Bestuursrecht overig
Verweerders hebben de verzoeken van eiseres op grond van de Wiv 2017 om kennisneming van informatie over de…
Rechtbank Den Haag, 23 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30783 · Rechtbank Den Haag · 23 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbdha-2026-30783
Zaakgegevens
Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Datum publicatie
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- AWB - 24 _ 9611
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30783
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verweerders hebben de verzoeken van eiseres op grond van de Wiv 2017 om kennisneming van informatie over de export, - vergunningen en - verzekeringen voor machines en technologie geheel afgewezen. De rechtbank heeft de beroepen tegen de betreffende besluiten ongegrond verklaard. Daarbij is ingegaan op het ontbreken van een inventarislijst, de beoordeling per document/categorie en de ingeroepen weigeringsgronden.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 24/9611 en SGR 25/4118
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 september 2026 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., te Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: mr. J.J. van Vegchel),
en
de minister van Defensie, verweerder (in SGR 24/9611) en
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder (in SGR 25/4118).
(gemachtigden: mr. M. Koppenol en mr. E.C. Pietermaat).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de afwijzing van eiseres’ verzoeken om kennisneming van informatie bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).
SGR 24/9611
Verweerder heeft het verzoek van eiseres om informatie bij de MIVD met het (primaire) besluit van 20 april 2023 afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Verweerder heeft eiseres op 8 augustus 2023 meegedeeld dat het besluit van 20 april 2023 zal worden ingetrokken. Eiseres heeft haar bezwaar op 5 oktober 2023 ingetrokken.
Verweerder heeft met het (primaire) bestreden besluit van 18 oktober 2024 het verzoek van eiseres afgewezen.
Met het (primaire) bestreden besluit van 24 februari 2025 heeft verweerder het verzoek van eiseres om informatie bij de AIVD afgewezen.
Eiseres heeft (rechtstreeks) beroep ingesteld.
Verweerders hebben gevraagd om beperkte kennisneming van de gedingstukken. De rechtbank heeft partijen in beide zaken meegedeeld dat wordt gehandeld alsof zij heeft besloten dat het verzoek om beperkte kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd is.
Verweerders hebben op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen gelijktijdig op 16 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld van [naam] en de gemachtigde van verweerder mr. M. Koppenol, vergezeld van mr. J. van den Bercken en mr. M.A.S. Goddrie.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting in beide zaken geschorst om inzage te hebben in de gedingstukken. De rechtbank heeft bij verweerders kennisgenomen van de gedingstukken. Eiseres heeft hiervoor toestemming verleend aan de rechtbank. Partijen hebben de rechtbank in beide zaken toestemming gegeven om het onderzoek na de inzage te sluiten. De rechtbank heeft het onderzoek in beide zaken gesloten op 11 augustus 2026.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft verweerders op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) verzocht om kennisneming van informatie uit de periode 1 januari 2018 tot en met de datum van de verzoeken over, kort gezegd:
-
de export van en exportvergunning(en) en exportkredietverzekeringen voor EUV lithografiemachines en -technologie van ASML naar China;
-
de export van en (mogelijke) exportvergunning(en) en exportkredietverzekeringen voor DUV lithografiemachines en -technologie van ASML naar China; en
-
de export van en exportvergunning(en) en exportkredietverzekeringen voor machines en technologie van ASMI naar China.
Verweerders hebben de verzoeken aangemerkt als verzoeken op grond van artikel 80 van de Wiv 2017. Verweerders hebben geweigerd om de gevraagde informatie te verstrekken. Eiseres is het daar niet mee eens en heeft daarom beroepen ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank komt tot de conclusie dat deze beroepen niet slagen. Dit betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Waarom zijn de aanvragen afgewezen?
3. Verweerders hebben toegelicht dat de verzoeken van eiseres raken aan een actueel, maatschappelijk en geopolitiek gevoelig thema, namelijk de posities van de Nederlandse halfgeleidertechnologie-producenten ASMI en ASML. Halfgeleiders worden verwerkt in allerlei elektronica. Vanwege de brede toepassingsmogelijkheden van halfgeleiders zijn deze geschikt voor civiele (normale) en militaire doeleinden. Halfgeleiders kunnen vanwege hun specifieke gebruiksmogelijkheden een cruciale bijdrage leveren aan de ontwikkeling van hoogwaardige militaire (wapen)systemen en massavernietigingswapens. Het gaat om hoogwaardige technologie. De rol van Nederland(se bedrijven) in de halfgeleiderketen is wereldwijd uniek en cruciaal. Daarom wordt scherp toegezien op de uitvoer van de betreffende producten. Het uitgangspunt van de Nederlandse overheid is daarom dat er geen (inhoudelijke) informatie wordt verstrekt (over contacten) over individuele vergunningen van bedrijven voor export van dual use goederen en in het verlengde hiervan, de (inhoud van de) contacten die Nederland hierover heeft met andere landen en instellingen.
4. Op de zitting hebben verweerders desgevraagd meegedeeld dat de verzoeken van eiseres integraal zijn afgewezen op dezelfde afwijzingsgronden. Voor zover de verzoeken zien op gegevens die nog actueel zijn voor de MIVD en de AIVD, hebben verweerders deze afgewezen, omdat de MIVD en de AIVD geen inzicht kunnen geven in hun actuele kennisniveau. Voor zover het gaat om niet-actuele gegevens zijn er geen stukken aangetroffen die kunnen worden verstrekt. Daarbij gaat het om de volgende in de Wiv 2017 opgenomen afwijzingsgronden:
- verstrekking zou de nationale veiligheid kunnen schaden;
- bedrijfs- en fabricagegegevens die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld mogen niet worden verstrekt.
Verder weegt het belang van verstrekking van gegevens niet op tegen de belangen genoemd in artikel 84, tweede lid, aanhef en onder a, b, d, e, i en j, van de Wiv 2017, aldus verweerders.
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Eiseres vindt dat er ten onrechte geen inventarislijst is opgesteld. Dit is in strijd met vaste rechtspraak en met de Rijksbrede instructie voor het behandelen van Woo-verzoeken die naar analogie van toepassing is in zaken over de Wiv. Verder heeft er ten onrechte een generieke beoordeling plaatsgevonden en geen beoordeling per document. Een zodanige categorale weigering is volgens vaste rechtspraak niet toegestaan. Ook hebben verweerders bij de tegengeworpen weigeringsgronden niet gemotiveerd waarom deze van toepassing zijn en daarom kan eiseres daarop niet adequaat reageren. Bij de relatieve weigeringsgronden heeft verweerder verder geen belangenafweging gemaakt, terwijl het belang aan de zijde van eiseres groot is. Er is gelet op dit alles sprake van strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Wat zijn de regels?
6. In het belang van de nationale veiligheid moeten de gegevens waar de AIVD en de MIVD over beschikken in beginsel geheim blijven. Daar worden alleen uitzonderingen op gemaakt in een beperkt aantal bij wet geregelde gevallen. In hoofdstuk 5 van de Wiv 2017 is het recht op kennisneming van gegevens verwerkt door of ten behoeve van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten geregeld. Daarin is onder meer bepaald van welke gegevens kennis mag worden genomen en welke weigeringsgronden en beperkingen er zijn. Daarbij is van belang dat de AIVD en de MIVD hun wettelijke taak uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief kunnen uitoefenen en dat deze diensten hun bronnen en actuele werkwijzen geheim moeten kunnen houden, omdat het geven van inzicht daarin ten koste gaat van het goed functioneren van deze diensten en daarmee van de nationale veiligheid, ter bescherming waarvan deze zijn opgericht.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Ontbreken inventarislijst
7. De Wiv 2017 verplicht niet tot het vervaardigen van documenten, zoals een inventarislijst. Die verplichting is er ook niet op grond van de ‘Rijksbrede instructie voor het behandelen van Woo-verzoeken’.Het zorgvuldigheidsbeginsel kan onder omstandigheden vereisen dat een bestuursorgaan bij de verstrekking van de openbaar gemaakte stukken duidelijk maakt wat wordt verstrekt.Dit geldt ook bij een weigering om informatie te verstrekken.Een bestuursorgaan kan dit doen door middel van het maken van een inventarislijst, maar zij kan ook op een andere manier inzicht geven.
