Vreemdelingenrecht

Dublin België, voorlopige voorziening

Rechtbank Den Haag, 23 juni 2025

Zaakgegevens

Op 23 juni 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
23 juni 2025
Datum publicatie
23 juni 2025
Zaaknummer
25.15343
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:10966
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin België, voorlopige voorziening

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.15343


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],

van Somalische nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. B.H. Werink),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).


Inleiding

1. Bij besluit van 27 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep, op 19 juni 2025 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.15342, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

NL25.15342.