Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 13 november 2025

Zaakgegevens

Op 13 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
13 november 2025
Datum publicatie
13 november 2025
Zaaknummer
NL25.26567
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:21384
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regulier plakvovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.26567


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: 2897503786, [v-nummer],

(gemachtigde: mr. D. Gürses),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier van eiseres met als verblijfsdoel familie en gezin. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Zij heeft daartegen ook beroep ingesteld.

1.1.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoekster heeft op 13 november 2023 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier ingediend met als verblijfsdoel familie en gezin. De minister heeft deze aanvraag met het besluit 22 januari 2024 afgewezen. Eiseres heeft op 31 januari 2024 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing en op 27 februari 2024 haar bezwaar toegelicht in een hoorzitting.

2.1.

Met het besluit van 10 juni 2025 heeft de minister het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard en is hij bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en daarbij verzocht om een voorlopige voorziening.

2.2.

De rechtbank heeft het verzoek op 16 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de man van eiseres (eveneens opgetreden als tolk) en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.26566, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.