Vreemdelingenrecht
Beroep. Vreemdeling mob, geen contact meer met gemachtigde. Beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 11 mei 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:12084 · Rechtbank Den Haag · 11 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-12084
Zaakgegevens
Op 11 mei 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 11 mei 2022
- Datum publicatie
- 15 november 2022
- Zaaknummer
- NL22.6406
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12084
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep. Vreemdeling mob, geen contact meer met gemachtigde. Beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.6406
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L.M.F. Verhaegh).
Procesverloop
Bij besluit van 7 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure buiten behandeling gesteld.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.6407, op 11 mei 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1998] .
3. In het dossier bevindt zich een melding van 24 september 2021 van het COA aan verweerder waarin is vermeld dat eiser uit de opvang is vertrokken. Niet blijkt dat eiser zich nadien nog bij verweerder heeft gemeld.
4. De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1, inhoudende dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
5. In de gronden van het beroep heeft de gemachtigde van eiser de passage ”Nu eiser MOB is verklaard is hij mogelijk niet meer in Nederland of de EU” opgenomen. Hieruit leidt de rechtbank af dat de gemachtigde op het moment van indienen van het beroepschrift niet op de hoogte was van de verblijfplaats van eiser en dus ook geen contact meer met hem had. Eiser noch zijn gemachtigde zijn ter zitting verschenen. In de ochtend van de zitting heeft de rechtbank telefonisch aan de gemachtigde verzocht aan te geven of hij nog contact heeft met de vreemdeling. De gemachtigde heeft daarop niet gereageerd. Ook heeft de vreemdeling niet laten weten dat hij nog in Nederland verblijft en prijs stelt op bescherming.
6. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft. Het beroep is daarom niet ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2022 door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
1. Bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
11 mei 2022
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.