Vreemdelingenrecht

Asiel. China. Eiseres heeft asiel aangevraagd omdat zij is bekeerd is tot de Kerk van de Almachtige God…

Rechtbank Den Haag, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
27 juli 2026
Zaaknummer
NL26.14291
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21012
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel. China. Eiseres heeft asiel aangevraagd omdat zij is bekeerd is tot de Kerk van de Almachtige God (Church of the Almighty God – CAG). De minister heeft de asielaanvraag afgewezen, omdat het niet geloofwaardig is dat eiseres is bekeerd tot de CAG. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Gelet op de verklaringen van eiseres over haar activiteiten voor de CAG, de Letter of Attestation en de verklaring van een medegelovige van de CAG is aannemelijk dat eiseres een actieve aanhanger is van de CAG. Uit het landenbeleid van de minister voor China volgt dat onder andere actieve aanhangers van de CAG worden blootgesteld aan systematische vervolging in China. Dit heeft de minister in het bestreden besluit niet voldoende betrokken. Het beroep is gegrond. De minister zal opnieuw op de asielaanvraag van eiseres moeten beslissen en daarbij rekening moeten houden met de omstandigheid dat eiseres een actieve aanhanger is van de CAG.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.14291


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de asielaanvraag van eiseres mocht afwijzen, omdat haar bekering tot de Kerk van de Almachtige God niet geloofwaardig is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt dat zij de Chinese nationaliteit heeft en op [geboortedatum] 1984 is geboren. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 maart 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

4. De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y. Zhao als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

5. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is bekeerd tot de Kerk van de Almachtige God (The Church of the Almighty God, de CAG). Eiseres is gevlucht uit China, omdat zij vreest dat de Chinese autoriteiten haar zullen vervolgen vanwege haar religie.

Het bestreden besluit

6. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

  • identiteit, nationaliteit en herkomst; en

  • de bekering tot de CAG en de daaruit voortvloeiende problemen.

7. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig en de bekering tot de CAG niet geloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres heeft algemeen en onpersoonlijk verklaard over het proces en de motieven van haar bekering. De minister vindt de activiteiten die eiseres verricht en de kennis die zij heeft onvoldoende om te compenseren voor deze gebrekkige verklaringen. Omdat de minister de bekering niet geloofwaardig vindt, stelt de minister dat eiseres ook niet heeft te vrezen voor vervolging vanwege haar religie en loopt zij ook geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar China. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond en heeft aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd.

Het standpunt van eiseres

8. Eiseres vindt dat haar verklaringen over haar bekering wel een samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat zij wel voldoende heeft verklaard over het proces en de motieven van haar bekering. Zij heeft tijdens het gehoor onvoldoende gelegenheid gekregen om haar asielrelaas goed naar voren te brengen vanwege miscommunicatie met de tolk en het feit dat de gehoormedewerker haar verzocht om het kort te houden. De minister heeft daarom onvoldoende zorgvuldig onderzoek gedaan en te weinig rekening gehouden met de aanvullende verklaringen die eiseres in de zienswijze en de correcties en aanvullingen heeft overgelegd. Verder heeft de minister volgens eiseres geen goede afweging gemaakt van alle omstandigheden van het geval bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar bekering. Eiseres is al sinds 2009 bekeerd en lid van de CAG, zij heeft een vooraanstaande positie binnen de CAG als voorganger, verricht veel activiteiten voor de CAG, waaronder evangeliseren en demonstreren in naam van de CAG tegen vervolging van CAG-leden door de Chinese overheid. Daarnaast heeft eiseres een Letter of Attestation en een verklaring van medegelovige [naam] overgelegd waaruit blijkt dat eiseres is bekeerd en lid is van de CAG. De minister heeft volgens eiseres onvoldoende waarde gehecht aan deze verklaringen. Ten slotte voert eiseres aan dat zij ongeacht de geloofwaardigheid van haar bekering een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar China, omdat de Chinese autoriteiten haar zullen zien als een lid van de CAG.

Het oordeel van de rechtbank

9. De rechtbank overweegt dat in het landenbeleid van de minister is opgenomen dat een aantal groepen in China systematisch wordt blootgesteld aan vervolging. Actieve aanhangers van religieuze en spirituele bewegingen die door de Chinese autoriteiten zijn aangemerkt als ‘xie jiao’ vormen een dergelijke groep. In het Algemeen Ambtsbericht China van juli 2020 is opgenomen dat de Chinese autoriteiten de CAG aanmerken als ‘xie jiao’. Volgens de minister zijn actieve aanhangers niet alleen leiders en personen die zich bezighouden met ledenwerving, maar ook actieve beoefenaars en ‘gewone’ leden van wie bij de autoriteiten bekend is dat zij behoren tot een beweging die is aangemerkt als ‘xie jiao’.

