Bestuursrecht overig
Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk. Het verzoek is gedaan nadat de voorzieningenrechter in de hoofdzaak…
Rechtbank Den Haag, 4 november 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:18539 · Rechtbank Den Haag · 4 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbdha-2024-18539
Zaakgegevens
Op 4 november 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 november 2024
- Datum publicatie
- 11 november 2024
- Zaaknummer
- C/09/674849/KG RK 24/1526
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:18539
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk. Het verzoek is gedaan nadat de voorzieningenrechter in de hoofdzaak uitspraak heeft gedaan.
Uitspraak
Rechtbank den haag
Wrakingskamer
Wrakingnummer: 2024/85
zaak- /rekestnummer: C/09/674849 / KG RK 24/1526
Beslissing van 4 november 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier ten lande,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M. van Paridon,
voorzieningenrechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de voorzieningenrechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het proces-verbaal uitspraak van 29 oktober 2024 en het schriftelijke wrakingsverzoek van 30 oktober 2024.
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de voorzieningenrechter in de zaak met het nummer SGR 24/7783 en SGR 24/7784 (bodem) tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Katwijk. In deze zaak heeft de voorzieningenrechter op
29 oktober 2024 uitspraak gedaan.
3 De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem of haar bekend zijn geworden.
Het verzoek is gedaan op 30 oktober 2024 en dat is nadat de voorzieningenrechter in de hoofdzaak uitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat uitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
4 De beslissing
De wrakingskamer
verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de wederpartij in de hoofdzaak;
• de voorzieningenrechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.M.A. Keulen, M. Kramer en D. Biever, in tegenwoordigheid van de griffier W.H. Ng en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.