Bestuursprocesrecht

Vovo niet-ontvankelijk vanwege ontbreken connexiteit.

Rechtbank Den Haag, 2 mei 2025

Zaakgegevens

Op 2 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
2 mei 2025
Datum publicatie
12 augustus 2025
Zaaknummer
AWB 24/11227 en AWB 24/11228
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:15001
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo niet-ontvankelijk vanwege ontbreken connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/11227 en AWB 24/11228

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 mei 2025 in de zaak van

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , verzoekersV-nummers: [V nummer 1] en [V nummer 2]

(gemachtigde: R.D. Banet),

en

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 24 juni 2023 heeft verweerder de aanvragen van verzoekers voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ afgewezen.

Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar op 5 juli pro forma bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben voorts de voorzieningenrechter van de rechtbank op 8 juli 2025 verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat uitzetting achterwege dient te blijven, totdat op het bezwaar is beslist.

Verzoekers hebben geen gronden van bezwaar ingediend en ook hun verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet onderbouwd.

Verweerder heeft op 10 januari 2025 op het bezwaar beslist.

Verzoekers zijn daartegen niet in beroep gekomen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.

2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. Verzoekers hebben geen beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 10 januari 2025. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb zonder onderzoek ter zitting niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.