Door het ontbreken van een inventarislijst of een toelichting is voor eiseres niet bekend van welke informatie verweerders de verstrekking geheel weigeren. Verweerders hebben in het verweerschrift en op de zitting toegelicht dat uit het enkele bestaan van documenten van een bepaalde datum, de contacten met bepaalde partijen, de frequentie en timing van contactmomenten en de hoeveelheid van gewisselde documenten al waardevolle (maar voor Nederland, ASMI en ASML schadelijke) informatie kan worden afgeleid. Elk gegeven kan een “puzzelstukje” zijn voor andere (buitenlandse) actoren. Het gegeven kan gekoppeld worden aan andere mogelijke gebeurtenissen of actueel kennisniveau, dan wel contactmomenten op of rond die datum, waarmee buitenlandse mogendheden verbanden kunnen leggen. Daarom hebben verweerders geen inventarislijst opgesteld of toelichting gegeven. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze toelichting. De rechtbank heeft bij de inzage kunnen beoordelen welke informatie is geweigerd en op grond van welke weigeringsgrond(en). De rechtbank overweegt dat, gelet op de uitzonderlijke gevoeligheid van het onderwerp en de inhoud van de documenten, de keuze van verweerders om geen inventarislijst op te stellen of een toelichting te geven in dit specifieke geval kan worden gevolgd.
Beoordeling per document
8. In beginsel is een bestuursorgaan gehouden om per document(onderdeel) te beoordelen of het stuk openbaar kan worden gemaakt, tenzij sprake is van onnodige herhalingen.
Verweerder (in SGR 24/9611) heeft in zijn bestreden besluit vermeld dat de toepassing van de weigeringsgronden per document en per onderdeel is beoordeeld. Voor de begrijpelijkheid van het bestreden besluit en de toelichting van de context zijn de aangetroffen documenten onderverdeeld in vier categorieën. Per categorie gaat het om correspondentie of documentatie tussen de in het bestreden besluit genoemde instanties. Verweerder (in SGR 25/4118) heeft in zijn bestreden besluit verwezen naar de weigeringsgronden. Op de zitting hebben verweerders bevestigd dat beoordeling op documentniveau heeft plaatsgevonden.
De rechtbank heeft de stukken bij verweerders bekeken en is van oordeel dat voldoende duidelijk is van welke weigeringsgrond(en) per document is uitgegaan. Daarbij is sprake van verwevenheid van de documenten en onderdelen daarvan. Dat verweerders in de bestreden besluiten geen verdere beoordeling per documentonderdeel hebben vermeld, acht de rechtbank in dit specifieke geval gerechtvaardigd. Deze benadering leidt in deze zaken niet tot het oordeel dat de bestreden besluiten niet met de benodigde zorgvuldigheid zijn voorbereid.
Weigeringsgronden Wiv 2017
9. Verweerders hebben in de verweerschriften en op de zitting uiteengezet waarom over het hier aan de orde zijnde onderwerp geen (inhoudelijke) informatie naar buiten kan worden gebracht. Dit standpunt is ook door andere ministers ingenomen. Dit gezamenlijk standpunt past in de eenheid van kabinetsbeleid. Verweerders moeten elk risico dat de nationale veiligheid kan schaden en dat niet louter hypothetisch is, vermijden door de verzochte gegevens niet te verstrekken. Onder het verzoek vallen documenten die inzicht in bronnen en in de werkwijze van de diensten kunnen bieden. Omwille van de nationale veiligheid wordt deze informatie niet verstrekt. Verder wordt door verweerders benadrukt dat de contacten met de desbetreffende bedrijven naar hun aard vertrouwelijk zijn en tevens inzicht kunnen geven in de unieke positie van deze bedrijven in de mondiale waardeketen van (producten die gebruikmaken van) halfgeleiders. Die informatie is uiterst concurrentiegevoelig. De vertrouwelijkheid dient niet alleen ter bescherming van de concurrentiepositie en reputatie van bedrijven, maar ook het belang van een goed ondernemingsklimaat en de internationale concurrentiepositie van Nederland. De verschillende documenten bevatten zeer vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens, aldus verweerders. Verder geldt voor de desbetreffende documenten en de andere verzochte informatie dat het openbaar maken daarvan schadelijk is voor het goed functioneren van de diensten, voor de diplomatieke betrekkingen en voor het exportcontrolevergunningenbeleid, aldus verweerders.
Uit de documenten kan, met het oog op de bescherming van bronnen en werkwijzen, worden afgeleid dat de nationale veiligheid in het geding kan komen als deze stukken worden verstrekt. Voor zover verweerders de weigeringsgrond van artikel 84, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wiv 2017 hebben ingeroepen, acht de rechtbank de toepassing daarvan gerechtvaardigd.
De rechtbank volgt verder het standpunt van verweerders dat de documenten ook zien op bedrijfs- en fabricagegegevens die zeer vertrouwelijk zijn verkregen. Voor zover verweerders de weigeringsgrond van artikel 84, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wiv 2017 hebben ingeroepen, is dat gerechtvaardigd.
