Vreemdelingenrecht

VK, voorlopige voorziening, niet-ontvankelijk, ontbreken procesbelang, geen tegemoetkoming.

Rechtbank Den Haag, 23 mei 2023

Zaakgegevens

Op 23 mei 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
23 mei 2023
Datum publicatie
25 september 2023
Zaaknummer
NL22.25161
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:14335
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VK, voorlopige voorziening, niet-ontvankelijk, ontbreken procesbelang, geen tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25161

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 11 oktober 2021 heeft verweerder het verblijfsrecht van verzoeker beëindigd en beslist dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten. Ook heeft verweerder verzoeker ongewenst verklaard.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten totdat op het bezwaar is beslist.

Bij brief van 9 maart 2023 heeft verweerder bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft.

Bij brief van 16 maart 2023 heeft verweerder bericht dat verzoeker op 9 januari 2023 aan Polen is uitgeleverd om daar een nog openstaande straf uit te zitten. Volgens verweerder is het verzoek daarom niet-ontvankelijk en bestaat geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Bij bericht van 27 maart 2023 heeft verzoeker het standpunt ingenomen dat verweerder moet worden veroordeeld in de proceskosten. Verzoeker was namelijk ten tijde van het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening nog niet uitgezet en verweerder heeft eerder aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet- ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Verzoeker kan met deze procedure niet meer bereiken wat hij daarmee wilde bereiken. Verzoeker wilde met zijn verzoek immers bereiken dat hij de beslissing op zijn bezwaarschrift in Nederland zou mogen

afwachten, maar verzoeker is al uitgezet naar Polen in verband met strafrechtelijke detentie daar.

3. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van het geval geen grond om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Er is geen sprake van tegemoetkoming door verweerder in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Verder is de reden voor het ontvallen van het procesbelang gelegen in de risicosfeer van verzoeker.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

23 mei 2023

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.