Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening. Dublin buiten zitting. Verzoek niet-ontvankelijk, eiser MOB

Rechtbank Den Haag, 5 september 2024

Zaakgegevens

Op 5 september 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
5 september 2024
Datum publicatie
5 september 2024
Zaaknummer
NL24.28358
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:14117
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening. Dublin buiten zitting. Verzoek niet-ontvankelijk, eiser MOB

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.28358


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover),

en

de minister van Asiel en Migratie, (voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid), de minister.


Procesverloop

1. Bij besluit van 15 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.28357, heeft de rechtbank het aan het onderhavige verzoek connexe beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat kan worden aangenomen dat verzoeker geen prijs meer stelt op een beoordeling van de door hem aanvankelijk gezochte bescherming. Volgens de beschikbare informatie is verzoeker met onbekende bestemming vertrokken en heeft verzoekers gemachtigde schriftelijk verklaard sinds 22 juli 2024 geen contact te hebben gehad met verzoeker. Gelet hierop heeft verzoeker evenmin belang bij de beoordeling van het onderhavige verzoek.

4. Het verzoek is dus niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.