Vreemdelingenrecht
asielaanvraag in redelijkheid buiten behandeling gesteld omdat eiseres met onbekende bestemming was…
Rechtbank Den Haag, 3 april 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:3777 · Rechtbank Den Haag · 3 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2018-3777
Zaakgegevens
Op 3 april 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 3 april 2018
- Datum publicatie
- 3 april 2018
- Zaaknummer
- NL18.4471
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:3777
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
asielaanvraag in redelijkheid buiten behandeling gesteld omdat eiseres met onbekende bestemming was vertrokken, beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.4471
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
(gemachtigde: mr. J. Bravo Mougán),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. E. Groenendijk).
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 23 november 2017 buiten behandeling gesteld. Daarbij heeft verweerder aan eiseres een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.4472, plaatsgevonden op 27 maart 2018. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Overwegingen
1. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Op grond van deze bepaling kan een asielaanvraag buiten behandeling worden gesteld, indien de vreemdeling is verdwenen of zonder toestemming van verweerder is vertrokken en hiervoor toerekenbaar niet binnen een termijn van twee weken contact heeft opgenomen met de bevoegde autoriteiten. Uit informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bleek namelijk dat eiseres op 24 januari 2018, zonder de beslissing op haar aanvraag af te wachten, met onbekende bestemming was vertrokken.
2. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij voert aan dat zij weliswaar met onbekende bestemming was vertrokken en het contact met haar gemachtigde had verbroken, maar dat op 5 maart 2018 dit contact opnieuw is ontstaan. Eiseres voert aan uit angst het asielzoekerscentrum te hebben verlaten. Deze angst was ingegeven doordat haar procedure na doorzending naar de open asielprocedure niet spoedig is hervat en zij in de tussentijd van Cubaanse medebewoners van het asielzoekerscentrum hoorde dat alle asielaanvragen van Cubanen worden afgewezen. Er gingen verhalen rond dat de Nederlandse autoriteiten zouden samenwerken met de Cubaanse autoriteiten. Eiseres geeft aan spijt te hebben dat zij zich heeft verscholen en zij verzoekt daarom alsnog een nader gehoor te mogen ondergaan. Eiseres doet hierbij een beroep op artikel 83 van de Vw.
3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid de asielaanvraag van eiseres buiten behandeling heeft gesteld, nu niet wordt betwist dat eiseres met onbekende bestemming was vertrokken. De coulance die eiseres nu in de beroepsfase van verweerder vraagt om de procedure te mogen hervatten, heeft verweerder ter zitting afgewezen. Verweerder heeft aangegeven dat eiseres een herhaalde asielaanvraag zal moeten indienen. Dat tussen het eerste en nader gehoor een langere tijd is verstreken dan gepland en dat eiseres in de tussentijd bang is gemaakt door medebewoners, maakt niet dat verweerder gehouden is om terug te komen op het bestreden besluit.
4. De aanvraag is in redelijkheid buiten behandeling gesteld.
5. De rechtbank is verder van oordeel dat de omstandigheid dat eiseres sinds haar komst in Nederland een relatie heeft opgebouwd, onvoldoende is voor het oordeel dat verweerder wegens humanitaire omstandigheden van het inreisverbod had moeten afzien. Dat haar partner schriftelijk heeft verklaard dat zij hun relatie als duurzaam zien en de wens hebben in de toekomst samen te blijven, maakt dit niet anders. Daarbij is dit in de zienswijze niet aangevoerd.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2018.
|
griffier |
rechter |
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: