Vreemdelingenrecht
Verzet ongegrond, Dublin Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Rechtbank Den Haag, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21298 · Rechtbank Den Haag · 18 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-21298
Zaakgegevens
Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Datum publicatie
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.8657 V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21298
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet ongegrond, Dublin Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.8657 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet in de zaak tussen
[opposant], opposant
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.G.P. de Boon),
en
de Minister van Asiel en Migratie , verweerder
(gemachtigde: mr. Y. Verheugd).
Inleiding
1. Bij besluit van 11 februari 2026 heeft verweerder de aanvraag van opposant tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Opposant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Het beroep is bij uitspraak van
19 maart 2026 (de bestreden uitspraak) buiten zitting kennelijk ongegrond verklaard.
Opposant heeft op 30 april 2026 tegen de bestreden uitspraak verzet ingediend.
Het onderzoek op zitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Hieraan hebben de gemachtigde van opposant en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Opposant zelf is niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Wat heeft de rechtbank in de bestreden uitspraak geoordeeld?
2. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft in de bestreden uitspraak – kort samengevat – geoordeeld dat verweerder niet gehouden was om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. Opposant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht naar Kroatië te maken zal hebben met pushbacks. Ook heeft hij niet onderbouwd dat klagen bij de Kroatische autoriteiten of andere instanties bij problemen onmogelijk of zinloos zou zijn. De rechtbank heeft daarbij betrokken dat opposant niet eerder als Dublinclaimant is overgedragen aan Kroatië.
Wat vindt opposant in verzet?
3. Opposant betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zijn verklaringen geen gewicht in de schaal leggen, omdat deze betrekking zouden hebben op zijn eerste aankomst in Kroatië. Opposant heeft concreet, consistent en gedetailleerd verklaard dat hij in Kroatië is onderworpen aan een feitelijke pushback, dat hem de toegang tot de asielprocedure is onthouden, dat hij is misleid omtrent het doel van het afnemen van zijn vingerafdrukken en dat hem geen enkele mogelijkheid is geboden om internationale bescherming te verzoeken. Dat opposant een Dublinclaimant is doet niet af aan de relevantie voor de risicobeoordeling bij terugkeer. De structurele knelpunten die opposant in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel heeft aangekaart, zijn niet in onderlinge samenhang beoordeeld, waarmee de onderzoeksplicht van verweerder – en in het verlengde daarvan de rechter – zijn miskend. Daarnaast is het oordeel van de rechtbank dat van opposant verwacht mag worden dat hij in Kroatië bij voorkomende problemen een klacht indient onhoudbaar.
Wat is het toetsingskader bij verzet?
4. Bij verzet oordeelt de rechtbank uitsluitend of het beroep van opposant buiten redelijke twijfel ongegrond verklaard kon worden zonder het houden van een zitting. Als opposant met gegronde redenen kan onderbouwen dat het beroep niet zonder zitting afgedaan mocht worden bij de bestreden uitspraak, kan het verzet gegrond verklaard worden. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die bij een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan wordt het verzet gegrond verklaard zodat nader onderzoek kan plaatsvinden.
Wat is het oordeel van de rechtbank over het verzet?
5. In wat opposant heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 19 maart 2026. Wat opposant in verzet heeft aangevoerd is grotendeels een herhaling van het aangevoerde in beroep. Opposant heeft in de beroepsfase in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel een aantal persoonlijke ervaringen gedeeld ten aanzien van zijn behandeling in Kroatië en heeft bovendien gesteld dat hij niet in staat was om in Kroatië te klagen. Daarbij heeft hij landeninformatie overgelegd. Hierop is de rechtbank in haar uitspraak van 19 maart 2026 voldoende zorgvuldig en gemotiveerd ingegaan. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat opposant er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het Handvest of artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. Daarbij heeft de rechtbank kunnen betrekken dat opposant niet eerder als Dublinclaimant is overgedragen aan Kroatië. Dat opposant het niet eens is met de inhoud en uitkomst van de uitspraak is onvoldoende om het verzet gegrond te verklaren.
Conclusie en gevolgen
6. Gelet op het voorgaande is het verzet ongegrond. Dat betekent dat de eerdere uitspraak van 19 maart 2026 in stand blijft.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van
V. Nooteboom, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen de uitspraak op het verzet is geen hoger beroep mogelijk.