Procesverloop
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verzoeker heeft een beroep ingediend, omdat de minister niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf (hierna: het bezwaar).
Op 9 januari 2026 heeft de minister alsnog een besluit genomen op het bezwaar.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken. Hij heeft daarbij het verzoek gedaan om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De minister heeft op het verzoek gereageerd en aangegeven bereid te zijn de proceskosten te vergoeden.
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een indiener het beroep intrekt, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan diens beroepschrift, dan kan de bestuursrechter het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten van de indiener.2 In dit geval geldt echter dat de rechtbank het beroep van verzoeker niet inhoudelijk had kunnen behandelen. Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb, in samenhang met het Besluit Proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Awb. In dit geval is het griffierecht € 194,-.
4. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan verzoeker niets kan doen.
5. De rechtbank heeft verzoeker op 17 december 2025 een aangetekende nota gestuurd, waarin staat dat verzoeker het griffierecht binnen twee weken moet betalen. In deze nota staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als verzoeker het griffierecht niet of niet tijdig betaalt.
6. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Verzoeker heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.
7. Het beroep kon niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank had geen uitspraak kunnen doen over het beroep. Het beroep zou niet-ontvankelijk zijn geweest.
8. Omdat geen sprake zou zijn geweest van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank ook geen sprake van een situatie waarin de minister geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
9. Omdat verzoeker het griffierecht wel heeft betaald, maar te laat, zal dit aan hem worden terugbetaald.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.