Bestuursrecht overig
Het beroep is gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daar niet meer nodig. Wel pkv.
Rechtbank Den Haag, 11 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:15751 · Rechtbank Den Haag · 11 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbdha-2026-15751
Zaakgegevens
Op 11 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 11 juni 2026
- Datum publicatie
- 11 juni 2026
- Zaaknummer
- NL25.47645
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:15751
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het beroep is gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daar niet meer nodig. Wel pkv.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47645
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] ,
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [geboortedatum] ,
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).
Inleiding
1. Met het besluit van 29 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 mei 2026, samen met het beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL25.47644, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van
€ 934,- per punt).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter,
mr. A.W. Wassink en mr. A. Sibma, leden, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.