Strafrecht overig
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van verschillende soorten…
Rechtbank Amsterdam, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8006 · Rechtbank Amsterdam · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2026-8006
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 13-003412-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:8006
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van verschillende soorten harddrugs, hasjiesj en vuurwapens met bijbehorende munitie. De woning waarin deze goederen zijn aangetroffen werd door verdachte gebruikt als stashlocatie. Ten aanzien van feit 1 geldt dat verdachte in totaal ongeveer een hoeveelheid van 144 kilogram aan (geteste) harddrugs aanwezig heeft gehad. Ten aanzien van feit 5 geldt dat verdachte een hoeveelheid van 72,8 kilogram aan hasjiesj aanwezig heeft gehad. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van € 22.990,- en € 16.400,-. De rechtbank acht de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur 54 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/003412-26
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
volgens de basisregistratie personen ingeschreven op het adres:
[BRP-adres] ,
nu gedetineerd in het [detentieplaats] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 juni 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.H. de Krijger, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.L. van Gessel, advocaat in Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
De zaak is tegelijk, maar niet gevoegd, op de zitting behandeld met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] , parketnummer 13/003433-26.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is – samengevat – tenlastegelegd dat hij zich op 4 januari 2026 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan:
feit 1: het medeplegen van het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, MDMA, cocaïne en/of 2-MMC;
feit 2: het medeplegen van het voorhanden hebben van vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie;
feit 3: het medeplegen van het voorhanden hebben van munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie;
feit 4: het medeplegen van het witwassen van € 22.990,- en/of € 16.400,- en/of € 39.500,-;
feit 5: het medeplegen van het opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van 72,80 kilogram hasjiesj.
De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3 Waardering van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten bewezen kunnen worden, met dien verstande dat ten aanzien van feit 1 en feit 5 het aanwezig hebben van de verdovende middelen kan worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 5:
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] geen wetenschap heeft gehad van de aangetroffen verdovende middelen, vuurwapens en munitie, die niet zichtbaar in de woning lagen, zodat [verdachte] in zoverre dient te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 4:
Ten aanzien van het witwassen heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] hiervan moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat [verdachte] wetenschap van of beschikkingsmacht over de geldbedragen had.
Feiten en omstandigheden
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Aanhouding verdachte en medeverdachte
Op 4 januari 2026 ziet de politie een Renault Clio rijden in de richting van de [straatnaam] in Amsterdam. Daar staat deze vervolgens geparkeerd naast een Opel Corsa. De politie ziet dat de bijrijder van de Renault Clio, die later [medeverdachte] blijkt te zijn, een doos vanuit de kofferbak van de Opel Corsa naar de kofferbak van de Renault Clio tilt. De bestuurder van de Opel Corsa blijkt later [verdachte] te zijn. In de doos treft de politie ketamine aan. Hierop heeft de politie [medeverdachte] , [verdachte] en [naam] - de bestuurder van de Renault Clio - aangehouden. Bij [medeverdachte] wordt in zijn jaszakken in verschillende bundels ook een geldbedrag van in totaal € 16.400,- aangetroffen.
Onderzoek woning
De politie heeft diezelfde dag een woning aan de [adres] (hierna: de woning) doorzocht. Dit betreft een woning waar [verdachte] op dat moment ingeschreven staat. Het gaat om een woning in een appartementencomplex met een binnengalerij. De voordeur is via de hal toegankelijk. Het betreft een gelijkvloerse woning met een keukenblok in de woonkamer, badkamer en een extra kamer. In de woning heeft de politie een grote hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen en inbeslaggenomen. Een deel van de verdovende middelen lag direct in het zicht. Zo zag de politie verdovende middelen in een kom op het bureau en openstaande dozen in de woonkamer en de extra kamer, waarbij direct zichtbaar was dat er pillen en brokken kristallen in de dozen zaten. In de woning waren geen bed en persoonlijke spullen aanwezig. Een gedeelte van de inbeslaggenomen verdovende middelen is door het NFI onderzocht en gebleken is dat het gaat om een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, MDMA, cocaïne en 2-MMC.
In de extra kamer is een grote hoeveelheid met bruin- en goudkleurig tape verpakte blokken hasjiesj aangetroffen. Deze blokken zijn onderzocht en hieruit is gebleken dat het gaat om een hoeveelheid van 72,80 kilogram hasjiesj.
