Vreemdelingenrecht

spoedvovo wegens uitzetting voor behandeling beroep Dublin Bulgarije. Afgewezen. Betreft gefaciliteerd…

Rechtbank Den Haag, 1 november 2024

Zaakgegevens

Op 1 november 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
1 november 2024
Datum publicatie
1 november 2024
Zaaknummer
NL24.40651
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:17900
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

spoedvovo wegens uitzetting voor behandeling beroep Dublin Bulgarije. Afgewezen. Betreft gefaciliteerd vertrek, dus geen spoed.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.40651


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder.


Procesverloop

Met het besluit van 12 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, om verweerder te verbieden hem aan Bulgarije over te dragen totdat op zijn beroep is beslist.

De behandeling van deze zaken op zitting is gepland op 5 november 2024.

Verweerder heeft verzoeker op 18 oktober 2024 kenbaar gemaakt dat hij op 22 oktober 2024 om [tijdstip] uur zal worden overgedragen aan Bulgarije (vluchtnummer [vluchtnummer] ).

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om per ommegaande uitspraak te doen op het verzoek.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Verzoeker heeft hierop gereageerd.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting in het kader van de hier te beoordelen voorlopige voorziening verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Overwegingen

  1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening.

  2. Verzoeker voert aan dat hij op 22 oktober 2024 om [tijdstip] uur wordt overgedragen aan de Bulgaarse autoriteiten en dat hierin het spoedeisend belang van zijn onderhavige verzoek zit.

  3. Verweerder heeft toegelicht dat de geplande overdracht een ‘gefaciliteerd vertrek’ is. Volgens verweerder is dat een vorm van een zelfstandig vertrek dat door de Dienst Terugkeer en Vertrek wordt gefaciliteerd. Van een gedwongen overdracht naar Bulgarije is volgens verweerder geen sprake. Daarbij heeft verweerder opgemerkt dat als verzoeker aan dit gefaciliteerde vertrek niet meewerkt, hij niet alsnog door middel van de sterke arm gedwongen zal worden om naar Bulgarije te vertrekken.

  4. Verzoeker stelt dat niet van hem verlangd kan worden vrijwillig mee te werken aan overdracht naar Bulgarije. Hij verzoekt verweerder op te dragen het verblijf van verzoeker aan te merken als rechtmatig verblijf hangende de beroepsprocedure.

  5. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de mededeling van verweerder. Die mededeling houdt in dat als verzoeker niet meewerkt aan de geplande overdracht op 22 oktober 2024, dat hij dan niet alsnog gedwongen wordt overgedragen aan Bulgarije. Dit betekent dat verzoeker het geheel zelf in de hand heeft of zijn overdracht op die datum daadwerkelijk plaatsvindt. Om die reden is er nu geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De mogelijkheid dat verzoeker, als hij nu niet meewerkt aan zijn overdracht, op enig moment wél gedwongen kan worden overgedragen, maakt het huidige oordeel over de spoedeisendheid niet anders.

  6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Dat is geregistreerd onder zaaknummer: NL24.36498