Vreemdelingenrecht

Vreemdelingenbewaring - artikel 59 - verlengingsbesluit - mondelinge uitspraak - gegrond

Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.37378
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:20097
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vreemdelingenbewaring - artikel 59 - verlengingsbesluit - mondelinge uitspraak - gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.37378


proces-verbaal van de uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. F. Boone),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Procesverloop

1. Op 22 december 2025 heeft verweerder eiser op grond van artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) in bewaring gesteld. Bij besluit van 16 juni 2026 heeft verweerder de maatregel van bewaring met ten hoogste twaalf maanden verlengd.

1.1.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om een schadevergoeding.

1.2.

De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Lazar als tolk en de gemachtigde van verweerder.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan en daarbij meegedeeld binnen welke termijn en bij wie hoger beroep kan worden ingesteld.

Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van € 3000,- aan schadevergoeding aan eiser, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;

- beveelt de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring met ingang van vandaag;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Overwegingen

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Ten onrechte is namelijk geen kennisgeving uitgedaan. Op het moment dat het verlengingsbesluit werd genomen, moest dat onverwijld gebeuren. Dat is in principe binnen 48 uur. Vanaf de 20ste juni is het besluit onrechtmatig want er is geen kennisgeving uitgedaan, vanaf die dag heeft eiser recht op schadevergoeding. Dat betekent ook dat eiser vrijkomt. Maar dat gaat nog niet nu gebeuren. Eiser komt nog niet direct vrij. Hij moet eerst terug naar het detentiecentrum om zijn spullen te pakken.

4. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 25 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vreemdelingenbewaring ten bedrage van 25 x € 120,- (verblijf detentiecentrum) = € 3000,-.

5. Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser beroep heeft ingesteld en aan de zitting heeft deelgenomen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.