Vreemdelingenrecht
Vk verzet; opvang van rechtswege geëindigd omdat opposant niet (tijdig) om instemming heeft verzocht; andere…
Rechtbank Den Haag, 30 juni 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:14207 · Rechtbank Den Haag · 30 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-14207
Zaakgegevens
Op 30 juni 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 30 juni 2023
- Datum publicatie
- 21 september 2023
- Zaaknummer
- 22/8209 en 22/8210 V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14207
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vk verzet; opvang van rechtswege geëindigd omdat opposant niet (tijdig) om instemming heeft verzocht; andere bestuursrechtelijke rechtsingang mogelijk om de al dan niet terecht geëindigde opvang aan de orde te stellen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 22/8209 en AWB 22/8210 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2023 op het verzet van
[opposant] , opposant
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. Derksen).
Inleiding
Opposant heeft beroep ingesteld tegen de mondelinge mededeling van 20 december 2022 van het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) dat zijn opvangvoorzieningen per direct zijn beëindigd. Opposant heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 24 december 2022 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van dat beroep en verzoek. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
De rechtbank heeft het verzet op 13 maart 2023 op zitting behandeld. Opposant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is Y. E-Rramdani verschenen. Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
De rechtbank heeft op 30 maart 2023 het onderzoek heropend.
COA heeft een besluit van 5 april 2023 overgelegd, waarin COA het verzoek om opvang van 5 januari 2023 van opposant afwijst.
De rechtbank heeft het verzet op 6 april 2023 op zitting behandeld. Opposant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is M. Kundi verschenen. COA heeft zich laten vertegenwoordiger door mr. H.P. Kallenbach.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om COA in staat te stellen te reageren op het standpunt van opposant dat het niet-tijdig melden op 20 december 2022 verschoonbaar is. COA heeft verder toegezegd na te gaan op welke wijze opposant zijn eventuele aanspraken op woonruimte ter toetsing aan de rechter voor zou kunnen leggen. COA heeft bij brief van 14 april 2023 gereageerd.
Bij bericht van 23 april 2023 heeft opposant in reactie op de brief van 14 april 2023 zijn standpunt nader onderbouwd. De rechtbank heeft COA verzocht om een reactie.
Op 20 mei 2023 heeft COA een aanvullend besluit van 19 mei 2023 overgelegd. De rechtbank heeft opposant verzocht hierop uiterlijk 7 juni 2023 te reageren. Dit heeft opposant uiteindelijk gedaan op 26 juni 2023. Hij heeft de rechtbank verzocht om uitspraak te doen op het verzetschrift. De rechtbank heeft heden het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De rechtbank en voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft in de zaken
AWB 22/8209 en AWB 22/8210 op 24 december 2022 uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft zich kennelijk onbevoegd verklaard. De reden hiervoor is de volgende. COA heeft opposant op 20 december 2022 mondeling meegedeeld dat zijn opvangvoorzieningen per direct waren geëindigd. Dit betreft een kennisgeving en een uitvoering van een al ingetreden rechtsgevolg. Omdat geen sprake is van een besluit of feitelijke handeling die moet worden gelijkgesteld met een besluit, heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening kennis te nemen.
2. In verzet beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de uitspraak van
24 december 2022 terecht is geoordeeld dat het buiten redelijke twijfel is dat de rechtbank onbevoegd was. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat deze niet juist is. In essentie stelt opposant dat de mondelinge mededeling van 20 december 2022 wel een feitelijke handeling is die moet worden gelijkgesteld met een besluit. De mededeling heeft namelijk rechtsgevolgen, in die zin dat COA zijn taakstelling (de zorg voor huisvesting voor opposant) heeft beëindigd. Dit heeft ook gevolgen voor de nareisprocedure. Verder stelt opposant er geen andere adequate bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat tegen het beëindigen van de opvang en taakstelling.
4. De rechtbank is het niet eens met opposant. Opposant is statushouder en kon in afwachting van andere huisvesting verblijven in een COA-opvang. Om zijn aanspraak op COA-opvang te behouden, moest opposant zich iedere twee weken bij het COA melden om opnieuw instemming voor opvang te verkrijgen. Vaststaat dat opposant niet (tijdig) om die instemming heeft verzocht. Daarom is de opvang van rechtswege geëindigd. De rechtbank heeft terecht geconcludeerd dat de mondelinge mededeling van 20 december 2022 hieromtrent een kennisgeving is van een al ingetreden rechtsgevolg. De nadelige gevolgen waar opposant op wijst, zijn geen (beoogde) rechtsgevolgen van het feit dat zijn opvang van rechtswege is geëindigd.
5. Verder oordeelt de rechtbank dat er wel een andere bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat. Opposant heeft zich op 5 januari 2023 gemeld in Ter Apel voor COA-opvang. Met de besluiten van 5 april 2023 en 19 mei 2023 is dit geweigerd, omdat de aanvankelijke aanspraak van opposant is geëindigd. Ook zijn de door opposant aangevoerde omstandigheden niet dermate bijzonder, dat dit ertoe leidt dat hij tot de opvang moet worden toegelaten. Tegen deze beschikkingen heeft opposant rechtsmiddelen ingesteld. De weigering om opposant op 5 januari 2023 toe te laten tot COA-opvang, omdat zijn aanvankelijke aanspraak al dan niet terecht is geëindigd, maakt onderdeel uit van die procedures.
6. In wat opposant heeft aangevoerd, ziet de rechtbank dus geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 24 december 2022. Het verzet is ongegrond. De uitspraak van 24 december 2022 blijft dus in stand.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2023.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: