Vreemdelingenrecht
VK, plakvovo, beroep ongegrond, dus geen grond meer voor treffen vovo, vovo afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 3 november 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:16774 · Rechtbank Den Haag · 3 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-16774
Zaakgegevens
Op 3 november 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 3 november 2021
- Datum publicatie
- 28 juli 2022
- Zaaknummer
- AWB 21/517
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16774
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VK, plakvovo, beroep ongegrond, dus geen grond meer voor treffen vovo, vovo afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/517
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 november 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1993, van Angolese nationaliteit, verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Š. Petkovic),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Procesverloop
Bij besluit van 3 september 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekers verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken vanaf 16 februari 2016 en aan hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaren vanaf de datum dat hij Nederland daadwerkelijk heeft verlaten. Het besluit bevat ook een terugkeerbesluit dat inhoudt dat verzoeker Nederland meteen moet verlaten.
Bij besluit van 25 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2021. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer: AWB 21/516) van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats is het hiervoor vermelde door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Gegeven deze beslissing in de hoofdzaak is er geen grond meer voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening, zodat het verzoek wordt afgewezen.
2. Verzoeker heeft verder verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor zowel de beroepsprocedure als deze voorlopige voorzieningprocedure. De voorzieningenrechter beslist in navolging van de meervoudige kamer in de beroepszaak dat verzoeker ook in deze procedure geen griffierecht is verschuldigd, omdat hij voldoende heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van de verplichting tot het betalen van het griffierecht.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, (voorzieningen)rechter, in samenwerking met mr. L.Y. Wong, griffier. De beslissing is uitgesproken op 3 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
- de griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen -
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.