De politie heeft in de woning verder vier vuurwapens en meerdere kogelpatronen aangetroffen.Een van de vuurwapens lag zichtbaar op het keukenblad en de andere vuurwapens lagen in een keukenkast. Eén kogelpatroon lag zichtbaar op de salontafel in de woning. De aangetroffen vuurwapens en kogelpatronen zijn onderzocht. Hieruit is gebleken dat het gaat om vier vuurwapens en (tenminste) 32 kogelpatronen van categorie III.
De politie heeft in een bruine zak op het keukenblok een geldbedrag van € 22.990,- aangetroffen. Tot slot lagen in de woning kogelwerende vesten en jammers.
Onderzoek camerabeelden
De politie heeft camerabeelden van 4 januari 2026 bekeken waarop de gang en de voordeur van de woning te zien zijn. Deze camerabeelden geven ook zicht op de voordeur van de woningen met nummer [huisnummer 1] (hierna: [huisnummer 1] ) en nummer [huisnummer 2] (hierna: [huisnummer 2] ). [huisnummer 1] betreft de woning van [medeverdachte] .
Op de camerabeelden is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte] op 4 januari 2026, op meerdere momenten, samen of afzonderlijk van elkaar, de woning binnengaan en dat zij na korte tijd de woning weer verlaten. Op de camerabeelden is te zien is dat zij beiden met behulp van sleutels de woning binnengaan. Ook is te zien dat [medeverdachte] de woning op enig moment binnengaat met een bigshopper tas en dat [verdachte] en [medeverdachte] vervolgens gezamenlijk de woning na korte tijd met lege handen verlaten.
De politie heeft ook camerabeelden over de periode van 31 december 2025 tot en met 4 januari 2026 bekeken. Hierop is te zien dat [verdachte] , [medeverdachte] en twee andere mannen in deze periode veelvuldig voor korte momenten met een sleutel de woning binnengaan en vervolgens weer vertrekken. Te zien is dat [verdachte] en [medeverdachte] in deze periode op meerdere momenten met een tas de woning binnengaan en/of met een tas de woning weer verlaten. Op 3 januari 2026 om 17:51 uur gaat [medeverdachte] de woning binnen zonder tas en verlaat hij om 17:52 uur de woning met een zwarte tas met goudkleurige inhoud.
Op de camerabeelden is daarnaast te zien dat [medeverdachte] met een sleutel op meerdere momenten ook [huisnummer 2] binnengaat en dat [verdachte] op 1 januari 2026 samen met een andere man gedurende een minuut in [huisnummer 2] is geweest. In de periode van 5 januari 2026 tot en met 8 januari 2026 hebben ook meerdere onbekend gebleven personen [huisnummer 2] betreden. Op 9 januari 2026 heeft de politie in [huisnummer 2] een bedrag van € 39.500,- aangetroffen.
Onderzoek telefoons
De politie heeft onderzoek verricht aan de telefoon die bij de fouillering van [verdachte] is aangetroffen. In de telefoon zijn diverse schermafbeeldingen van chatberichten uit Signal aangetroffen die vermoedelijk betrekking op de invoer van verdovende middelen vanuit Zuid-Amerika. Ook zijn notities op de telefoon aangetroffen die gelet op de gebruikte bewoordingen vermoedelijk betrekking hebben op de invoer van verdovende middelen.
De politie heeft ook onderzoek verricht aan een telefoon die in de woning is aangetroffen. In de telefoon zijn meerdere afbeeldingen van ogenschijnlijk blokken cocaïne aangetroffen. Daarnaast trof de politie meerdere schermafbeeldingen van signalberichten aan die vermoedelijk betrekking op handel in verdovende middelen. In deze telefoon zijn ook notities aangetroffen die vermoedelijk betrekking hebben op de invoer van verdovende middelen. Dit betreffen dezelfde notities als de notities die zijn aangetroffen op de telefoon, die tijdens de fouillering van [verdachte] inbeslaggenomen is.
Bewijsoverwegingen
Ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 5:
Gelet op de grote hoeveelheid drugs, wapens, munitie en geld die in de woning is aangetroffen, de combinatie van deze voorwerpen en de wijze waarop deze door de klaarblijkelijk onbewoonde woning verspreid lagen opgeslagen, concludeert de rechtbank dat de woning werd gebruikt als stashlocatie voor de handel in drugs. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of [verdachte] en [medeverdachte] betrokken waren bij deze stashlocatie en, zo ja, waaruit deze betrokkenheid bestond.
[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij af en toe medicijnen verkocht en dat hij deze opsloeg in de woning. Van de overige voorwerpen die in de woning zijn aangetroffen had hij geen weet. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk en overweegt hierover als volgt.
[verdachte] en [medeverdachte] hadden beiden een sleutel van de woning, die op naam van [verdachte] stond. Zij zijn, op de dagen voorafgaand aan en op de dag van hun aanhouding, ook in de woning geweest. Zij hebben op meerdere momenten, gezamenlijk, met anderen, of afzonderlijk van elkaar, de woning betreden en na korte bezoeken, de woning weer verlaten. Een deel van de drugs, vuurwapens en munitie die in de woning is aangetroffen, lag direct in het zicht, waardoor [verdachte] en [medeverdachte] deze voorwerpen moeten hebben gezien. Bovendien hebben verdachten goederen in en uit de woning gebracht, terwijl de woning niet was ingericht voor normaal gebruik.
[medeverdachte] heeft verder op 3 januari 2026 de woning verlaten met een tas waarin een goudkleurige verpakking te zien was, die qua kleur overeenkomt met de goudkleurige verpakkingen waarin de aangetroffen hasjiesj waren verpakt. De rechtbank neemt daarom aan dat [medeverdachte] toen met (een deel van) de hasjiesj in zijn tas de woning heeft verlaten. In de telefoon die onder [verdachte] in beslag is genomen, zijn notities aangetroffen die wijzen op handel in drugs. Het gaat om notities met dezelfde inhoud als op de telefoon die is aangetroffen in de woning.
De rechtbank leidt uit deze omstandigheden af dat [verdachte] en [medeverdachte] beschikkingsmacht hadden over de goederen in de woning en dat zij zich ook bewust waren van de strafbare aard daarvan. Gelet op het feit dat [verdachte] en [medeverdachte] op meerdere momenten samen of met anderen de woning hebben betreden en van de woning gebruik hebben gemaakt, en zij ook samen waren op het moment van aanhouding, is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte] en anderen.
Het verweer van de raadsman dat verdachte niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor de stoffen en voorwerpen die niet in het zicht lagen, verwerpt de rechtbank. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de woning een stashlocatie was en dat [verdachte] en [medeverdachte] in die criminele context gebruik hebben gemaakt van de woning. Aldus hebben zij (in ieder geval voorwaardelijk) opzet gehad op het voorhanden hebben van al hetgeen in de woning is aangetroffen.
Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank dan ook tot de conclusie dat [verdachte] en [medeverdachte] zich hebben schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van de harddrugs, hasjiesj, vuurwapens en munitie.
Feit 1: 2-MMC
Onder feit 1 is tenlastegelegd dat de harddrugs op lijst I van de Opiumwet staan. De rechtbank merkt op dat 2-MMC niet op lijst I, maar op lijst Ia van de Opiumwet vermeld staat. De rechtbank zal de tenlastelegging in zoverre verbeterd lezen. [verdachte] en [medeverdachte] worden daardoor niet in hun verdediging geschaad.
Feit 4: bewezenverklaring eenvoudig witwassen € 22.990,- en € 16.400,-
Beoordelingskader criminele herkomst
De rechtbank overweegt allereerst dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de geldbedragen van € 22.990,- en € 16.400,- die zijn aangetroffen, afkomstig zijn uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Ook als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf het geld afkomstig is, kan het bestanddeel criminele herkomst in bepaalde gevallen worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat in dit geval het geld uit misdrijf afkomstig is. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van het geld. Zo’n verklaring moet concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. De omstandigheid dat zo’n verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt echter niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het geld niet uit misdrijf afkomstig is. Als de verdachte een dergelijke verklaring heeft afgelegd, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om hier nader onderzoek naar te doen. Mede op basis van dit onderzoek moet de rechtbank beoordelen of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld een legale herkomst heeft. In dat geval kan het niet anders dan dat het geld uit misdrijf afkomstig is en kan witwassen van het geld worden bewezen.
