Vreemdelingenrecht

Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing van de vovo.

Rechtbank Den Haag, 1 juli 2021

Zaakgegevens

Op 1 juli 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
1 juli 2021
Datum publicatie
1 maart 2022
Zaaknummer
21/1714
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:15903
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verweerder verzet zich niet tegen toewijzing van de vovo.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 21/1714

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 juli 2021 in de zaak tussen

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1985, van Nigeriaanse nationaliteit, verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. Singh),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. G. Cambier).

Procesverloop

Met het besluit van 15 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 9 november 2020 tot het verlenen van een verblijfsvergunning afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Partijen hebben toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om het onderzoek ter zitting achterwege te laten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan - onder meer - indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Met de brief van 15 juni 2021 heeft verweerder meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verweerder verzet zich voorts niet tegen veroordeling in de proceskosten.

3. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit op grond van artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet geschorst wordt, ook niet als tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder niet op grond van de Awb en de Vw zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten.

4. Nu tussen partijen niet langer in geschil is dat van uitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien, bestaat aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist.

5. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 748- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 748,-, en een wegingsfactor 1).

6. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 181,- vergoedt.


Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

  • verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist;

  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan verzoeker te vergoeden;

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier. De beslissing is uitgesproken op 1 juli 2021 en openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

(de voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen)

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.