Vreemdelingenrecht

Regulier, geen griffierecht betaald, beroep niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 16 maart 2026

Zaakgegevens

Op 16 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
16 maart 2026
Datum publicatie
17 maart 2026
Zaaknummer
NL25.63298
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5561
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regulier, geen griffierecht betaald, beroep niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.63298


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Orhan),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij beslissing van 12 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de weigering tot afgifte van een visum kort verblijf kennelijk ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Iemand die een beroep instelt, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

2. Bij brief van 30 december 2025 is eiser in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. Hierop is niet gereageerd. Daarom is eiser bij aangetekende brief van 28 januari 2026 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. In de brief is ook vermeld dat als het griffierecht niet binnen deze termijn wordt betaald het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

3. De rechtbank stelt vast dat eiser het griffierecht niet heeft betaald. Eiser heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging van dit verzuim gebleken.

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Dit is geregeld in artikel 8:41 van de Awb.