Vreemdelingenrecht
vervolgberoep, bewaring, voortvarendheid, zicht op uitzetting, beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:8503 · Rechtbank Den Haag · 19 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2022-8503
Zaakgegevens
Op 19 augustus 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2022
- Datum publicatie
- 25 augustus 2022
- Zaaknummer
- NL22.15397
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8503
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vervolgberoep, bewaring, voortvarendheid, zicht op uitzetting, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.15397
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Alam-Khan),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op 6 juni 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en op 16 augustus 2022 het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Cubaanse nationaliteit te hebben.
2. Uit de uitspraak van 21 juni 2022 (NL22.10574) volgt dat de aan eiser opgelegde maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek in die zaak rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
3. Op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw verklaart de rechtbank het beroep gegrond, indien zij van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is. In dat geval beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
4. Eiser voert aan dat hij al ruim twee maanden in bewaring zit en dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn verwijdering. Verweerder heeft volgens eiser nog geen laissez-passeraanvraag toegestuurd aan de diplomatieke vertegenwoordiging van Cuba. Pas op 19 juli 2022 is door verweerder een dergelijke aanvraag toegezonden aan de diplomatieke vertegenwoordiging van Ghana. Er zijn overigens geen aanknopingspunten dat hij afkomstig is uit Ghana. Er is volgens eiser dan ook geen zicht op zijn uitzetting.
5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is of dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering uit Nederland. Uit het voortgangsrapport (M120) van 10 augustus 2022 blijkt dat verweerder zich inspant om het vertrek van eiser te realiseren. Eiser beschikt niet over documenten ter onderbouwing van de door hem gestelde Cubaanse nationaliteit. Op 9 juni 2022 heeft verweerder een laissez-passeraanvraag voor Cuba verstuurd naar de afdeling Internationale aangelegenheden, maar gebleken is dat uitzetting naar dat land alleen kan plaatsvinden met een geldig paspoort. Het voortgangsrapport vermeldt verder per 14 juni 2022 dat het vermoeden bestaat dat eiser niet uit Cuba afkomstig is en dat nader onderzoek zal worden verricht. Naar aanleiding hiervan is op 19 juli 2022 een laissez-passeraanvraag verstuurd aan de diplomatieke vertegenwoordiging van Ghana. Uit de verslagen van de vertrekgesprekken van 14 en 19 juli 2022 blijkt dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting doordat hij niet wenst te spreken met de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Daarnaast is niet gebleken van eigen inspanningen van eiser om zijn identiteit en nationaliteit alsnog aannemelijk te maken. Een en ander komt voor eisers rekening. Niet is gebleken dat er in objectieve zin onvoldoende zicht op uitzetting bestaat.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.