Vreemdelingenrecht

Hersteluitspraak – proceskosten en griffierecht

Rechtbank Den Haag, 26 september 2022

Zaakgegevens

Op 26 september 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
26 september 2022
Datum publicatie
3 oktober 2022
Zaaknummer
AWB 22/942
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:10052
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak – proceskosten en griffierecht

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 22/942

uitspraak ter verbetering van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 september 2022 in de zaak tussen

Guobing Zheng, verzoeker 1, v-nummer: 270.757.6523

[naam 1] , verzoekster, v-nummer: [nummer 1]

[naam 2] , verzoeker 2, v-nummer: [nummer 2]

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. J. Hemelaar),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Overwegingen

Naar aanleiding van de e-mail van de gemachtigde van verzoekers van 16 september 2022 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 15 september 2022 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. In de motivering en het dictum van de uitspraak is abusievelijk niet opgenomen dat verweerder wordt veroordeeld in de door verzoekers gemaakte proceskosten en opgedragen wordt het door hen betaalde griffierecht te vergoeden. De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.

Beslissing

De rechtbank verbetert haar uitspraak van 15 september 2022 met zaaknummer AWB 22/942 door in rechtsoverweging 2 op te nemen:

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoedt en veroordeelt

verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 759,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van €759,- en wegingsfactor 1).

Het dictum in de uitspraak van 15 september 2022 komt als gevolg van deze correctie als volgt te luiden:

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten ten bedrage van

€ 759,- (zevenhonderdnegenenvijftig euro);

- draagt verweerder op om het door verzoekers betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,-

(honderdvierentachtig euro) te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, op 20 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.