Vreemdelingenrecht
vovo, niet-ontvankelijk, griffierecht niet betaald.
Rechtbank Den Haag, 3 september 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:16606 · Rechtbank Den Haag · 3 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-16606
Zaakgegevens
Op 3 september 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 3 september 2025
- Datum publicatie
- 8 september 2025
- Zaaknummer
- AWB 24 12423
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16606
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo, niet-ontvankelijk, griffierecht niet betaald.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/12423
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 september 2025 in de zaak tussen
[verzoekster], v-nummer: [nummer], verzoekster
(gemachtigde: mr. R. van Iperen),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de ontvankelijkheid van het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster hangende haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor verlening van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA).
De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De indiener van een verzoek om voorlopige voorziening moet griffierecht betalen. De voorzieningenrechter verklaart dit verzoek niet-ontvankelijk als het bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. De griffier heeft verzoekster op 7 augustus 2024 bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om uiterlijk twee weken na deze datum het griffierecht te betalen. In die brief is ook aan verzoekster medegedeeld dat zij het griffierecht tijdig moet betalen. Als zij dit bedrag niet binnen de betalingstermijn betaalt, loopt zij het risico dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wordt verklaard. De voorzieningenrechter stelt op basis van de financiële administratie van de rechtbank vast dat verzoekster het griffierecht niet heeft voldaan. Zij heeft hier ook geen reden voor gegeven. De voorzieningenrechter vindt het niet betalen van het griffierecht daarom niet verontschuldigbaar. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2025.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: