Vreemdelingenrecht
Dublin, vovo, onderzoek aan documenten, toegewezen, pkv.
Rechtbank Den Haag, 29 juli 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:12256 · Rechtbank Den Haag · 29 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2024-12256
Zaakgegevens
Op 29 juli 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 29 juli 2024
- Datum publicatie
- 6 augustus 2024
- Zaaknummer
- NL24.27468
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:12256
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, vovo, onderzoek aan documenten, toegewezen, pkv.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27468
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juli 2024 in de zaak tussen
[verzoekster], v-nummer: [nummer], verzoekster,
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Finland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het besluit van 8 juli 2024 beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoekster heeft vervolgens verzocht om aanhouding van de behandeling van het beroep voor het verrichten van onderzoek aan documenten, namelijk een familieboekje en een huwelijksakte. Verzoekster heeft deze documenten opgestuurd naar Bureau Documenten.
2. De minister heeft bij brief van 25 juli 2024 aangegeven dat hij zich niet verzet tegen aanhouding van het beroep, mist hierbij het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen.
De rechtbank heeft het beroep op 26 juli 2024 aangehouden.
Partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van dit verzoek op de zitting van 31 juli 2024. Deze uitnodiging is ingetrokken. Een zitting is, gelet op de brief van de minister van 25 juli 2024, niet langer nodig in deze zaak.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Nu het beroep is aangehouden, verzet de minister zich niet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom als kennelijk gegrond toewijzen. Verzoekster mag niet overgedragen worden aan Finland totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep. Indien het beroep wordt ingetrokken of anderszins wordt beëindigd, zal deze voorlopige voorziening komen te vervallen.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 8 juli 2024 wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Finland totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.