Bestuursrecht overig
Wraking vanwege processuele beslissing, te weten de afwijzing van een tweede verzoek tot verdaging van de…
Rechtbank Den Haag, 4 februari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:1877 · Rechtbank Den Haag · 4 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbdha-2019-1877
Zaakgegevens
Op 4 februari 2019 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 4 februari 2019
- Datum publicatie
- 1 maart 2019
- Zaaknummer
- C/09/566912 / KG RK 19-95
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:1877
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking vanwege processuele beslissing, te weten de afwijzing van een tweede verzoek tot verdaging van de zitting. Het wrakingsverzoek is afgewezen.
In deze zaak is met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Die uitspraak is vastgelegd in een proces-verbaal.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]proces-verbaal
RECHTBANK DEN HAAG
Wrakingskamer
Wrakingsnummer 2019/5
zaak-/rekestnummer: C/09/566912 / KG RK 19/95
zaaknummer hoofdzaak: SGR AWB 18/5478 IB/PVV/ZVW G D1
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ter zitting van 4 februari 2019
in de zaak van:
[verzoeker] , wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
strekkende tot wraking van:
mr. S.E. Postema,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna te noemen: de rechter.
Belanghebbende in deze procedure is de Inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, p/a Belastingdienst PDB Den Haag.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van het verzoek tot wraking.
Tegenwoordig zijn mrs. G.P. Verbeek, T.F. Hesselink en M.J. Alt-van Endt, rechters, en mr. T.A.E. Scheers, griffier.
Na uitroeping van de zaak is verschenen: verzoeker.
De belanghebbende is niet ter zitting verschenen.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en zij heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd. Zij is zoals aangekondigd niet ter zitting verschenen.
Nadat verzoeker zijn standpunt heeft toegelicht en vragen van de wrakingskamer heeft beantwoord, is de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de wrakingskamer bij monde van de voorzitter met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.
1 De gronden van de beslissing
Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat, kort gezegd, door de afwijzing van zijn tweede verzoek tot verdaging van de zitting in de hoofdzaak de verweerder in die zaak ten opzichte van hem wordt bevoordeeld en de rechter een schijn van partijdigheid heeft getoond. Volgens verzoeker had de rechter niet tot een afwijzing kunnen komen, gezien de door verzoeker aan zijn verzoek ten grondslag gelegde uitzonderlijke omstandigheden.
Het verzoek komt niet voor toewijzing in aanmerking. Daartoe is het volgende redengevend.
Verzoeker vindt de rechter vooringenomen omdat deze een onjuiste beslissing heeft genomen. De juistheid van de rechterlijke beslissing kan echter alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. De aangevoerde grond haalt deze hoge drempel niet.
2 De beslissing
De wrakingskamer:
wijst het verzoek tot wraking af.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek
WAARVAN PROCES-VERBAAL,
…………………………………. …………………………………
mr. T.A.E. Scheers mr. G.P. Verbeek
griffier voorzitter