhang tussen de feiten en de omstandigheid dat de redelijke termijn is geschonden. De verdediging verzoekt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich bezig gehouden met de handel in grote hoeveelheden cocaïne. Verdachte heeft dat samen met anderen gedaan, en heeft hierin een cruciale rol gehad. Cocaïne handel heeft een grote ontwrichtende invloed op de samenleving; niet alleen op het gebied van gezondheid en welzijn, maar ook op de veiligheid en het financiële stelsel. Drugsgebruik is namelijk niet alleen schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers ervan, maar gaat ook veelvuldig gepaard met diverse vormen van (zware) criminaliteit, met veel geweld, schade en overlast als gevolg. Veel liquidaties in het criminele circuit, zijn direct of indirect het gevolg van conflicten in de wereld van de drugshandel.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening met de LOVS-oriëntatiepunten, die rechters hanteren bij de straftoemeting. Voor alleen al het aanwezig hebben van 4 kilogram cocaïne is het landelijke oriëntatiepunt 12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte slachtoffer is geworden van een gewelddadige beroving. Verdachte is daardoor getraumatiseerd en is na de misgelopen deal bedreigd, omdat zij de schade niet kon terugbetalen. Ook houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de opbrengsten van deze deal voor verdachte gering waren en dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven en het laakbare van haar gedrag inziet. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verdachte zich sinds de ten laste gelegde feiten, bijna zes jaar geleden, met strafbare feiten heeft beziggehouden. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat sprake is van meerdaadse samenloop van de feiten.
De rechtbank heeft ook gekeken naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte die blijken uit het reclasseringsadvies van 4 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte een belaste jeugd heeft gehad, waarbij haar ouders niet voor haar konden zorgen en zij uit huis is geplaatst. Verdachte heeft haar ouders pas jaren later leren kennen. Ter terechtzitting heeft verdachte daarover verklaard dat zij de ten laste gelegde feiten heeft begaan om erkenning te krijgen van haar vader. Het herhalingsgevaar wordt als laag ingeschat.
Anders dan de verdediging vindt de rechtbank dat de ernst van de zaak en het gelijkheidsbeginsel met zich brengen dat in ieder geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de orde is. De rechtbank kiest voor een combinatie van gevangenisstraf en een taakstraf om de gevangenisstraf niet van al te lange duur te laten zijn en de ernst van de feiten wel tot uiting te brengen.
De rechtbank vindt in beginsel een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uren passend voor deze feiten en omstandigheden.
De rechtbank stelt echter vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van strafzaken als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. De redelijke termijn vangt aan vanaf het moment dat ten aanzien van een verdachte een handeling is verricht waaraan zij in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen haar voor een bepaald strafbaar feit strafvervolging zou worden ingesteld. In dit geval oordeelt de rechtbank dat deze handeling is verricht op het moment dat verdachte in verzekering is gesteld. Dat was op 12 juli 2022. Wanneer geen sprake is van bijzondere omstandigheden geldt als uitgangspunt dat de redelijk termijn tussen de aanvang daarvan en het wijzen van een vonnis in eerste aanleg twee jaar duurt. De rechtbank ziet in onderhavige zaak geen aanleiding om te oordelen dat er bijzondere omstandigheden zijn die de overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen. Nu in mei 2026 vonnis wordt gewezen, is de redelijke termijn met twee jaar overschreden. De rechtbank compenseert verdachte voor deze overschrijding door de hiervoor genoemde gevangenisstraf te verlagen naar 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast wordt dus ook een taakstraf van 240 uur opgelegd.
9 Beslag
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
-
3200 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210697);
-
28 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210700);
-
180 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210703);
-
148,35 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210705);
-
255 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210706);
-
88,9 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210708);
-
50 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210712);
-
242,05 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210713);
-
5 EGP; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210704);
-
54300 ALL; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210547);
-
1 STK Hennep; 2,2 g (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210628);
-
1 STK Hennep; 522,1 g (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210633);
-
1 STK Hennep; 2,2 g (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210691);
-
1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210529, Wit);
-
1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210533, Bruin);
-
1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210536);
-
1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210539, Bruin);
-
5 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210540, Groen, merk: Pillen);
-
2 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210542 Blauw, merk: Pillen);
-
1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210543).
Onttrekking aan het verkeer
De verdovende middelen, zoals vermeld op de beslaglijst onder 11 t/m 20, behoren aan verdachte toe en worden onttrokken aan het verkeer. De strafbare feiten zijn hiermee gepleegd en het ongecontroleerde bezit ervan is in strijd met de wet.
Retour verdachte
Het geld zoals hiervoor vermeld op de beslaglijst onder 1 t/m 10 behoort aan verdachte toe en moet worden teruggegeven aan verdachte.
10 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 45, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.
11 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
Ten aanzien van feit 2:
poging tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
Ten aanzien van feit 3:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
Ten aanzien van feit 4:
medeplegen van eenvoudig witwassen;
Ten aanzien van feit 5:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
11. 1 1 STK Hennep; 2,2 g (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210628);
11. 1 1 STK Hennep; 522,1 g (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210633);
11. 1 1 STK Hennep; 2,2 g (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210691);
11. 1 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210529, Wit);
11. 1 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210533, Bruin);
11. 1 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210536);
11. 1 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210539, Bruin);
11. 1 5 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210540, Groen, merk: Pillen);
11. 1 2 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210542 Blauw, merk: Pillen);
11. 1 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210543).
Gelast de teruggave aan [verdachte] van:
-
3200 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210697);
-
28 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210700);
-
180 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210703);
-
148,35 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210705);
-
255 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210706);
-
88,9 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210708);
-
50 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210712);
-
242,05 EUR; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210713);
-
5 EGP; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210704);
-
54300 ALL; (Omschrijving: PL1300-2022056777-G6210547).
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Vaandrager, voorzitter,
mrs. C.M. Berkhout en M. Bijleveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Buiskool, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 mei 2026.
[...]