Vreemdelingenrecht
Uitstel van vertrek, art. 64 Vw, geen medische noodsituatie want contactlens enkel cosmetisch, bestaan van…
Rechtbank Den Haag, 19 april 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:11908 · Rechtbank Den Haag · 19 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-11908
Zaakgegevens
Op 19 april 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 april 2022
- Datum publicatie
- 11 november 2022
- Zaaknummer
- NL22.3817
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11908
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitstel van vertrek, art. 64 Vw, geen medische noodsituatie want contactlens enkel cosmetisch, bestaan van andere klachten en behandelingen niet onderbouwd, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3817
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.S. Sewdajal),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Inleiding en procesverloop
Eiser is geboren op [1990] en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Hij is blind aan zijn rechteroog en krijgt daarom een medische behandeling. Deze behandeling houdt in dat eiser een cosmetische contactlens draagt die periodiek wordt gecontroleerd en vervangen.
Eiser heeft eerder asiel gevraagd. In het besluit van 8 juni 2021 heeft verweerder deze asielaanvraag afgewezen. In dit besluit heeft verweerder eiser wel uitstel van vertrek gegeven voor maximaal 6 maanden, omdat verweerder nog moest beoordelen of eiser uitstel van vertrek krijgt vanwege zijn medische situatie. Het besluit van 8 juni 2021 staat in rechte vast.1
In het besluit van 20 augustus 2021 (primaire besluit) heeft verweerder beslist dat eiser geen uitstel van vertrek krijgt vanwege zijn medische situatie.
Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.
In het besluit van 8 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.3818, op 15 april 2022 op zitting behandeld. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.
[afbeelding niet beschikbaar]1 Zie de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s -Hertogenbosch, van 8 december 2021, NL21.9315.
Overwegingen
2. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Eiser heeft voldoende aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarde voor deze vrijstelling. De rechtbank verleent eiser daarom vrijstelling van de betaling van griffierecht.
3. In het bestreden besluit heeft verweerder beslist dat eiser geen uitstel van vertrek krijgt vanwege zijn medische situatie. Verweerder heeft namelijk advies gevraagd aan het Bureau Medische Advisering (BMA) over de situatie van eiser en het BMA heeft op 10 december 2021 advies gegeven (het [medisch adviesbureau] ). In dit advies staat dat eiser medisch gezien wel kan reizen. Ook staat hierin dat er geen medische noodsituatie op korte termijn wordt verwacht, als eiser geen medische behandeling meer zou krijgen. De lopende medische behandeling is namelijk alleen van cosmetische aard.
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij vindt dat het [medisch adviesbureau] niet klopt en verwijst naar zijn medisch dossier. Uit dit dossier blijkt dat eiser in verband met zijn rechteroog niet alleen een behandeling krijgt die van cosmetische aard is, maar ook andere behandelingen. Zo had hij in augustus 2020 klachten aan zijn rechteroog in de vorm van pijn, roodheid en tranen. Verder blijkt uit het medisch dossier dat eiser ook klachten heeft aan zijn linkeroog en in verband hiermee een behandeling krijgt. Eiser vindt dat deze aspecten ten onrechte niet zijn betrokken in het [medisch adviesbureau] .
De rechtbank geeft eiser hierin geen gelijk.
Het is vaste rechtspraak van de hoogste rechter in dit soort zaken2 dat een [medisch adviesbureau] een deskundigenadvies is waar verweerder in principe vanuit mag gaan, tenzij eiser concrete aanknopingspunten aanvoert waarom het advies niet zou kloppen. Die concrete aanknopingspunten zijn er in deze zaak niet. De stelling van eiser dat hij in het verleden (niet- cosmetische) klachten heeft gehad aan beide ogen is daarvoor onvoldoende. Uit het medisch dossier blijkt namelijk niet (1) dat eiser deze klachten ten tijde van het [medisch adviesbureau] nog steeds had en (2) dat eiser ten tijde van het [medisch adviesbureau] voor deze klachten onder medische behandeling stond of kort daarna zou staan.
Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
[afbeelding niet beschikbaar]2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 april 2022
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.