Vreemdelingenrecht

Beroep niet-tijdig beslissen. Prematuur ingediende ingebrekestelling. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 22 november 2023

Zaakgegevens

Op 22 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
22 november 2023
Datum publicatie
13 december 2023
Zaaknummer
AWB 23/7366
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:19590
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep niet-tijdig beslissen. Prematuur ingediende ingebrekestelling. Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 23/7366


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2023 in de zaak tussen

[eiseres], uit Marokko, eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.W. Aartsen),

en

De Minister van Buitenlandse Zaken,

(gemachtigde: R.C. de Goede).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

Als de iemand de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de beslistermijn op 13 mei 2023. De bezwaartermijn met betrekking tot het besluit in primo verstreek op 30 december 2022 (4 weken na 2 december 2022, de datum van dagtekening van het besluit in primo). De beslistermijn op het bezwaar is aangevangen op 31 december 2022 en bedraagt 19 weken zodat deze beslistermijn eindigde op 13 mei 2023. Eiseres heeft verweerder op 27 maart 2023 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Bestuurlijke dwangsom

Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, kan de rechtbank de hoogte van de op grond van afdeling 4.1.3 van de Awb verbeurde dwangsom niet vaststellen. Dit volgt uit artikel 8:55c van de Awb.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 november 2023.

griffier rechter

(de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen)

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Op grond van artikel 76 lid 1 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).