Uit het dossier volgt dat de politie – nadat een mogelijke overdracht van ketamine is waargenomen waarbij beide verdachten betrokken waren – een geldbedrag van € 16.400,- bij [medeverdachte] aantreft. Vervolgens is tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] , die als stashlocatie is ingericht, een bedrag van € 22.990,- aangetroffen. De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande dat sprake is van een witwasvermoeden. Daarom mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de legale herkomst van het geld, die concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.
Verdachte is middels een witwasbrief uitgenodigd een verklaring af te leggen over de herkomst van het geldbedrag van € 22.990,-. In reactie hierop heeft de raadsman van verdachte namens hem medegedeeld dat het geldbedrag niet van hem afkomstig is en dat hij er dus ook geen verklaring over kan afleggen.
Ter terechtzitting heeft verdachte noch over de herkomst van het geldbedrag van € 22.990,- noch over de herkomst van het geldbedrag van 16.400,- een verklaring afgelegd. De rechtbank komt gelet op de omstandigheden waaronder het geld is aangetroffen, dan ook tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat beide geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dit ook wist.
Feit 4: vrijspraak witwassen € 39.500,-
Ten aanzien van het aangetroffen geldbedrag van € 39.500,- in de woning op nummer [huisnummer 2] , geldt dat dit bedrag enkele dagen na de aanhouding van [verdachte] en [medeverdachte] is aangetroffen. Nu uit de camerabeelden is gebleken dat na de aanhouding van [verdachte] en [medeverdachte] en voor de doorzoeking van deze woning ook anderen [huisnummer 2] hebben betreden, kan de rechtbank niet vaststellen dat [verdachte] en [medeverdachte] betrokken zijn geweest bij het witwassen van € 39.500,-. De rechtbank zal [verdachte] en [medeverdachte] hiervan vrijspreken.
4 Bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat verdachte
ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:
op 4 januari 2026 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-MMC,
zijnde amfetamine, MDMA en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en zijnde 2-MMC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst Ia;
ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:
op 4 januari 2026 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
een pistool, van het merk SIG SAUER, model P226 Legion serie, kaliber 9mm Luger
en een pistool, van het merk Springfield, model XD-9 Sub Compact, kaliber 9mm Luger en
een pistool, van het merk Beretta, model 9000, kaliber 9mm Luger en een pistool, van het merk Glock, model 19X, kaliber 9mm Luger telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad;
ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:
op 4 januari 2026 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 32 patronen van het kaliber 9mm x19 van het merk Sellier & Bellot en PMC, voorhanden heeft gehad;
ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:
op 4 januari 2026, te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een contant geldbedrag, te weten:
22.990 euro en
16.400 euro
voorhanden heeft gehad terwijl hij wist, dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf;
ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde:
op 4 januari 2026 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van 72,80 kilogram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal de rechtbank deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
5 De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6 De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Verdachte is dan ook strafbaar.
7 Motivering van de straf
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, af te wijken van de eis van de officier van justitie en de op te leggen straf fors te matigen. De raadsman heeft hierbij gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van de bewezen geachte feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van verschillende soorten harddrugs, hasjiesj en vuurwapens met bijbehorende munitie. De woning waarin deze goederen zijn aangetroffen werd door verdachte gebruikt als stashlocatie. Ten aanzien van feit 1 geldt dat verdachte in totaal ongeveer een hoeveelheid van 144 kilogram aan (geteste) harddrugs aanwezig heeft gehad. Ten aanzien van feit 5 geldt dat verdachte een hoeveelheid van 72,8 kilogram aan hasjiesj aanwezig heeft gehad.
Verdachte heeft hiermee een omvangrijke bijdrage geleverd aan de handel in verdovende middelen. Deze handel is ondermijnend voor de samenleving en de legale economie. Ook gaat de drugshandel gepaard met andere vormen van crimineel gedrag, waaronder het plegen van geweld en verdachte heeft bijgedragen aan de instandhouding van die keten van criminele activiteiten. Dat verdachte ook verschillende vuurwapens en munitie bij de verdovende middelen voorhanden had is tegen deze achtergrond zeer zorgelijk. Het aanwezig hebben van vuurwapens en munitie kan gemakkelijk leiden tot het gebruik ervan en brengt onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen en vormt derhalve een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Daarnaast gaat het handelen van verdachte volledig voorbij aan de schadelijke werking van (hard)drugs voor de gezondheid van de gebruikers en de andere (financiële) gevolgen die verslaving met zich kunnen brengen. Dat verdachte zich om deze aspecten heeft bekommerd is niet gebleken.
Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van € 22.990,- en € 16.400,-. Witwassen vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 11 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsadvies van 15 april 2026. Uit dit advies blijkt dat de reclassering geen aanknopingspunten ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen en adviseert daarom om geen bijzondere voorwaarden te koppelen aan de op te leggen straf.
Op te leggen straf
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken doorgaans worden opgelegd en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor straftoemeting. Bij het aanwezig hebben van een hoeveelheid van meer dan 20 kilogram aan harddrugs gaan de oriëntatiepunten uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden en voor het aanwezig hebben van een hoeveelheid tussen de 25 en 250 kilogram aan hasjiesj (softdrugs) van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Voor het bezit van een enkel vuurwapen in een woning gaan de oriëntatiepunten uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.
Gelet op het voorgaande zou de rechtbank, indien zij de LOVS-oriëntatiepunten zou volgen, komen tot een gevangenisstraf voor de duur van 64 maanden, waarbij uit is gegaan van een hoeveelheid van meer dan 20 kilogram aan harddrugs en het bezit van vier vuurwapens. Hierbij is het witwassen en het voorhanden hebben van munitie nog niet meegewogen.
De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten en de proceshouding van verdachte weinig ruimte bieden om tot een substantieel lagere straf dan de eis van de officier van justitie te komen. Tegelijkertijd acht de rechtbank het van belang dat deze nog jonge verdachte – door het matigen van de door de officier van justitie gevorderde straf – enig perspectief op de toekomst moet worden geboden.
Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen en mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken doorgaans worden opgelegd, acht de rechtbank, alles afwegende, de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur 54 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
8 Beslag
Onder verdachte zijn diverse voorwerpen in beslag genomen. Deze voorwerpen staan vermeld op de beslaglijst en onder rubriek 10.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen verdovende middelen, wapens, munitie, vesten en zenders moeten worden onttrokken aan het verkeer en dat het inbeslaggenomen geldbedrag en de inbeslaggenomen telefoons verbeurd dienen te worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de inbeslaggenomen (geteste) verdovende middelen, wapens en munitie, op grond van artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht, onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De overige inbeslaggenomen verdovende middelen en medicijnen betreffen niet geteste (verdovende) middelen die in het onderzoek naar verdachte in beslag zijn genomen. Deze zijn op grond van artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is immers in strijd met de wet en het algemeen belang.
Het inbeslaggenomen geldbedrag van € 22.990,-, het verpakkingsmateriaal, de telefoontoestellen, de tas, de computer, de koffer, dienen verbeurd te worden verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van tot deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan.
De rechtbank zal de bewaring gelasten ten behoeve van de rechthebbende van de vesten, zenders en sleutel.
9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 2a, 3, 10, 10b, 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
10 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 1, 2, 3, 4 en 5 heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2a onder C van de Opiumwet gegeven verbod
ten aanzien van feit 2:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
ten aanzien van feit 3:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
ten aanzien van feit 4:
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd
