Vreemdelingenrecht

Beroep niet-ontvankelijk, MOB, geen procesbelang

Rechtbank Den Haag, 29 april 2026

Zaakgegevens

Op 29 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
29 april 2026
Datum publicatie
30 april 2026
Zaaknummer
NL25.58389
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:10205
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep niet-ontvankelijk, MOB, geen procesbelang

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.58389

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. P.R. van de Water),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: S. Bulakbasar).

Inleiding

1. Bij besluit van 20 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiser in de algemene asielprocedure afgewezen als ongegrond.

1.1.

Eiser heeft op 27 november 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

1.2.

Op 25 maart 2026 heeft de minister de rechtbank laten weten dat eiser op 19 maart 2026 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken.

1.3.

De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser in de gelegenheid gesteld te reageren op dit bericht en aan te geven of hij nog contact heeft met eiser. De gemachtigde van eiser heeft hierop op 2 april 2026 gereageerd.

Beoordeling door de rechtbank

2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2024:2662) volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd en met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is anders als een vreemdeling na de MOB-melding nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde.

4. De gemachtigde van eiser heeft in zijn bericht van 2 april 2026 aangegeven dat hij geen contact heeft kunnen krijgen met eiser sinds het bericht van zijn vertrek uit de opvang van COA.

5. Omdat uit de gegevens van de minister blijkt dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en uit het bericht van de gemachtigde van eiser niet volgt dat eiser na de MOB-melding nog contact met hem onderhoudt, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op bescherming in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

6. Het beroep is niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

29 april 2026

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Mr. J.J. Catsburg M.A.W.M. Engels

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.