Vreemdelingenrecht

geen gronden ingediend; geen sprake van Bahaddar-omstandigheden; kennelijk niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 20 september 2023

Zaakgegevens

Op 20 september 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
20 september 2023
Datum publicatie
22 september 2023
Zaaknummer
AWB 23/6613
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:14274
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

geen gronden ingediend; geen sprake van Bahaddar-omstandigheden; kennelijk niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 23/6613


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2023 in de zaak tussen


[eiser] , v-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: L.F. Portier),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van 14 juni 2023, waarin de staatssecretaris de asielaanvraag van eiser van 5 april 2023 niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser de gronden van het beroep te laat heeft ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De indiener van het beroepschrift moet dan wel eerst de gelegenheid hebben gehad om de beroepsgronden alsnog binnen een door de rechtbank gestelde termijn in te dienen.

Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?

4. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift, ontvangen door de rechtbank op 19 juni 2023. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser in haar brief van 20 juni 2023 verzocht om uiterlijk op 27 juni 2023 dit verzuim te herstellen. Deze gronden zijn echter na deze datum ingediend, namelijk op 29 juni 2023. De beroepsgronden zijn daarmee niet tijdig vermeld. Eiser heeft geen reden gegeven voor het niet tijdig vermelden van de beroepsgronden. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Bahaddar-toets

5. Uit vaste rechtspraak volgt dat de bestuursrechter een nationale procedureregel buiten toepassing moet laten, wanneer er omstandigheden zijn als bedoeld in het arrest Bahaddar tegen Nederland, om schending van artikel 3 van het EVRM bij uitzetting te voorkomen.

5.1.

In het geval van eiser is het Bahaddar-arrest niet van toepassing. De staatssecretaris heeft in het besluit van 14 juni 2023 overwogen dat ten aanzien van eiser is aangenomen dat hij bij terugkeer naar het land van herkomst heeft te vrezen voor een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Eiser zal dus niet worden uitgezet naar Iran. Er bestaat dus geen risico op een dergelijke schending. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om voorbij te gaan aan de niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet inhoudelijk behandelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van

mr. D. Steenbeek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2023

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. Dit volgt uit artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dit volgt uit artikel 6:6, van de Awb. EHRM 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494, r.o. 45. ABRvS 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1664.