Vreemdelingenrecht

Vovo toegewezen, vovo hangende bezwaar, verzet-me-nietje.

Rechtbank Den Haag, 5 december 2025

Zaakgegevens

Op 5 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
5 december 2025
Datum publicatie
2 januari 2026
Zaaknummer
AWB 25/3630
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:25750
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo toegewezen, vovo hangende bezwaar, verzet-me-nietje.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/3630


uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 december 2025 in de zaak tussen


[verzoekster], V-nummer: [v-nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. H.K. Jap A Joe),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning.

1.1.

Verweerder heeft de voorzieningenrechter bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek.

1.2.

De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Partijen zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?

2. Bij brief van 18 november 2025 heeft verweerder aangegeven dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Nu tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker vooralsnog behoort te worden afgezien, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toe te wijzen en verweerder te verbieden verzoeker uit te zetten, totdat op het bezwaarschrift is beslist.

3. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb gelezen in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op

€ 907,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek toe in die zin dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege laat totdat op het bezwaar is beslist;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 907,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.