Vreemdelingenrecht
Asiel, Dublin België, MOB, beroep niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 6 januari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:128 · Rechtbank Den Haag · 6 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-128
Zaakgegevens
Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 6 januari 2026
- Datum publicatie
- 7 januari 2026
- Zaaknummer
- NL25.57064
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:128
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel, Dublin België, MOB, beroep niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57064
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 19 november 2025 niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres is het met dat besluit niet eens en heeft op 20 november 2025 beroep ingesteld.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank beoordeelt (ambtshalve) de ontvankelijkheid van het beroep en – in dat verband – of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep.
2. Verweerder heeft op 17 december 2025 de rechtbank bericht dat eiseres volgens meldingen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers op 4 december 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en dat verweerder niet is gebleken dat eiseres zich daarna weer heeft gemeld. De gemachtigde van eiseres heeft vervolgens op 29 december 2025 de rechtbank meegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiseres en dat hij ook niet weet waar zij verblijft.
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, in beginsel ervan wordt uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt.
4. Gezien de informatie van verweerder en de gemachtigde van eiseres, gaat de rechtbank ervan uit dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Daarom heeft eiseres geen procesbelang bij een inhoudelijke behandeling van het door haar ingestelde beroep.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 6 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.