Vreemdelingenrecht
Hersteluitspraak, hoogte proceskostenveroordeling.
Rechtbank Den Haag, 21 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:9107 · Rechtbank Den Haag · 21 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-9107
Zaakgegevens
Op 21 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 21 mei 2025
- Datum publicatie
- 23 mei 2025
- Zaaknummer
- NL25.14102 en NL25.14104 H
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9107
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak, hoogte proceskostenveroordeling.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.14102 en NL25.14104 H
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer 1], eiser
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer 2], eiseres
hierna tezamen: eisers
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Overwegingen
Naar aanleiding van het bericht in het digitale dossier van de gemachtigde van eisers van 20 mei 2025 is gebleken dat de uitspraak van 8 mei 2025 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de hoogte van de proceskostenvergoeding. De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.
Beslissing
De rechtbank verbetert haar uitspraak van 8 mei 2025, zaaknummers NL25.14102 en NL25.14104, door in rechtsoverweging 10 op te nemen:
10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de
door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814 (1 punt voor het
indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting met een waarde per
punt van € 907 en een wegingsfactor 1). De beroepen van eisers worden gezien
als samenhangende zaken die op grond van artikel 3 van het Besluit proceskosten
bestuursrecht als één zaak worden beschouwd voor vergoeding van beroepsmatig verleende
bijstand.
Het dictum in de uitspraak van 8 mei 2025 komt als gevolg van deze correctie als volgt te luiden:
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op om nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen met inachtneming
van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.814.
Deze uitspraak is gedaan op 21 mei 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open.