Vreemdelingenrecht

Geen griffierecht voldaan, aangetekende post ongeopend retour, niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 10 september 2024

Zaakgegevens

Op 10 september 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
10 september 2024
Datum publicatie
12 september 2024
Zaaknummer
AWB 24_11533
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:14479
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen griffierecht voldaan, aangetekende post ongeopend retour, niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/11533


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning afgewezen. Daarbij heeft verweerder besloten dat verzoeker binnen vier weken de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) en aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein moet verlaten.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Verder heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

  1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een verzoekschrift griffierecht geheven. Voor verzoeker is het griffierecht vastgesteld op € 187,00. Op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb is artikel 8:41, zesde lid, van de Awb van overeenkomstige toepassing in zaken waarin een voorlopige voorziening is gevraagd. Uit dat artikel volgt dat een beroep niet-ontvankelijk is als het griffierecht niet tijdig is betaald. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder zitting in het geval het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

  2. Verzoeker is bij aangetekende brief van 25 juli 2024 in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. In de brief is ook vermeld dat, als verzoeker het griffierecht niet of niet binnen deze termijn betaalt, de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk kan verklaren.

  3. De rechtbank stelt vast dat verzoeker het griffierecht niet heeft betaald. Verzoeker heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden waaruit volgt dat het verzuim niet aan verzoeker kan worden toegerekend.

  4. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 10 september 2024 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Algemene wet bestuursrecht.