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich onterecht op het standpunt stelt dat eiseres niet heeft te vrezen voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar China vanwege haar betrokkenheid bij de CAG.

11. Ten eerste lijkt de minister in het bestreden besluit aan te nemen dat eiseres actief is voor de CAG, door te stellen: “Het deelnemen aan de kerk op zichzelf is niet voldoende om (…) uw verklaringen over uw bekering geloofwaardig te achten”. Ook in het voornemen lijkt de minister dit aan te nemen, door te stellen: “Uw inhoudelijke kennis van het geloof en uw deelname aan activiteiten is onvoldoende om uw overige verklaringen over uw proces, uw motieven en de persoonlijke betekenis voor u te compenseren.”. Hoewel de minister in het voornemen en het bestreden besluit de geloofwaardigheid van de bekering tot de CAG heeft beoordeeld kan uit de geciteerde passages ook worden opgemaakt dat de minister het wel aannemelijk vindt dat eiseres een actieve aanhanger is van de CAG.

12. Ten tweede kan uit de verklaringen van eiseres, de verklaring van medegelovige [naam] en uit de foto’s waarop te zien is dat eiseres met andere CAG-leden demonstreert tegen vervolging van de CAG in China, worden opgemaakt dat zij een actieve aanhanger is van de CAG. Zo heeft eiseres verklaard en toegelicht dat zij binnen de CAG een voorganger en diaken is, dat zij bijeenkomsten van de CAG bijwoont, dat zij zich bezighoudt met evangeliseren en dat zij nieuwe leden begeleidt in haar rol als voorganger. Daarnaast blijkt uit de verklaring van [naam] dat eiseres zich bezighield met het begeleiden van nieuwe leden en het ontvangen en uitdelen van boeken binnen haar lokale kerkgemeenschap van de CAG in China.

13. Ten slotte heeft eiseres een zogenoemde Letter of Attestation overgelegd. De minister stelt zich op het standpunt dat dit document niet op echtheid kan worden gecontroleerd. Volgens Werkinstructie 2025/9 komt aan verklaringen van derden echter wel betekenis toe bij de beoordeling van een bekering. Bovendien blijkt uit het Algemeen Ambtsbericht China van 2022 dat de CAG beschikt over middelen om medegelovigen in China te bereiken om bij hen te verifiëren of een asielzoeker daadwerkelijk een CAG-gelovige is. Als de CAG zo iemand identificeert kan daarvan een verklaring ter bevestiging worden afgegeven, een Letter of Attestation.

14. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat uit de Letter of Attestation het lidmaatschap van eiseres bij de CAG blijkt en dat dit geloofwaardig is, maar dat dit niet betekent dat de bekering tot de CAG geloofwaardig is. De minister gaat er met dit standpunt aan voorbij dat in het landenbeleid is opgenomen dat actieve aanhangers en dus ook ‘gewone’ leden blootgesteld worden aan systematische vervolging door de Chinese autoriteiten. Nu aannemelijk is dat eiseres een actieve aanhanger van de CAG is, maakt zij, ongeacht de beoordeling van de verklaringen van eiseres over haar motieven voor en proces van bekering, deel uit van een groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging.

15. De rechtbank ziet geen aanleiding om de minister nog in de gelegenheid te stellen zijn standpunt schriftelijk toe te lichten.

Conclusie en gevolgen

16. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt en de afwijzing van haar asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Dit omdat de minister opnieuw op de aanvraag zal moeten beslissen en daarbij rekening zal moeten houden met de omstandigheid dat eiseres een actieve aanhanger van de CAG is.

17. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

18. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 10 maart 2026;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van
mr.B.J. van Rossum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zie paragraaf C9/9.3.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Algemeen Ambtsbericht China van juli 2020, p. 95. Zie paragraaf C9/9.3.1.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000. Beschikking van 10 maart 2026, p. 3. Voornemen van 6 maart 2026, p. 10. Verslag van het nader gehoor van 27 februari 2026, p. 12 en 16. Verklaring van [naam] van 16 maart 2026, p. 1. Werkinstructie 2025/9 Religieuze overtuiging, p. 7-8. Algemeen Ambtsbericht China van december 2022, p. 54-55.