ten aanzien van feit 5:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 (vierenvijftig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
2. 10 STK Verdovende Middelen (G6757842);
3. 8 STK Verdovende Middelen (G6757836);
4. 2 STK Verdovende Middelen (G6757834);
5. 4 STK Verdovende Middelen (G6757830;
6. 35 STK Verdovende Middelen (G6757840)
7. 13 STK Verdovende Middelen (G6757845);
8. 1 STK Verdovende Middelen (G6757792);
9. 750 STK Verdovende Middelen (G6757880);
10. 1 STK Verdovende Middelen (G6757843);
11. 320 STK Verdovende Middelen (G6757868);
12. 1 STK Verdovende Middelen (G6757883);
13. 300 STK Verdovende Middelen (G6757878);
14. 450 STK Verdovende Middelen (G6757867);
15. 1.800 STK Verdovende Middelen (G6757860);
16. 1 STK Hashish (BZAZ1652);
17. 30 STK Verdovende Middelen (G6757886);
18. 1 STK Patroon (G6758169);
19. 1 STK Patroon (G6758171);
21. 1 STK Pistool (G6757756);
22. 1 STK Wapen (G6757759);
23. 1 STK Wapen (G6757760);
24. 1 STK Pistool (G6757762);
25. 1 STK Pistool (G6757765);
26. 1 STK Munitie (G6757766);
27. 1 STK Pistool (G6757769);
28. 1 STK Pistool (G6757770);
31. 1 STK Munitie (G6757777);
32. 1 STK Munitie (G6757779);
33. 1 STK Patroon (G6757783);
34. 7 STK Patroon (G6757785);
35. 1 STK Wapen (G6757786);
36. 1 STK Verdovende Middelen (G6757738);
37. 1 STK Verdovende Middelen (G6757741);
38. 1 STK Verdovende Middelen (G6757744);
39. 1 STK Verdovende Middelen (G6757748);
42. 1 STK Xtc (G6757758);
43. 1 STK Verdovende Middelen (G6757771);
44. 1 STK Xtc (G6757778);
45. 1 STK Pil (G6757784);
46. 1 STK Xtc (G6757788);
48. 1 STK Verdovende Middelen (G6757735);
51. 1 STK Xtc (G6757826);
52. 1 STK Xtc (G6757827);
53. 1 STK Xtc (G6757831);
54. 1 STK Xtc (G6757829);
55. 1 STK Xtc (G6757833);
56. 1 STK Xtc (G6757835);
57. 8 STK Xtc (G6757838);
58. 1 STK Xtc (G6757841);
59. 10 STK Verdovende Middelen (G6757837);
61. 1 STK Xtc (G6757844);
62. 1 STK Verdovende Middelen (G6757847);
63. 1 STK Xtc (G6757848);
64. 1 STK Medicijn (G6757851);
66. 1 STK Xtc (G6757852);
67. 1 STK Verdovende Middelen (G6757853):
68. 1 STK Cocaïne (G6757855);
69. 1 STK Verdovende Middelen (G6757856);
70. 1 STK Verdovende Middelen (G6757858);
71. 1 STK Patroon (G6757861);
73. 1 STK Verdovende Middelen (G6757864);
74. 1 STK Cocaïne (G6757865);
76. 1 STK Xtc (G6757869);
78. 1 STK Cocaïne (G6757873);
79. 1 STK Medicijn G6757872);
80. 1 STK Cocaïne (G6757877);
82. 1 STK Medicijn (G6757879);
83. 1 STK Xtc (G6757881);
84. 3 STK Cocaïne (G6757882);
86. 1 STK Verdovende Middelen (G6757884);
87. 1 STK Cocaïne (G6757885);
88. 1 STK Cocaïne (G6757887);
89. 1 STK Cocaïne (G6757888);
90. 1 STK Cocaïne (G6757889);
91. 1 STK Wapen (G6757890);
92. 1 STK Xtc (G6757893);
93. 1 STK Verdovende Middelen (G6757892);
94. 1 STK Xtc (G6757895);
95. 1 STK Xtc (G6757897);
96. 1 STK Xtc (G6757899);
97. 1 STK Xtc (G6757900);
98. 1 STK Pil (G6757903);
99. 1 STK Verdovende Middelen (G6757854);
100. 1 STK Verdovende Middelen (G6757859);
101. 2 STK Verdovende Middelen (G6757862);
102. 2 STK Verdovende Middelen (G6757876);
105. 1 STK Verdovende Middelen (G6757734);
107. 1 STK Pil (G6757849);
117. 1 STK Verdovende Middelen (G6757863);
118. 1 STK Xtc (G6757794);
119. 1 STK Xtc (G6757796);
120. 1 STK Munitie (G6758173).
Verklaart verbeurd:
1
1. 22.990,00 EUR Geld (G6757814);
20. 1 STK Telefoontoestel (G6758132);
29. 1 STK Tas (G6757772);
30. 1 STK Koffer (G6757776);
40. 1 STK Telefoontoestel (G6757747);
41. 1 STK Telefoontoestel (G6757750);
49. 1 STK Telefoontoestel (G6757812);
65. 1 STK Computer (G6757850);
108. 11 STK Verpakkingsmateriaal (G6757891);
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:
50. 1 STK Sleutel (G6757800).
104. 1 STK Zender (G6757901);
106. 1 STK Zender (G6757898);
116. 4 STK Vest (G6757875).
Dit vonnis is gewezen door
mr. H.J. Bos, voorzitter
mrs. A.K. Glerum en M. Bijleveld, rechters
in tegenwoordigheid van mr. S.L. van Tellingen, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 juli 2026.
[…]