10. De verzoeken van eiseres zijn ook afgewezen op relatieve weigeringsgronden. Dat betekent dat verweerders een afweging moeten maken tussen het algemeen belang van openbaarmaking en het belang dat beschermd wordt door de weigeringsgrond. Verweerders hebben zich beroepen op de relatieve weigeringsgronden genoemd in artikel 84, tweede lid, aanhef en onder a, b, d, e, i en j, van de Wiv 2017. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen gronden heeft aangevoerd tegen de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 84, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wiv 2017.
Naar het oordeel van de rechtbank mochten verweerders de weigeringsgrond van artikel 84, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wiv 2017 toepassen ter bescherming van de internationale betrekkingen. De internationale betrekkingen kunnen in het geding komen als de betreffende informatie wordt verstrekt en verweerders mochten het belang van de internationale betrekkingen zwaarder laten wegen dan het belang van het verstrekken van de gevraagde informatie.
Ook mochten verweerders de weigeringsgrond van artikel 84, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wiv 2017 toepassen ter bescherming van de economische of financiële belangen van de Staat. Het is navolgbaar dat dit belang in het geding kan komen bij verstrekking van de gevraagde informatie. De positie van de Staat kan bij verstrekking van de informatie worden geschaad bij lopende en toekomstige onderhandelingen. De rechtbank is van oordeel dat verweerders de economische of financiële belangen zwaarder mochten laten wegen dan het belang van het verstrekken van de gevraagde informatie.
De weigeringsgrond van artikel 84, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wiv 2017 mochten verweerders toepassen ter bescherming van inspectie, controle en toezicht door of vanwege bestuursorganen. Het is, gelet op de stukken, navolgbaar dat dit belang in het geding kan komen bij verstrekking van de gevraagde informatie. Zoals verweerders hebben toegelicht raakt het verstrekken van de informatie onder meer het exportcontrolebeleid. Verstrekking van informatie kan het goed functioneren van de AIVD en de MIVD schaden. Verweerders mochten het belang van inspectie, controle en toezicht zwaarder laten wegen dan het belang van het verstrekken van de gevraagde informatie.
Ook de weigeringsgrond van artikel 84, tweede lid, aanhef en onder i, van de Wiv 2017 mocht worden toegepast in verband met het goed functioneren van de Staat of andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. Zoals verweerders hebben toegelicht, gaat het om een actueel, maatschappelijk en politiek zeer gevoelig onderwerp. Verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat het goed functioneren van de Staat in het geding kan komen bij verstrekking van de informatie. De rechtbank erkent dat eiseres als ‘public watchdog’ een belangrijke rol heeft in het waarborgen van transparantie en het ter verantwoording roepen van de overheid. Verweerders hebben het belang van het goed functioneren van de Staat echter zwaarder mogen laten wegen dan het belang van het verstrekken van de gevraagde informatie.
Verder mochten verweerders naar het oordeel van de rechtbank de weigeringsgrond van artikel 84, tweede lid, aanhef en onder j, van de Wiv 2017 toepassen in verband met de onevenredige benadeling van een zogenoemd ander belang. De rechtbank is van oordeel dat verweerders, in het licht ook van wat hiervoor is overwogen, het belang van het tegengaan van onevenredige benadeling zwaarder mochten laten wegen dan het belang van het verstrekken van de gevraagde informatie.
11. De rechtbank is na kennisneming van de documenten van oordeel dat verweerders zich terecht op het standpunt stellen dat deze documenten ook niet gedeeltelijk kunnen worden verstrekt. De inhoud van de documenten of delen daarvan zijn zodanig met elkaar verweven, dat deze inhoud niet geïsoleerd kan worden verstrekt zonder dat die inhoud is te relateren aan informatie die op grond van de wet geheim moet worden gehouden.
12. De rechtbank ziet tot slot geen grond voor het oordeel dat de bestreden besluiten onvoldoende zijn gemotiveerd of onvoldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen.
Gelet op de aard en de inhoud van de documenten, acht de rechtbank het gerechtvaardigd dat verweerders met toepassing van de weigeringsgronden van de Wiv 2017 hebben geweigerd om de gevraagde informatie te verstrekken.
Conclusie en gevolgen
13. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom de griffierechten niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, voorzitter, en mr. E.K.S. Mollen en
mr. A.J. Eertink, leden, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.