Vreemdelingenrecht

bnt asiel, niet ontvankelijk, igs prematuur

Rechtbank Den Haag, 17 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 17 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
17 augustus 2026
Datum publicatie
26 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.15821
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:24124
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bnt asiel, niet ontvankelijk, igs prematuur

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.15821


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. A.A. Hardoar),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 20 maart 2026 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 28 mei 2025.

De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

2. Eiser heeft op 28 mei 2025 zijn asielverzoek ingediend. Blijkens het bericht nationale procedure van 15 augustus 2025 heeft verweerder op basis van een Eurodac-treffer onderzocht of een andere lidstaat, Italië, verantwoordelijk is voor de behandeling van deze asielaanvraag en bevestigd dat geen claim wordt ingediend bij de Italiaanse autoriteiten. Verweerder had op grond van artikel 21, eerste lid, van de Dublinverordering, voor dit onderzoek en het indienen van een claim een periode van twee maanden.

3. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. Deze periode is aangevangen op 28 juli 2025.

4. Eiser heeft verweerder op 27 januari 2026 in gebreke gesteld. Dat betekent dat op het moment van indiening van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 17 augustus 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van O. Schep, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking).