Vreemdelingenrecht
Eerste beroep bewaring – 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c – bewaringsgrondslag – lichter middel –…
Rechtbank Den Haag, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18887 · Rechtbank Den Haag · 26 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-18887
Zaakgegevens
Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Datum publicatie
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.32948
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18887
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eerste beroep bewaring – 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c – bewaringsgrondslag – lichter middel – medische zorg in detentiecentrum – beroep ongegrond
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.32948
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D. van Elp),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. J.S.W. Boorsma).
Procesverloop
Bij besluit van 15 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
De minister heeft de rechtbank, op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw, van de bewaring in kennis gesteld op 12 juni 2026. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 22 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Fayez. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988.
Bewaringsgronden en -grondslag
2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Tevens heeft de minister zich in de maatregel van bewaring op het standpunt gesteld dat (1°) eiser in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, (2°) eiser reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat eiser zijn asielaanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen (artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw).
3. De rechtbank stelt vast dat eiser alleen de lichte grond onder 4d heeft bestreden. De niet-betwiste gronden zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring naar het oordeel van de rechtbank dragen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor verdere bespreking van de lichte grond onder 4d.
4. Uit het voorgaande volgt dat de minister de maatregel van bewaring heeft kunnen baseren op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Daarom behoeft niet meer te worden beoordeeld of de bewaringsmaatregel ook kan worden gebaseerd op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Immers, één bewaringsgrondslag is voldoende om de maatregel op te baseren. De beroepsgrond slaagt niet.
Lichter middel
5. Eiser stelt dat de minister had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel dan de maatregel van bewaring, gezien eisers medische en psychische omstandigheden. Uit de door eiser overgelegde medische documenten blijkt dat eiser complexe psychische problematiek heeft en dat in dit kader trauma-behandeling geïndiceerd is. In het detentiecentrum krijgt eiser enkel medicijnen, maar geen behandeling van de onderliggende problematiek. De zorg die eiser krijgt in het detentiecentrum is om die reden onvoldoende.
6. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom niet is volstaan met het opleggen van een lichter middel. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het dossier blijkt dat eiser voldoende medische zorg krijgt in het detentiecentrum. Er moet van uitgegaan worden dat een vreemdeling in het detentiecentrum de voor hem benodigde gezondheidszorg kan krijgen. Eiser heeft onvoldoende (met stukken) onderbouwd dat de medische zorg in het detentiecentrum ontoereikend is of dat in zijn geval, indien nodig, niet voldoende zorg kan worden gegeven in verband met zijn gezondheidssituatie. Evenmin heeft hij (met stukken) aannemelijk gemaakt dat hij medische behandeling nodig heeft en deze hem wordt onthouden. In de maatregel is gemotiveerd dat eiser een intake heeft gehad met de psycholoog binnen het detentiecentrum en dat hij daar een vervolggesprek gaat krijgen. Ook is in de maatregel overwogen dat als zorg niet voldoende kan worden gegeven, de vreemdeling wordt overgeplaatst naar een regulier ziekenhuis, een penitentiair psychiatrisch centrum of een gesloten gezondheidsinstelling.
Mocht eiser het niet eens zijn met de manier waarop hij wordt behandeld in het detentiecentrum, of er – zoals hij stelt – onvoldoende medische zorg voor hem aanwezig is, dan dient hij hierover te klagen bij de directeur.
Ambtshalve toetsing
7. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep ongegrond;
-
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van J.M. Pattynama, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 juni 2026
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.