Vreemdelingenrecht

Afwijzing aanvraag van artikel 64 van de Vw. Ontbreken van informtaie van de huisarts. BMA adviesaanvraag kan…

Rechtbank Den Haag, 13 juli 2026

Zaakgegevens

Op 13 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
13 juli 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
VK 20/4220
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21934
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing aanvraag van artikel 64 van de Vw. Ontbreken van informtaie van de huisarts. BMA adviesaanvraag kan niet inhoudelijk worden afgedaan. Eiseres heeft geen gronden aangevoerd tegen het uitblijven van de informatie van de huisarts. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/4220

V-nummer: [v-nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

(gemachtigde: mr. I.M. Hidding),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag heeft mogen afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.

Eiseres heeft op 4 juli 2016 een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw. Deze aanvraag heeft verweerder afgewezen bij besluit van 12 september 2016. Met een beslissing op bezwaar van 5 oktober 2018 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft op 29 januari 2019 het beroep tegen dit besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

2.2.

Verweerder heeft op 5 november 2019 opnieuw op het bezwaar beslist (het bestreden besluit). De Afdeling heeft het beroep tegen het bestreden besluit op 22 april 2020 verwezen naar deze rechtbank en zittingsplaats. Tot op heden heeft de rechtbank niet op het beroep beslist.

2.3.

De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en van verweerder deelgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst opdat verweerder een nieuw advies door het Bureau Medische Advisering (BMA) kan laten opstellen. De rechtbank heeft met de tussenuitspraak van 21 november 2025 een voorlopige voorziening getroffen in de zin dat verweerder eiseres tijdelijk uitstel van vertrek moet verlenen in de zin van artikel 64 van de Vw.

2.4.

Op 12 december 2025 heeft eiseres de toestemmingsverklaring ondertekend.

2.5.

Op 11 februari 2026 heeft verweerder aan de rechtbank laten weten dat het BMA verweerders adviesaanvraag heeft afgesloten nu de huisarts van eiseres niet heeft gereageerd op een drietal verzoeken van het BMA.

2.6.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3.1

Op grond van artikel 64 van de Vw verleent verweerder uitstel van vertrek als het BMA aangeeft dat het voor een vreemdeling medisch gezien niet verantwoord is om te reizen. Een vreemdeling krijgt ook uitstel van vertrek als uit het BMA-advies blijkt dat het uitblijven van een behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie en de behandeling in het land van herkomst niet beschikbaar is, of aantoonbaar niet toegankelijk.

3.2

Het BMA adviseert verweerder geen beslissing te nemen op basis van een medisch advies dat ouder is dan zes maanden.

3.3.

In de Vreemdelingencirculaire is uitgewerkt welke informatie een vreemdeling moet overleggen bij een aanvraag om uitstel van vertrek. Voor zover van belang voor deze zaak, houdt dit beleid in dat de vreemdeling overlegt:

- een toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden, met vermelding van de behandelaar(s) bij wie hij onder behandeling staat;

- schriftelijk bewijs van de behandelaar(s), niet ouder dan zes weken, waaruit blijkt voor welke klachten de vreemdeling wordt behandeld en de startdatum en verwachte einddatum van de behandeling;

- relevante medische gegevens, dat wil zeggen meer gedetailleerde informatie van de behandelaar(s), in antwoord op vragen van het BMA, over de actuele klachten en diagnose, medische voorgeschiedenis, aard van de behandeling, voorgeschreven medicatie en het beloop en de verwachte duur van de behandeling.

3.4.

Het BMA beoordeelt of de relevante medische gegevens zijn aangeleverd. Zijn die gegevens of overige bewijsmiddelen niet volledig, dan laat verweerder aan de vreemdeling weten welke gegevens ontbreken en vraag hij de vreemdeling om aanvullende informatie of bewijsmiddelen. Herstelt de vreemdeling het verzuim niet binnen de gegeven termijn, dan stelt verweerder de aanvraag buiten behandeling of wijst hij die af.

3.5.

Als de overgelegde bewijsmiddelen incompleet zijn en de vreemdeling heeft die niet aangevuld, hoewel hij daartoe gelegenheid heeft gehad, dan vraagt verweerder het BMA niet om een advies.

Beoordeling door de rechtbank

4.1.

De rechtbank stelt vast dat het BMA op 18 december 2025, 12 januari 2026 en 26 januari 2026 informatie heeft opgevraagd bij de huisarts van eiseres. Verweerder heeft in zijn brief van 11 februari aan de rechtbank laten weten dat er door het BMA geen informatie is ontvangen. Om die reden heeft het BMA in haar nota van 9 februari 2026 uiteengezet dat de adviesaanvraag niet inhoudelijk kan worden afgedaan, omdat er onvoldoende informatie is voor de medisch adviseur van het BMA om tot een zorgvuldig advies te komen.

4.2.

De rechtbank overweegt dat eiseres geen gronden heeft aangevoerd tegen het uitblijven van de informatie van de huisarts van eiseres. Eiseres heeft ook geen reactie gegeven op de brief van verweerder van 11 februari 2026 waarin deze aangeeft dat het BMA de adviesaanvraag van verweerder heeft afgesloten vanwege het ontbreken van medische informatie. Nu eiseres geen standpunt heeft ingenomen over de afdoening van de adviesaanvraag, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de besluitvorming van verweerder te twijfelen. Zoals in overweging 3.4. uiteen is gezet, wijst verweerder de aanvraag af wanneer de relevante medische gegevens ontbreken en dit niet binnen het gegeven verzuim is hersteld.

4.3

Gelet op het voorgaande moet worden vastgesteld dat aan eiseres thans geen uitstel van vertrek kan worden verleend. De beroepsgronden tegen het bestreden besluit behoeven daarom geen bespreking meer. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van

mr. W.L. van der Pijl, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Paragraaf A3/7.1.1 van de Vc. Paragraaf A3/7.1.3 van de Vc. Protocol Bureau Medische Advisering 2016, hoofdstuk 4. Protocol Bureau Medische Advisering 2016, hoofdstuk 4. Paragraaf A3/7.2.5 van de Vc. Paragraaf A3/7.2.6 van de Vc.